dinsdag 12 februari 2019

Grand Hotel Europa

In zijn meer dan geslaagde boek Grand Hotel Europa wordt de hoofdpersoon Ilja Leonard Pfeijffer omstreeks pagina 409 bevangen door een redeloze woede over het te veel aan toeristen dat de straatjes en bruggetjes van Venetië verstopt en slaat hij een op zich onschuldige Duitser 'met fototoestel en al' over een gietijzeren hekje de gracht in.

In deze blog is de naam Ilja Leonard Pfeijffer al vaker gevallen, en de eerste keer omdat we het niet helemaal eens waren met de meedogenloze lof die hij alom kreeg toegewuifd voor zijn boek La Superba. Dat boek vonden we niet op alle fronten even overtuigend en geslaagd. De kern van onze bedenkingen wordt in Grand Hotel Europa weergaloos geadresseerd. Of opgeheven. Of zoiets. Hoe dan ook: de oude zwakheden zijn overwonnen, en wat resteert is een triomf.

Iedereen zou dit boek moeten lezen. Er worden grote thema's in aangesneden en relevante vragen aan de orde gesteld. Het houdt zich bezig met de vraag naar onze identiteit en onze bestemming. En het is op punten ook nog eens zeldzaam humoristisch en soms ronduit hilarisch.

We zullen in deze simpele blog op dit moment hierop niet al te diep ingaan. En omdat we het hier graag luchtig en anekdotisch houden beperken we ons ertoe wat krenten uit de pap te pikken. Laten we ons daarom richten op de gebeurtenissen van pagina 409.

Daarbij valt in de eerste plaats op dat voornoemde Ilja Leonard Pfeijffer naar de inschatting van zijn vriendin Clio de enige is die in heel Venetië in augustus rondloopt in een pak en een stropdas. Dat moge gezien de omstandigheden lichtelijk overdressed zijn, maar het is tegelijkertijd een dandy-istisch statement tegen de verloederende voorkeur van de gemiddelde toerist om zich in een vorm van ondergoed en op teenslippers in de prachtige oude stad op te houden. Hetgeen natuurlijk een betreurenswaardig gebrek aan bella figura is, het kan niet anders gezegd worden.

Ilja Leonard Pfeijffer heeft op het moment van schrijven eveneens een waas voor ogen omdat hij net zijn uiterste best heeft moeten doen een bloemist te vinden om een mooi boeket voor zijn geliefde te kopen. Dat is met pijn en moeite gelukt, maar de fraaie bos witte tulpen blijkt slecht bestand tegen de horden die zich eind augustus fotograferend en selfie-producerend in de stad ophouden en nergens anders oog voor hebben dan het vullen van de tijdlijn. Hun eigen tijdlijn, wel te verstaan, die nog wel wat unieke experiences kan gebruiken.

We kunnen ons de getergde protagonist levendig voorstellen, maar eveneens bevangt ons enige twijfel omtrent het waarheidsgehalte van de beschreven scene. Tulpen eind augustus? Zoals we allemaal weten is de tulp een frisse voorjaarsbloem die ergens eind april zijn kopje laat hangen en vervolgens vakkundig gekopt wordt om de bollen aan het werk te zetten. Maar goed: technisch is het mogelijk het hele jaar door tulpen in een koude kas in bloei te helpen. Wat ze overigens niet meteen bijzonder geschikt maakt voor de Italiaanse zomerhitte waaraan ze vervolgens worden blootgesteld.

En dan nog zoiets: witte bloemen om een geliefde blij en romantisch te stemmen? Gaat dat wel goed? In Italië is immers, zoals ook in het boek uitgebreid aan de orde komt, alles ritueel en traditioneel in beton gegoten. Italianen zijn verzot op tradities. Sterker nog: deze zijn heilig.

Omdat wij ons als Droomhuis Italië graag aan de feiten houden zijn we meteen op het wereldwijze web gaan snuffelen naar de significato tulipani. Die troffen we gelukkig aan op de pagina https://www.giardinaggio.net/fiori/significato-dei-fiori/tulipano.asp. En daar lazen we niet alleen dat de tulipano geliefd is en een een heraut van de lente, maar ook dat witte tulpen een boodschap zijn om vergeving te vragen (I tulipani bianchi sono un messaggio per chiedere perdono). In het geval van de grote Ilja Leonard Pfeijffer was dat een nederig gebaar dat (voor even) goed uitpakte.

