zaterdag 14 november 2020

Digitaal toerisme: rotsen en kastelen

Nu we onszelf in de vorige aflevering digitaal toeristisch hebben ondergedompeld in de schuimende badkuip van de Sextantio Albergo Diffuso worden we plotseling de geluiden van een ploffende motor gewaar die de smalle straatjes van het dorp onveilig maakt. Kan dat wel, op een motor door Santo Stefano rijden? Alleen natuurlijk als je de Zweeds-Italiaanse Daniele Kihlgren bent die vanaf 1999 het totaal vervallen dorp een beetje heeft opgekocht en een deel inderdaad tot hotel heeft omgebouwd. Dat wisten we nog niet in ons vorige bericht, maar als je maar lang genoeg rondsnuffelt op het wereldwijze web worden al je vragen beantwoord. Zelfs vragen die je niet hebt gesteld. 

Rocca Calascio

Zo snappen we nu ook dat we, indien we tussen de 18 en 40 jaar oud zijn, gratis in Santo Stefano kunnen gaan wonen als we tenminste een (toeristisch) bedrijf willen starten. Dat heeft recent de Nederlandse pers gehaald. Dat is echter niet waarover we liggen te mijmeren. Want wij vragen ons af waarom een klein stukje verder in het dorp een vakantiehuis staat dat Ladyhawke heet. Daar is geen woord Zweeds bij. Gekker moet het toch niet worden. Maar een weldadige mildheid is inmiddels ons deel, zeker als we merken dat het toebehoort aan Chiara en Luigi van Gira e Rigira die ook dingen doen met ezeltjes. Excursies in de omgeving bijvoorbeeld, wat dus tamelijk voor de hand ligt als je ezeltjes hebt. Sinds we in Piemonte een wijnbedrijf annex ambachtelijke bierbrouwer zijn tegengekomen waar ze ook van alles doen met ezeltjes (Amedea, Valeria, Cerere, Diavolo Rosso, Eifù, Elettra, Nella, Rodolfo Valentino, Sciuri en Sileno) verbazen we ons nergens meer over. Alleen: dat Ladyhawke geeft ons toch een beetje een Rutger Hauer gevoel, een soort plaatsvervangende vaderlandse orgogliosità.
 

Hoe dan ook, horen we daar geen kleine ezelhoefjes op het plaveisel? En hier schijnen we ons ongemerkt verplaatst te hebben naar de warmste dag van het jaar, waar de jonge moeder Donatella Toletti (helaas werkloos geworden, het zijn moeilijk tijden) met een clubje (andere) ouders en kinderen is neergestreken voor een toeristisch dagje ezeltjesrijden. Donatella is schrijfster van het blog Mama, waar sleep je me nu weer naar toe? (toegegeven, in het Italiaans klinkt het veel liever – https://mammadovemiporti.it/ – itinerari, eventi e locali per famiglie con bambini in Abruzzo e dintorni) waarin ze de mogelijkheden bespreekt om als ouder in de buitenlucht lekker met kleine kinderen bezig te zijn. Als je dus, net als zij, in Teramo (of ergens in die buurt) woont op een bovenwoning zonder tuin en zo. De kleine rakkers moeten toch hun energie kwijt en lekker door de pittoreske malle en smalle straatjes van Santo Stefano dwalen is dan al een hele belevenis, zeker in het vooruitzicht dat je straks boven op een ezeltje mag gaan zitten.

Dat het de warmste dag van het jaar is, is geen bezwaar. Santo Stefano ligt op 1250 meter boven zee, dus houd dan maar een vestje in de aanslag. Denk aan dit gegeven voor je besluit in Santo Stefano te gaan wonen. En waar gaat de tocht naar toe over de ruige Campo Imperatore, ook wel Klein Tibet genoemd? Ho, ho, ho, hier gaat de verbeelding met de digitale toerist op de loop, want de Campo Imperatore ligt een paar kilometer verderop, op duizelingwekkende hoogte, en vanuit Santo Stefano gaat weliswaar een provinciale weg die kant op (zonder enige garantie op een behouden aankomst), maar leuker lijkt ons de kabelbaan vanuit Fonte Cerreto, die overigens voor ezeltjes niet toegankelijk is.

