zondag 14 mei 2017

Rijst



Omdat we in Italië een beetje de vinger aan de pols willen houden, en ook wel eens onderweg zijn namen we recent op de A1 de afrit naar de Area Servizio Secchia Ovest vlakbij Modena.

De A1 heeft tussen Modena en Bologna twee maal vier rijbanen. Italianen hebben de verbluffende gewoonte om de toename van het aantal rijbanen meteen te neutraliseren door aangepast weggedrag. Concreet komt dat erop neer dat de twee meest rechtse banen min of meer gereserveerd zijn voor vrachtauto’s, zodat voor personenauto’s maximaal twee banen overblijven. Zo blijft het allemaal lekker overzichtelijk. Of het ook helpt meer voertuigen goed te laten doorrijden is een andere zaak.

Maar daarover gaat dit bericht niet. We namen dus de afrit naar de Area Servizio Secchia Ovest. Het doel was een kopje koffie en een hapje om de ergste trek te verhelpen, maar we kwamen terecht in een totaalervaring van EATALY, de modernistische propagandist van het Italiaanse eten. EATALY vind je gewoonlijk in een beperkt aantal mondiale metropolen als tempels van de Italiaanse eetcultuur. 

Normaal gesproken verwacht je langs de snelweg een Autogrill, dus dit was totaal andere koek. Probeer dan maar eens als automobilist het tempo erin te houden. Hooguit tien minuten binnen en dan weer verder. Op de begane grond verdwaalden we nu tussen allerlei winkelachtige dingen en toonbanken voor de snelle trek. Op de eerste verdieping een keur aan restaurants, waaronder gelegenheden die de PIZZE VAN EATALY wensten uit te serveren. Ooit, als we nog eens die kant opgaan en ruim de tijd kunnen nemen, zullen we de trap opgaan.

Riso Ermes, lekker rood.  
Dit keer beperkten we ons tot de surrogatieve handeling door een speciaal artikel aan te schaffen dat je in geen enkel ander wegrestaurant tegenkomt en dat ons mee zal nemen in de unieke smaken van het onvervalste Italiaanse culinaire gebeuren. En zo belandden we in de auto met een pondje vacuüm verpakte Riso Ermes, een riso integrale ed aromatico met een rode kleur.
Niet zomaar een rijst, maar volgens de prachtige website http://www.risoermes.it/ een goede rijst, van de hoogste kwaliteit en met een delicaat aroma, geteeld met respect voor het milieu en ook nog eens gegarandeerd 100% Italiaans. Italianen weten het gewone heel bijzonder te maken.

En het bedrijf waar de rijst vandaan komt is ook al ongelooflijk geweldig, als je de website http://www.risodelfalasco.it/ mag geloven. Rijst verbouwen is een ware kunst, dat wordt maar weer eens duidelijk. Onze familie, zo lezen we, houdt zich al generaties lang bezig met het onderzoek naar en de selectie van nieuwe en beter variëteiten rijst, waaronder de Venusrijst, de eerste zwarte aromatische rijst in Europa, de rode volkorenrijst Hermes en de aromatische Apollo. Je spulletjes naar Griekse goden vernoemen, dat klinkt toch meteen heel wat beter dan Bintje, Eigenheimer en Opperdoezer Ronde.

Zwarte Venusrijst, al redelijk mainstream.
Best lekkere rijst overigens. Dat geldt ook voor de Riso Venere, maar die is al redelijk mainstream en in zo’n beetje elke supermarkt te verkrijgen. Het subtiele rode is, tamelijk exclusief, weer eens wat anders dan het traditionele wit.

zaterdag 31 december 2016

Groeten uit Mondovì

Dat we zo op de laatste dag van het jaar de groeten doen uit Mondovì wil niet zeggen dat we er ook daadwerke-lijk zijn. We waren er deze zomer in juli. Maar voor onze beste wensen voor 2017 hebben we dankbaar gebruik gemaakt van een intrigerend en prikkelend stukje schilderwerk dat we daar op de muur van een huis aantroffen. In gedachten zijn we er dus wel, in ieder geval een beetje.

Mondovì basso, gezellig pleintje met muurschildering
Mondovì ligt, zo konden we in de zomerzon vaststellen, genoeglijk in het zuidwesten van Piemonte aan de rivier de Ellero (die zo’n tien kilometer verderop, bij Bastia Mondovì, in de Tànaro stroomt). Maar dat is allemaal niet vreselijk van belang. Het is een stadje met een prettige uitstraling. Een paar kilometer verderop bevindt zich ook nog eens, in Vicoforte, het uit de kluiten gewassen bedevaartsoord Santuario della Natività di Maria - Regina Montis Regalis, waar paus Pius de zevende op 16 augustus MDCCCIX is komen bidden toen hij door Napoleon Bonaparte in Savona gevangen was gezet. Roerige tijden vol oorlog, maar de draagstoel van de heilige vader heeft het overleefd.