En, lieve lezers van dit blog: hoe is jullie ervaring hier? Zijn witte tulpen in Italië het hele jaar beschikbaar, omdat altijd wel ergens vergeving nodig is? En straalt die nederige boodschap inderdaad van mooie bosjes witte tulpen af? We zijn benieuwd naar jullie ervaringen. En de volgende keer dat we in Italië zijn gaan we er eens goed op letten als we ons in de buurt van een bloemenwinkel bevinden.

zondag 13 januari 2019

Wijnproeven of fijnproeven?

In de Nederlandse winter snakken we vaak naar de Italiaanse zomer met lange, warme dagen. Kou, sneeuw, ijs en schaatsen zijn aan ons niet besteed. In dit kader kijken we ook altijd heel erg uit naar het nieuwste nummer van Italië Magazine (naar eigen zeggen de Italië expert), omdat in dat prachtige blad op de eeuwig glimmende pagina's de zon altijd schijnt. Dat levert kostbare feel good momentjes in donkere dagen. Heerlijk!

In het eerste nummer van 2019 lezen we bijvoorbeeld op het omslag dat er sprake zal zijn van wijnproeven in Piemonte. Daar houden wij ons ook wel eens mee bezig, getuige bijgaande foto. Dat we het een beetje onzorgvuldig lezen (waar het hart vol van is...) mag de pret niet drukken. Er staat eigenlijk 'Fijnproeven in Piemonte', maar een kniesoor die daar op let.

In het betreffende artikel (Piemonte, een reis vol geneugten) neemt Anna Rettig met foto's van Sascha Rettig ons aan de hand door de culinaire streek van truffels, kaas, hazelnoten en risotto. Maar gelukkig neemt ze op haar rondreis ook de plaatselijke wijnen mee. “Bij een bezoek aan Piemonte hoort natuurlijk ook wijn” zo steekt ze ferm van wal. “Juist rond Asti en Alba is het terrein ideaal voor de wijnbouw.” “De meest voorkomende druif is de nebbiolo, die in deze regio al eeuwenlang wordt verbouwd. De wijnboeren verwerken hem traditiegetrouw in de wijnen barolo en barbaresco, diep donkerrood glanzend in het glas...”

Als je zoiets leest slaat het hart enigszins op hol, maar dat heeft minder met het onderwerp te maken dan met de knulligheid en slordigheid waarmee er over wordt geschreven. Nebbiolo uit Asti? Dat wordt goed zoeken. Donkerrood glanzend in het glas? Alleen als je kleurenblind bent.

Hoewel wij van Droomhuis Italië pure liefhebbers zijn en geen haar op ons hoofd eraan denkt ook maar enig geld te vragen voor welke wijnschrijverij dan ook is ons het elementaire verschil tussen Barbera (de meest voorkomende druif in Asti, én donkerrood van kleur) en Nebbiolo (Alba en licht transparant met tonen van oranje) toch wel bekend.

Dat is ook helemaal niet moeilijk. Daar zijn goede wijngidsen over volgeschreven (onze favoriet is die van de Slow Wine, 1120 pagina's hoogwaardige informatie voor de schappelijke prijs van 24 Euro, in de betere Italiaanse boekhandel verkrijgbaar). En ook op het wereldwijze web is genoeg te vinden. Een redelijk uitgebreid overzicht in het Engels vind je bijvoorbeeld op http://www.ivinidelpiemonte.com/en/vini-e-territorio/. Wil je het nog completer, dan komt je algauw in het Italiaans terecht op https://www.prodottitipicipiemonte.it/vini.

Dit brengt ons op de vraag: Wie is die Anna Rettig die ons in onze glossy zo primitief mag onderhouden? Hier komt in ons iets onderzoeksjournalistiek (mits niet te diepgravend) naar boven, en dat leidt ons naar twitter waarop Anna zichzelf omschrijft als journalist traveller foodie, Dat zegt niet zo heel veel, behalve dat ze van vele markten thuis denkt te zijn. Gelukkig ziet ze zichzelf niet als influencer.