Maar of je daar met kinderen naar toe moet willen? Ook de raarste vragen zijn al bevestigend beantwoord, bijvoorbeeld door Femke & Lard die het in 2017 met dochter Juki (6 maanden) hebben gedaan en daarbij 135 kilometer gewandeld en 43 luiers gevuld hebben (https://oppad.blog/2017/06/11/gransasso/). Dit keer gaan de ezeltjes naar het wat dichterbij gelegen Calascio, en meer specifiek naar de Rocca Calascio (http://www.roccacalascio.info/), weer zo'n jaloersmakend stukje Italiaanse ruïneuze bellezza, achteloos pittoresk in het landschap neergesmeten. Alsof ze het er om doen! En dus mede bekend, zoveel wordt ons al snel duidelijk, als decor voor de film Lady Hawke uit 1985. Geen wonder dus dat Rutger Hauer gevoel. Onze Rutger Hauer! Nauw terzijde gestaan door die meer dan aanbiddelijke Michelle Pfeiffer. 

Aan het verhaal gaan we niet veel woorden vuil maken. Er is een bisschop van Aquila (wat mogelijk is, want de stad van die naam ligt een stukje verderop). En de overige hoofdrolspelers lijken verdwaalde Fransen: Isabeau, Etienne en Phillipe. Dat werkt weer tamelijk vervreemdend. Voor Amerikanen die van mening zijn dat Amsterdam de hoofdstad is van Denemarken is het vermoedelijk ronduit acceptabel. Wat eveneens geldt voor het feit dat de twee gebruikte haviken (Gift en Spike) van een soort zijn dat alleen in de nieuwe wereld voorkomt. Eigen haviken eerst! In de wereld van de verbeelding vervagen alle beperkingen. En leuk dat in de film ook de kastelen van Torrechiara en Castell' Arquato als locaties zijn gebruikt. Heerlijk! Dat is voor ons (ook als niet digitale toeristen) bekend terrein. Hoe vaak we niet voor een kopje koffie halt hebben gehouden in Bar Stazione (geen trein te bekennen) aan de doorgaande weg van Castell'Arquato voor we onze weg naar de binnenlanden (langs het stuwmeer van Mignano) vervolgden.

Kinderen op ezeltjes zullen zich aan deze overpeinzingen weinig gelegen laten liggen. Die kijken vol verwondering (en bewondering) naar de machtig oprijzende muren. Zo'n hoge toren waar je niet vanaf moet vallen. En die vragen zich af of er in de buurt nog meer van die fijne kastelen zijn. Maar wij staan dan weer stil bij het feit dat de Rocca ook als decor is gebruikt voor andere films, zoals De Naam van de Roos (Sean Connery – de Schotse Rutger Hauer – in een tamelijk historisch verantwoorde rol) en The American (George Clooney – de Amerikaanse Rutger Hauer – in het karakteristieke zwart wit van Anton Corbijn). 

En als je jezelf de vraag stelt waar je in die buurt nog meer naar toe kunt, blijk je bijna als vanzelf weer uit te komen op de pagina's van CiaoTutti. Ciao Tutti is ook hier al weer overal geweest en heeft alles al bekeken. Niet alleen Santo Stefano, maar ook Castel del Monte, Scanno en het wat verderop gelegen Civitella del Tronto. Daar valt als simpel digitaal toerist niet tegenop te werken. Maar waarom zou je? Gewoon lekker wegmijmeren en hopen dat het vaccin snel beschikbaar is zodat we in het voorjaar weer fysiek op pad kunnen.

maandag 9 november 2020

Digitaal toerisme: Schaapjes tellen

Nu het door omstandigheden knap lastig is om onbekommerd in Italië rond te reizen vallen gevoelens van bijna nostalgische aard soms moeilijk te vermijden. Wat een heerlijke gedachte om wandelend door al die prachtige landschappen te dwalen. Dat het niet helemaal de tijd van het jaar is om wandelend door prachtige landschappen te dwalen mag de pret niet drukken. In een nostalgische bui kunnen dat soort praktische overwegingen makkelijk worden verdrongen.