Ingang funicolare in bovenstad
Dat is natuurlijk allemaal machtig interessant, maar voor ons bewoners van een plat en mistig land is vooral relevant dat Mondovì van oorsprong bovenop een heuvel lag, en het centrum pas naderhand naast de rivier werd gelegd. Dat nieuwe centrum is trouwens ook niet van gisteren, want het charmante pleintje waar we de inspiratie voor onze 2017-wens aantroffen is daar te vinden. Maar het oude centrum is nog ouder. En het allerfijnst hierbij is dat de beide centra met elkaar worden verbonden door een funicolare. Alleen dat is al een reisje naar Mondovì waard. En daarom gaat de rest van dit bericht over dit kabelspoorbaantje.

Voor de liefhebbers van techniek is een funicolare een ingenieus systeem, waarbij twee wagons aan elkaar verbonden door een kabel over spoorrails een steile helling op en neer worden getrokken. Door dit gebruik van een natuurlijk tegengewicht is sprake van een energiezuinige toepassing. Ook de ruimte wordt zuinig gebruikt, want omdat je weet waar beide wagons elkaar zullen kruisen kan het grootste deel van de tocht over enkel spoor.

Van boven naar beneden ziet het ritje er als volgt uit:

Oudste rijtuig, als foto nog aanwezig in het stationsgebouw
De funicolare van Mondovì werd geopend in 1886 en hield er in 1975 mee op, om in 2006, zwaar gemoderniseerd, een doorstart te maken. Nadat we er in juli 2016 een ritje in hadden gemaakt werd de maand augustus een topmaand qua bezoekersaantal. Daarna was in oktober periodiek groot onderhoud nodig en moest de tocht per bus worden volbracht. Maar de liefhebber kan in 2017 weer bijna elke dag op reguliere wijze op en neer. De dienstregeling is hier te vinden.

Model jaren vijftig, naar verluid in een winkel ondergebracht






zondag 9 oktober 2016

Pollenzo



Pollenzo is een klein plaatsje in Piemonte in de buurt van Bra (dat weer in de buurt van Alba ligt), al in de tweede eeuw voor Christus ontstaan en ook nog eens de plaats waar op 6 april 402 de Romeinse generaal Flavius Stilicho de Visigoten van Alarik versloeg in een stevige veldslag. Tegenwoordig ontleent het zijn faam aan iets heel anders.

Overigens moeten we in dit kader niet denken dat Stilicho hoogstpersoonlijk de vijand in de pan hakte. Het echte werk liet hij natuurlijk over aan zijn voetvolk, of in dit geval zijn paardvolk van de cavalerie. Generaals sterven, zo zegt het spreekwoord, in bed. In zijn geval als gevolg van onthoofding, in Ravenna op 22 augustus 408. Het zit niet altijd mee in het leven.

Aan de veldslag van Pollenzo (de rijmende Romeinse dichter en senator Claudianus wijdt er, betaald door Stilicho, in zijn De Bello Gothico nog een vijftal verzen aan) zat trouwens een luchtje. Het was geen fair play van de kant van de Romeinse generaal. Die dag was het namelijk Pasen en dan vochten christenen niet. De Visigoten waren als Ariaanse christenen net aan de mis begonnen toen ze door de Romeinse hulptroepen op de flank werden aangevallen. Dat waren heidense Alanen en die hoefden van Stilicho niet naar de kerk.

Hoe dan ook: het Romeinse verleden is in Pollenzo nog altijd aanwezig in de vorm van de restanten van een amfitheater. Dat is overigens voornamelijk een diepe kuil in het midden van het dorp. De vorm van het amfitheater blijft herkenbaar doordat, net als bij het Piazza dell'Anfiteatro in Lucca, huizen op de fundamenten van de oude tribunes zijn gebouwd. In de historische resten van de arena worden nu voornamelijk tomaten verbouwd.

Neogotische baksteen
Neogotische kerk
Neogotisch interieur met Franse invloeden

In de negentiende eeuw namen de neogoten Pollenzo in. Dat is een ongelooflijk flauwe woordspeling, maar feit is wel dat Pollenzo sinds die tijd beschikt over een curieuze neogotische kerk, gelegen aan een monumentaal plein waaraan zich eveneens vanaf 2004 Pollenzo’s grote trots bevindt, de Università degli Studi di scienze gastronomiche. 

Pollenzo is, met andere woorden, het walhalla van de slow food beweging, de heilige graal van het langzame eten. Er is dan ook sprake van een Manifest van Pollenzo, waarin de onvoorwaardelijke liefde voor de gastronomie wordt beleden. 

De plek van de langzame lunch
Dat hebben we licht uitgeprobeerd met een langzame lunch in het café van het hotel dat in de universiteitsgebouwen is ondergebracht.