Een andere vraag zou kunnen zijn: en wie is dan de fotograferende Sascha Rettig. Is dat een alter ego? Twee personen voor de prijs van één (of omgekeerd)? Of is sprake van broer, oom, vader, echtgenoot? Daar komen we niet helemaal uit. Wel stuiten we bij ons oppervlakkig speurwerk op de pagina https://www.falstaff.at/nd/piemont-reisetipps-genuss-mit-geduld/. Dat is grappig, want dat bevat bijna hetzelfde artikel als in ons eigen Magazine, en dit keer geschreven door Sascha Rettig zelve, zonder tussenkomst van Anna. Wonderbaarlijke artikelvermenigvuldiging, daar houden wij van. Vrijpostig hergebruik van bestaand materiaal, mogelijk slim aangepast aan doelgroep en gewenste diepgang. Vol verwachting kijken we uit naar het volgende nummer.

vrijdag 26 oktober 2018

Genuees labyrint

Het volgende verhaal zal bij Ilja Leonard Pfeijffer, die vis in het water van de Genuese biotoop, ongetwijfeld leiden tot gebulder van homerische proporties. Niettemin moet het ons van het hart dat we recentelijk, bij het passeren van La Superba van west naar oost, lelijk zijn verdwaald als gevolg van het ontbreken van het bekende deel van de bekende rampenbrug over het riviertje de Polcevera.

Zo moeilijk kon het niet zijn, dachten wij, ons baserend op de door Google Maps voorgeschotelde routes. Bij het vliegveld (de laatste halte voor de brug) de snelweg verlaten, een kleine omweg over de oude weg maken en een paar kilometer later de volgende snelweg oprijden en net doen of er niets aan de hand is. Fluitje van een cent. Appeltje eitje. Vrienden van ons hadden een paar dagen eerder dezelfde route (zij het in omgekeerde richting) afgelegd. Bovendien was het zondagmorgen, en lekker rustig.

Het begin ging goed. Het verlaten van de snelweg bij de juiste afslag was geen probleem. De autoriteiten hadden zich moeite getroost om de doorgang goed te blokkeren. Daarna was het even zoeken naar het passende vervolg, maar een bordje voor de route naar Livorno dook spoedig op. Toen ging het fout. Op een brede, onrustige weg met drie wanordelijke rijstroken kwamen we op een afslag richting de Autostrade terecht, waarbij we (op een moment dat we geen enkele andere kant meer op konden) zagen dat de route naar Livorno twee banen naar links was. Genua heeft zijn wegennet zodanig weten aan te leggen dat het soms een geheel van in de war geraakte wokkels lijkt.

Om een lang verhaal kort te maken. Na drie keer rond onze as gedraaid te zijn leek de oprit naar de Autostrade de enige oplossing om nog ergens naar toe te gaan en kwamen we na drie snelle kilometers uit bij de afslag Pegli de verkeerde kant op. Gelukkig (unieke ervaring!) was dit stukje snelweg voor ons dit keer gratis en hoefden we niets te betalen bij het passeren van het tolpoortje. Opgelucht en blij van zin gingen we over de oude weg weer richting Livorno.

Nu wordt het verhaal pijnlijk. Want eigenlijk op hetzelfde punt (dat er niettemin vanaf een andere aanrijroute heel anders uitzag) namen we voor de tweede keer dezelfde foute afslag. Het zal ook te maken hebben met de kwaliteit van onze ogen, want om het straatbeeld niet nodeloos onrustig te maken was gekozen voor de kleinst mogelijke borden, met een vaalheid alsof de brug al jaren geleden was ingestort. In het wokkelparadijs dat wederom volgde werden we nu vals fanatiek. Voor ons geen weg terug meer, maar zelfstandig op zoek naar een passende route, hierbij pragmatisch geholpen door onze onvolprezen TomTom.