Nu zijn we bij Droomhuis Italië fervente voorstanders van wandelen, maar bij deze activiteit legt de praktische uitvoering het vaak helaas af tegen de theoretische wens. Gaan wandelen kan een heel gedoe zijn. Je moet eerst ergens naartoe, en in de vrije natuur heb je daar dan bijvoorbeeld een auto voor nodig. En na het lopen van een mooie route zit je vervolgens met het probleem dat je ook weer terug moet om bij je auto te komen. Vroeger was dat heel anders, alleen al om het feit dat er toen geen auto's waren. Je had wel paarden, maar als je een paard had ging je niet lopen. Dus je ging de deur uit, en daar was je al aan het wandelen. Bij verplaatsingen waren vaak weinig andere mogelijkheden dan het gebruik van eigen benen, en dat zonder speciaal ontworpen schoenen, aerodynamische rugzakken en wind- en waterdichte kleding. Of mensen vroeger minder klaagden is de vraag, maar ze waren wel een stuk minder kinderachtig. 

Cipres van San Francesco

 Zo liep bisschop Sigeric in 990 van Rome naar Canterbury (hij was al eerder van Canterbury naar Rome gelopen) en maakte op verzoek van de paus meteen van de gelegenheid gebruik om zijn tocht te documenteren. Tegenwoordig levert een vakantie een tijdlijn op waar de linkerkant van bijna alle foto's wordt ontsierd door telkens dezelfde rotkop, maar van bisschop Sigeric is nauwelijks bekend hoe hij er uit zag. Wel hebben we nu de Via Francigena die ook door Nederlanders wordt gebruikt om naar Rome te wandelen. De heilige Franciscus was eveneens een verwoed wandelaar die zich in zijn Wanderlust weliswaar tot Italië beperkte, maar wel alle kanten opging. Dat heeft geresulteerd is allerlei Cammini San Francesco (meervoud) want in het tamelijk complete overzicht Cammini d'Italia (https://www.symbola.net/rubrica/cam-italia-20/) komen wij er op het eerste gezicht al zo'n 8 tegen.

Een aantal van die wandelingen heeft een eigen inspirerende website. De directe bemoeienis van de heilige kan betwist en betwijfeld worden, maar zijn invloed in onmiskenbaar. Bij de pagina's die zich bezighouden met het wandelpad van Rimini naar La Verna (http://www.camminosanfrancescoriminilaverna.it/en/) slaat bij ons de nostalgie onbekommerd toe. In zowel Rimini als LaVerna liggen emotionele herinneringen, dus dat helpt. Heerlijk om zo te wandelen in het dal van de Marecchia om daarna de Apennijnen over te steken en in Toscane te eindigen in het mysterieuze La Verna, waar het ijzeren bed van de heilige nog kan worden bewonderd. We zien het helemaal voor ons. We zouden meteen op pad willen gaan.

Als de realiteitszin dreigt toe te slaan moeten we onszelf wel toegeven dat het een pittige wandeling zal worden, volgens het routeschema in vijf dagen te volbrengen. Vooral als we door de bergen moeten zal het niet meevallen. Maar de eerste twee etappes moeten toch kunnen. Op dag 1 vertrekken we dan vanaf het station van Rimini. Dat heeft de heilige nooit gedaan, arriveren met de Frecciabianca, maar dat is nu eenmaal de vooruitgang. Kriskras gaan we de stad door, omdat de route wenst te voeren langs alle plaatsen die mogelijk met de heilige in verband kunnen worden gebracht. De voorraad lijkt onuitputtelijk. Dan de heuvels in, om te eindigen in Villa Verucchio, waar we meermalen gelogeerd hebben en natuurlijk de heilige Franciscusboom niet mogen missen. Het is allemaal na te lezen op de website, ook de tweede etappe die naar het pittoreske San Leo voert.