Het meest intrigerende in het hele complex is zonder meer de Banca del Vino waarin, naar eigen zeggen, het historisch geheugen van de Italiaanse wijn wordt opgebouwd door de beste wijnen van het schiereiland te selecteren, op te slaan en te bewaren. Nu gaat wijn op een bepaald moment onherroepelijk bederven, dus dat bewaren moet je niet al te strikt doorvoeren, denken wij zo. Gelukkig bestaat ook de mogelijkheid om de wijnen te proeven. Jammer genoeg had in ons geval de bank net middagpauze. En evenmin hadden we eraan gedacht te onze aanwezigheid vooraf te melden.

Maar we gaan vast en zeker, na een deugdelijke prenotazione, een keertje terug om ons uit het productaanbod van meer dan 300 kwaliteitsbedrijven  te laten verrassen door een mooie selectie van maximaal vijf van de (h)oudbare wijnen die in de bank liggen opgeslagen. Vijf is het maximale aantal dat je mag proeven, want dronkenschap wordt in de bank niet getolereerd.

zaterdag 1 oktober 2016

Carpi



Carpi is op dit moment weliswaar een goed bewaard geheim, maar het is de vraag hoe lang dit nog zo zal blijven. Rustig ligt het nu nog een beetje te suffen in de Po-vlakte, een paar kilometer boven Modena, maar in schoonheid steekt het zijn grote broer naar de kroon. Wie in de buurt is moet snel maar een kijkje gaan nemen.


Wij stootten bij toeval op Carpi. Dat had te maken met het feit dat we ook eens Modena wilden bezoeken, de bakermat van de balsamico. Dat werd een beetje vervreemdende ervaring. Met Modena is op zich niets mis, maar we kwamen eigenlijk nergens balsamico tegen. Geen enkel klein, fijn winkeltje in de binnenstad dat ons naar binnen wilde lokken om tegen een pakkende, pittige prijs culinair uit ons dak te gaan en minstens dertig jaar oude hemelse aceto van een unieke soort aan te schaffen.

In slechts twee obscure winkeltjes troffen we een kleine selectie in de etalage aan, met het verzoek daarvan geen foto’s te maken. Selfie met balsamico, het blijft een gemiste kans. Heel anders was dat toen we een paar jaar geleden in Rome over de markt van het Campo de’ Fiori liepen. Daar werden we bijkans (in overdrachtelijke zin) doodgegooid met leukige en, qua prijs, op Amerikaanse toeristen afgestemde flesjes van het spul, zorgvuldig van smaak ontdaan door de brandende zon die er al maanden op moeten hebben geschenen. Ware balsamico gedijt het best op stoffige en schemerige zolders.

Maar daar gaat het hier niet om, want we willen het over Carpi hebben. Carpi is niet van gisteren, want het schijnt wortels te hebben in de prehistorie. In de middeleeuwen kwam er echt de vaart in en ontstond het ruim bemeten Piazza dei Martiri met het daaraan gelegen Palazzo dei Pio, genoemd naar het geslacht dat in de periode 1319 tot 1525 in Carpi de baas speelde.

Dat paleis is echt een plaatje. Een gravure die daar ergens is opgehangen laat zien hoe het in lang vervlogen dagen als vesting met slotgracht en al Hollywood- (of Disneyland-?) kwaliteit lag uit te stralen. 

Nu is het onderdeel van de stad geworden, maar het is nog steeds imposant en indrukwekkend met zijn Passerino Bonaccolsi toren, de renaissancevoorgevel, de Galasso Pio toren, de uurwerktoren uit de 17e eeuw, het centrale binnenplein naar een ontwerp van Bramante en de kapel met fresco's van Bernardino Loschi en Vincenzo Catena. 

Op een ander binnenplein is een fors monument opgetrokken dat de Jodenvervolging van de Tweede Wereldoorlog gedenkt. Dat lijkt, gezien de eigen Italiaanse positie in de tweede wereldoorlog, misschien een beetje hypocriet, maar in het licht van het feit dat zich in de directe omgeving indertijd het concentratiekamp van Fossoli bevond, van waaruit Italiaanse joden (onder hen bevond zich Primo Levi) naar de Duitse vernietigingskampen werden gestuurd, ook wel weer begrijpelijk.

Carpi is ook de geboorteplaats van de filmregisseur Liliana Cavani, vooral bekend van de ontregelende en diepzwarte film The Night Porter (Il portiere di notte), waarin ze op indringende wijze duidelijk maakt dat ook na het einde van  de oorlog de vernietiging van menselijkheid en menselijke waardigheid doorettert.

Maar daar is gelukkig weinig van te merken als bij ons bezoek op het Piazza dei Martiri de wekelijkse markt plaatsvindt, veel leuker dan die toeristenmarkt in Rome, met echte Italianen die echte dingen kopen voor echt gebruik. 