Van de TomTom wordt beweerd (waarschijnlijk door TomTom zelf) dat hij (of zij) huwelijken heeft gered, maar of dat ook voor Italië geldt valt te bezien. In dit specifieke geval dient ter verdediging wel te worden opgemerkt, dat heel veel gesuggereerde routes last hadden van afgesloten wegen die vermoedelijk dwars door de puinhopen van de verwoeste brug zouden leiden, maar niettemin heel verwarrend waren voor een vlot verloop van onze tocht. Op een bepaald moment hadden we geen flauw idee meer waar we waren, noch welke richting we uitgingen. Als je niet weet waar je naar toe wilt is elke richting goed, om de Cheshire kat uit Alice in Wonderland te parafraseren. Maar welke kant we ook opgingen, veel vooruitgang leken we niet te boeken. Grauwe straten regen zich aaneen zonder dat er een einde aan kwam.

Straten openden en sloten zich voor ons. Soms hielden ze er gewoon mee op zonder dat van tevoren aan te geven en zonder veel mogelijkheden te bieden om terug te gaan. Het wegennet had maling aan berijdbaarheid en aan consistentie. Of de weg er was, of niet, het leek de weg om het even. En net toen we het gevoel kregen gevangen te zitten in een wokkel van interstellair formaat met minimaal negen helse lagen, opende zich de hemel en toonde ons de weg naar Autostrada-oprit Genova Bolzaneto, als hoopgevende ontsnappingsroute uit dit moderne Inferno. Enigszins moe gebeukt door de moderne mobiliteitsvariant van Dantes eerste 33 canto's van de Divina Commedia mochten we ervaren dat het plotseling heel snel ging. In vijf minuten scheerden we de afslag Genova Est voorbij, eindelijk bevrijd uit de klauwen van het monster. Livorno, there we came!

zondag 1 juli 2018

Diga di Mignano


Omdat Nederland een betreurenswaardige achterstand heeft op het gebied van stuwmeren, bevindt ook het stuwmeertoerisme zich hier op een laag niveau. Om daar enige oefening in te krijgen, bezochten we onlangs de Diga di Mignano in de Italiaanse provincie Piacenza.



In geval van gevaar is er de sirene!
Nu lijkt het wandelen over een stuwdam niet van gevaar ontbloot, dus je hebt in zo’n geval wel wat te overwinnen. Dat kan ook het gevolg zijn van het feit dat onze stuwdam-kennis vooral is opgedaan uit Amerikaanse rampenfilms, waarin binnen een half uur de wereld op het randje van de afgrond komt te staan. Zo bleek recent in een film dat wetenschappers die aardbevingen probeerden te voorspellen de Amerikaanse Hoover Dam (gelegen in de Colorado-rivier op de grens van Nevada en Arizona) niet levend konden verlaten. Ook de Hoover Dam overleefde het niet, maar verder leek er geen schade opgetreden, vermoedelijk tot grote opluchting in het nabijgelegen Las Vegas. De laptop met de essentiële gegevens over het verloop van aardbevingen bleek gelukkig behouden.



Ook traditionele vormen van bijstand blijven beschikbaar.
Tel daarbij op dat de meeste stuwmeren hoog in de bergen zijn gelegen, ver van de bewoonde wereld, en u snapt onze reserves. De Diga di Mignano is daarom een leuk instapmoment, want hij ligt zo’n beetje in de achtertuinen van het plaatsje Lugagnano, pal langs de doorgaande weg (de zogeheten Via della Cementeria – u kunt op Google Maps uitzoeken waarom) die we vaak nemen als we van de provincie Parma naar de provincie Alessandria reizen (of omgekeerd).



Als het de bezoeker koud op het hart slaat.
Het werd een leerzaam middagje, niet in het minst door het instructieve instructiebord dat onderaan deze bijdrage is opgenomen en waarop de relevante feiten (voor zover begrijpelijk) staan opgenomen. Strikt genomen hoef je helemaal niet op pad om wat dan ook te ontdekken, want het Internet helpt je ook wel. Maar de zon op het gelaat en het kopje thee met gebak achteraf op het terras van het nabijgelegen etablissement La Diga di Mignano (https://www.ladigadimignano.it/) zijn nu eenmaal zeer bevorderlijk voor de juiste couleur locale. En dat helpt vermoedelijk weer als je zo gek wilt zijn om de Diga te verkiezen tot jouw favoriete luogo del cuore (https://www.fondoambiente.it/luoghi/diga-di-mignano). Want dat kan, vraag ons niet waarom.