Kerk in San Leo

Uitzicht San Leo

Dan zijn we op 570 meter boven zeeniveau aangekomen, maar de dagen daarop kan het echte klimwerk beginnen. Vooral in de etappes 4 en 5, waarin het boven de 1200 meter gaat. Ruige bergen. Uitgestrekte woestheid. Weidse vergezichten. Vooral de mededeling dat we tussen Balze di Verghereto en La Verna een schaapskudde tegenkomen bewaakt door honden doet de verbeelding steigeren. Evenals de mededeling dat we maar beter de herders Pasquale of Franco Biserni op nummer 0543 902708 kunnen bellen (want je weet maar nooit!) doet het hart sneller kloppen. Want het landschap is woest en uitgestrekt, en met honden die een kudde bewaken moet je niet willen spotten. Daar zijn zelfs speciale waarschuwingsbordjes voor in omloop.

En dat brengt ons onvermijdelijk op wolven. Die kunnen de bordjes weliswaar niet lezen, maar lijken in het algemeen weinig zin te hebben om ruzie te krijgen met een bewakingshond. In Nederland hebben we tegenwoordig ook wolven (en schapen), en daarom hebben we een Interprovinciaal Wolvenplan (want wolven storen zich niet aan grenzen). En worden er pilots uitgevoerd om onze schapen door honden voor wolven te behoeden. In het uitgebreide verslag van de pilot lezen we dat de inzet van kuddewaakhonden samen met het gebruik van elektrische rasters de meest effectieve vorm van schadepreventie tegen wolven is. Maar ook dat voorlichting richting recreanten en passanten van groot belang is om risico’s zoveel mogelijk te vermijden. Plaatsing van waarschuwingsbordjes is goed maar niet voldoende. Actief aanspreken van recreanten is onontbeerlijk. Nu weten we meteen wat Pasquale of Franco gaan doen als we langskomen: ze gaan ons actief aanspreken. Tenzij we duidelijk kunnen maken dat we geen recreanten zijn.

Dat brengt ons meteen op de vraag met welk soort honden we hier te maken zullen krijgen. In ons digitaal toerisme willen we echt alles weten. Van de hoed en de rand. En hoewel enig giswerk hier onvermijdelijk is (we hebben Pasquale of Franco niet gebeld) houden we het op de onvolprezen Cane de Pastore Abruzzese, ook wel bekend als de Mastino Abruzzese. Die ziet er uit als een goeiige lobbes, type Golden Retriever, maar schijnt bedriegt hier. Federico Lavanche, die helemaal gek is van dit soort honden en er alles vanaf weet, zegt niet voor niets: “Unico e indiscusso è il suo coraggio, che lo porta a difendere senza mai indietreggiare ciò che alla sua custodia viene affidato, portandolo ad affrontare predatori anche più grandi di lui, con cui, all’occorrenza, ingaggia lotte fino all’ultimo sangue, uscendone non di rado vincitore.” En hierbij dienen we ook in de gaten te houden dat een waakhond zelden alleen komt, maar opgroeit in roedels en daar van soortgenoten het vak leert.

In het kader van ons digitaal toerisme zijn we nu bij herders aangeland, die bijna uitgestorven bevolkingsgroep die de uitgestrekte woestheid trotseert. Hier komen we ook dierenarts Valeria Gallese tegen die blijkens een artikel in de Corriere della Sera helemaal native is gegaan op de Campo Imperatore bij de Gran Sasso, daar een schaapherder heeft getrouwd, op een verlaten boerderij is gaan wonen en haar kinderen in de vrije natuur laat opgroeien. Ook dat prikkelt natuurlijk weer ongelooflijk de nieuwsgierigheid, temeer omdat Valeria eigenhandig het oude beroep van schaapherder en dat van de bijbehorende wolbereiding van de teloorgang schijnt te hebben gered. Het geheel heeft een hoog Robinson Crusoë gehalte, zeker door die vrije natuur waar zich dit alles lijkt af te spelen. Maar hoewel de omgeving van de Gran Sasso geenszins op Milaan lijkt (voor een Milanees lijkt ongeveer alles buiten Milaan op platteland) is het pittoreske plaatsje Santo Stefano di Sessanio, waar het wolwinkeltje Aquilana Lana Italiana aan het Piazza Medicea is gevestigd behoorlijk opgestoten in de vaart der volkeren. Het behoort tot het exclusieve clubje van mooiste borghi van Italië en lijkt met zijn 15 hotels en B&B's (één grote albergo sfuso) meer gastenbedden te hebben dan inwoners (116, volgens de telling van alweer een aantal jaren geleden). Je zit daar in de winter echt niet rillend voor een kacheltje. Op de plaatjes blinkt ons de schuimende badkuip van de Sextantio Albergo Diffuso (4 sterren) uitnodigend toe.