Het verhindert weliswaar het zicht op de monumentale bebouwing, maar maakt de hele boel wel een stuk levendiger. En een leuke markt verlaten we altijd, zo materieel zijn we ook wel weer ingesteld, met een aantal leuke dingetjes.

Het zicht op de Duomo, waar in 1514 mee begonnen werd en die in 1774 barok werd voltooid, wordt overigens eveneens onttrokken door schuttingen. Daar kunnen we dus niet in.

Verder rondkijkend in Carpi valt ons de aanwezigheid van een groot aantal bouwkranen en steigers op. Heel monumentaal Carpi lijkt aan een fikse opknapbeurt te worden onderworpen. Dat zou je kunnen toeschrijven aan het feit dat de stad bij de aardbeving van 2012 flink werd toegetakeld, maar de voortvarendheid waarmee de boel wordt opgeknapt en verfraaid is daarmee niet afdoende verklaard.

Daarom ontwikkelen wij een andere en veel uitdagender theorie: Hier is sprake van een grootse poging om Carpi op de kaart te zetten. Het zou ons niets verbazen als over een paar jaar, wanneer de steigers zijn afgebroken en de bouwvakkers zijn vertrokken, de grote sprong voorwaarts wordt gemaakt. Carpi wordt Europese culturele hoofdstad van het jaar 2019. Officieel staan Matera en Plovdiv nog op de agenda, maar dat gaat binnenkort veranderen. Mark our words!

vrijdag 23 september 2016

Concertlogistiek



Omdat het de tweede keer was dat we in Magnano (in het kader van het sympathieke jaarlijkse festival aldaar) een concert wilden bijwonen meenden wij (gepokt en gemazeld) dat we ons terdege hadden voorbereid op een ongestoorde concertgang. Maar zo simpel bleek het toch niet te zijn.

Het is natuurlijk een gegeven dat Magnano een klein schattig oud plaatsje is ergens ten noorden van het meer van Viverone. Niet helemaal naast de deur, dus (ook niet de deur van ons Italiaanse zomerverblijf). Daarom hadden we vooraf een overnachtingsadres geregeld, op comfortabele loopafstand van de concertlocatie, het historische romaanse kerkje van San Secondo (waar, blijkens het uitputtende beeldverslag van Alessandro en Simone, ook heel mooi getrouwd kan worden). Ongelooflijk pittoresk gelegen op het Piemontese platteland, voor zover het land in dat deel van de wereld plat genoemd kan worden. Hoe dan ook: midden in de velden buiten enige vorm van bebouwde kom.

Dat is op zich natuurlijk geen enkel bezwaar, alleen bracht het wel de vraag naar voren waar we, voorafgaand aan het concert, een hapje zouden gaan eten. In Nederland is dat geen enkel probleem. Daar begint een concert in de regel om 20:15 uur, en uren voor dat tijdstip kun je al in elke eetgelegenheid terecht om de maag te vullen. In Magnano begon het concert om 21:00 uur (stipt op tijd overigens), maar zit je in de regel niet voor acht uur aan tafel.

Hier wreekte zich vervolgens het feit dat Magnano een klein schattig oud plaatsje is. Het plaatselijke restaurant (Locanda Del Borgo Antico) bleek namelijk alleen open te zijn voor wie vooraf had gereserveerd. Nu nemen Italianen het prenotare uiterst serieus, maar zo bont hadden we het nog niet eerder meegemaakt. Dus moesten we in allerijl op zoek naar eten in de niet al te verre omgeving, met alle stress die daarbij dan meteen spontaan om de hoek komt kijken.

We hebben het gered, maar het was allemaal niet zo feestelijk als we het ons van tevoren hadden voorgesteld. De volgende keer gaan we ons nog beter voorbereiden en ook al vooraf het eten regelen. Drie kilometer verder blijkt bijvoorbeeld Agriturismo La Bessa te liggen, met een menu “a base di prodotti di prima qualità e di materie prime di provenienza locale e nostrana, variano stagionalmente e settimanalmente, al fine di offrivi un vasto assortimento di assaggi sempre diversi e sempre più golosi!” Daar valt vast wel een prettig vorkje te prikken, als ze tenminste de keuken op tijd openen en wij ons ruim genoeg van tevoren als eter hebben aangemeld. En anders stellen we zelf een smakelijke picknickmand samen en klappen we voor de kerk, tussen de koeien, een tafeltje uit om in de buitenlucht te dineren. Dat is in de zomer op het Italiaanse platteland immers geen enkel probleem.

Maar, hoe dan ook: reken er op dat we de volgende keer tot het uiterste voorbereid in Magnano arriveren. Tot de tanden bewapend, zogezegd. Met mes en vork in de aanslag.