Voor de liefhebber zijn er verder op het Internet nog twee pagina’s met ouderwetsche zwart-wit foto’s uit de tijd van de bouw (https://valtolla.com/2009/12/09/la-diga-e-il-lago-di-mignano-1/ en https://valtolla.com/2009/12/12/la-diga-e-il-lago-di-mignano-2/) en een met de drone gemaakt filmpje, waarin de plaatselijke e-krant Libertà spectaculaire beelden belooft van het hoogwater bij de Diga, die eind mei van dit jaar behoorlijk aan het overlopen was (http://www.liberta.it/news/video-gallery/2018/05/29/le-spettacolari-immagini-dello-sfioro-della-diga-di-mignano/#).



Dat was dus eind mei van dit jaar (verhoogde dijkbewaking, code oranje). Vorig jaar was er door de siccità juist te weinig water en stond het hele meer zowat droog, met massale vissterfte als gevolg. Het kan verkeren. In beide gevallen stortte de Diga gelukkig niet in, zodat toch vraagtekens gezet kunnen worden bij het waarheidsgehalte van bepaalde films.

Het meer, gezien vanuit Castelletto.

De dam is alle dagen open, maar gelieve niet te parkeren op de dam.

Verweerde oever, hier en daar wat meegesleept hout.

Gezicht vanaf de dam, stroomafwaarts.

Nu vanaf de andere kant bekeken.

Een zijwaartse blik op de dam.

Het meer vanaf de dam bekeken.

De dam vanaf het meer bekeken: zelfde bootje.

Het informatiepaneel.

zondag 7 januari 2018

Gnocchetti



Omdat we als Droomhuis Italië in de wintermaanden toch een soort van heimwee naar Italië ontwikkelen zijn we erg verknocht aan de feel good glossy Italië Magazine. Al die leuke plekjes die ons worden onthuld! Al die fijne Italiaanse recepten die we kunnen uitproberen!
 
Spontaan besloten we ons, in Venetiaanse stijl (op basis van het artikel Lekkers uit de lagune in nummer 1 van 2018), eens te wagen aan de gnocchetti al zucca dat de redactie had overgeschreven uit het boek Venezia in cucina van Cinzia Armanini en Alberta Magris. Gnocchetti van pompoen dus, waarbij we de bijbehorende oesters even negeerden, want oesters komen Droomhuis Italië niet binnen.

Geheel volgens de beschrijving ontdeden we een forse pompoen van schil en zaden, maakten er plakjes van en lieten het spul in een matig warme oven in een minuutje of 30 zacht worden. 

Gehoorzaam prakten we de zachte pompoen met behulp van een vork tot een fijne puree en voegden er, naar smaak, zout en peper aan toe. Ook het benodigde ei en de genoemde hoeveelheid witte bloem werden probleemloos toegevoegd. Tot zover was er niets aan de hand. Een kind had de was kunnen doen.

Vanaf dit punt was het de bedoeling dat een glad deeg was ontstaan, dat uitgerold en in stukjes gesneden moest kunnen worden. Wij keken echter aan tegen een plakkerige smurrie, waarmee met de beste wil van de wereld niet gerold en gesneden kon worden. So what, dachten wij in onze onschuld. Vermoedelijk zijn de Nederlandse eieren groter dan hun Venetiaanse zusters, en met een beetje extra meel zou het goed moeten komen.

Na ruim 350 gram meel keken we echter nog steeds tegen smurrie aan en was het gladde deeg nergens te bekennen. Voor ons was dat een teken om mentaal af te haken. Bovendien begon de bloem op te raken.

Bevat pompoen, maar ziet er verder niet uit
Hoe was deze situatie nog enigszins te redden? De winkels waren al gesloten en we begonnen behoorlijk trek te krijgen. Om de consistentie te verhogen smeerden we het spul op een bakblik, om er via ovenwarmte het ergste vocht uit te halen. Dat sloeg, bleek na tien minuten, nergens op. Daarna ging de oven op vol vermogen, met de bedoeling om er een soort van eetbare koek van te maken, wat technisch gesproken lukte, maar er verder niet uitzag.

Als laatste besloten we stukjes koek in de olie bruin en knapperig te bakken, en ons verder met een maaltijdsalade tot een acceptabel niveau van verzadiging te brengen. Dat ging op zich goed. We kunnen niet zeggen dat het de smaakpapillen tot hysterische vreugde voerde, maar het smaakte enigszins naar een heel dikke en ietwat melige pannenkoek.

In ons brein is nu een nieuw recept geboren, en gaan we mogelijk nog een keertje echte pompoenpannenkoek maken. Dun en knapperig, en met een subtiel vleugje zoete pompoensmaak als extraatje. Vast heel lekker met poedersuiker en stroop.

Maar voor de rest zijn we heel erg tot de conclusie gekomen, dat dit recept uit ons Magazine met afstand het allerslechtste recept is dat we de afgelopen jaren zijn tegengekomen. Hoe kun je met droge ogen zoiets opschrijven? Welk een leed wordt op deze manier in de Nederlandse huiskamers gebracht?

Bovendien blijven we op basis van deze ervaringen ook nog eens met de vraag zitten op welke manier je wel zelf lekkere gnocchetti kunt maken, al dan niet met pompoen-, aardappel- of wortelsmaak. Wie helpt ons aan een goed recept?

maandag 1 januari 2018

Prosecco



Hoewel we als Droomhuis Italië mogelijk iets aan onze timing moeten doen, willen we het hier, op deze plaats, op dit moment, toch weer even over Prosecco hebben. Voor het feestelijk ontkurken tijdens de jaarwisseling komt het weliswaar als mosterd na de maaltijd. Maar voor je het weet is het jaar voorbij en heb je een nieuwe kans. En je kunt natuurlijk ook het hele jaar door bollicine drinken.

In april 2016 deden we wat alarmerig over een nakend Prosecco-gebrek. Echte Prosecco heeft een beperkt terroir, dus op enig moment is de koek op. Dat de praktijk zich wel eens weinig van een theorie blijkt aan te trekken, is mogelijk ontnuchterend, maar feit blijft wel dat tot nu toe van een Prosecco-gebrek geen sprake is geweest. Hoe komt dat?

Waar handel is, worden mogelijkheden gezien, zoveel is wel duidelijk. Prosecco piekt als nooit tevoren. Als het een beetje meezit is het Prosecco-gebied binnenkort Unesco-werelderfgoed (daar wordt aan gewerkt), en daarna kun je dus ook nog eens cultureel verantwoord aan de pimpel.

Van verschillende kanten is gewezen op de intensivering van de Prosecco-teelt (of eigenlijk die van de glera-druif, want daar wordt de Prosecco van gemaakt). Werkelijk elk vrij stukje in de betreffende negen provincies is de afgelopen jaren met glera-druiven beplant, van wegbermen tot oprijlanen. Het idee dat de beste hellingen de beste wijn opleveren is hierbij losgelaten, want als de markt Prosecco vraagt, dan zal ze ook Prosecco krijgen.

Moeten wij dat erg vinden? Niet als je vindt dat de markt altijd gelijk heeft. Wel als je lekkere wijn een beetje belangrijk vindt en geen bocht wilt drinken. Gelukkig heeft de kwaliteitskrant La Repubblica de helpende hand uitgestoken en ons een fijn lijstje ter hand gesteld van wijnbedrijven die er in dit verband toe doen. Zodat we de bokken van de schapen kunnen scheiden. Klik hier om de lijst in te zien.

Het beste is natuurlijk om ter plekke naar Noordoost Italië af te reizen en bij de betreffende bedrijven persoonlijk de gewenste hoeveelheid op te halen, maar dat zit er niet voor iedereen in. Daarom hebben we ons als Droomhuis Italië ook even de vraag gesteld of deze Prosecco-lijst praktisch nut heeft. Anders gesteld: of je op basis van de lijst in Nederland terecht kunt met jouw bestelling.

Het antwoord op deze vraag is: ja. Dat doen we op basis van een beperkte steekproef, maar alleen daar blijkt al uit dat we in Nederland niet hoeven te wanhopen. Het merk Andreola is bijvoorbeeld verkrijgbaar bij Tannico, het merk Astoria (wat een stelletje kakkers, overigens) op verschillende adressen en het merk Bortolin bij FriulVin.

Daarna hebben we het uitzoekwerk gestaakt, want het was tijd voor een slokje. Maar, hoe dan ook: 2018 kan een bruisend jaar worden.