En dat is dan weer een geruststellende gedachte: ook bij ons digitaal toerisme (dat ons alle kanten opstuurt) hoeven we aan comfort niet in te leveren.

donderdag 14 mei 2020

Schneeräumung

Nu het barre tijden zijn en we sterk de behoefte hebben aan een zwaluw die wel lente maakt krijg je ook wel de neiging om terug te verlangen naar een wereld die nog helder en overzichtelijk is. In dat kader is het goed om te beseffen dat ook dit jaar weer een aanvang is gemaakt met het weghalen van de sneeuw op de Gotthardpas in Zwitserland.

Op zich is dat natuurlijk geen groot nieuws, en met de reisbeperkingen die op dit moment gelden is ook nog eens de kans aanwezig dat je er helemaal niets aan hebt in het kader van de gewenste reis naar en van Italië. Maar de webpagina http://www.gotthard-strassentunnel.ch/de/mitteilungen/gotthardpassraeumung/ kan niettemin als een soort rustmoment worden gezien in de hectiek van het moment. De onmetelijke witheid van het berglandschap. De eerlijke condities van de ongerepte natuur. De dikke pakken sneeuw. De stoere mannen (vrouwen niet uitgezonderd, want het blijven wel Zwitsers) die met grote machines vastberaden de sneeuw te lijf gaan.

Op de pagina wordt sinds 2014 jaarlijks bijgehouden hoe dat in zijn werk gaat, met foto's bijgevoegd. En in een taal die zo geweldig prozaïsch is dat het bijna weer poëtisch wordt. Hier zijn mensen aan het woord die van aanpakken weten en aan korte zinnen genoeg hebben. Niet lullen, maar poetsen.

Zo maakt de eerste melding (uit 2014) gewag van heel veel sneeuw:

2014 Woche 11 Vorinspektion: Am 13. März 2014 sind wir mit den Tourenskier für eine Kontrolltour und Vorinspektion von der Urnerseite auf den Pass marschiert. Wir sind überrascht, wieviel Schnee es hat, etwa 1 Meter mehr als letztes Jahr. Die Verkehrsschilder auf dem Pass könnten wir beinahe von Hand auswechseln.


In 2020 heeft op dit punt overigens de moderne tijd toegeslagen. Niks geen Tourenskier meer, maar inspectie uit de lucht door middel van een Rekoflug, wat overigens ook mooie plaatjes oplevert.

De sneeuw is in 2020 matig (mässig) en de hoge temperaturen hebben het smelten van de sneeuw bevorderd. Het klinkt bijna als een teleurstelling, want waar blijft zo de lol van het betere sneeuwruimen, met Fräsen en Pneulader en, als al het andere faalt, ook nog eens de 1504er.

Gelukkig blijkt er in week 18 sprake van: garstige Verhältnisse, Dienstag mit Schneeregen, Mittwoch bedeckt und ab Donnerstag Schneefall. Slechts elf woorden, maar er gaat een hele wereld van kameraadschap en Schnapps achter schuil. Waar het op uitloopt laat zich nog even raden, want de prognose voor de opening van de pas luidt: Gegen Auffahrt, je nach Witterung (wat dat ook moge betekenen).

En nu maar hopen dat de reisbeperkingen worden opgeheven en dat we dan bij onverhoopte files voor de tunnel bovenlangs over de pas kunnen.

zondag 17 maart 2019

San Galgano

De heilige in kwestie, biddend voor zijn zwaard
De naam van Galgano Guidotti zal niet bij iedereen meteen grote blijdschap en wild enthousiasme tot gevolg hebben, maar het is een ouderwetse heilige, gestorven in 1181. Verrassend veel heeft hij eigenlijk niet gedaan, behalve dan het bipolair schakelen van een zondig aards leven als ridder naar een vrome variant van weinig om handen hebben als kluizenaar. In Italië zijn ze echter gek op heiligen, en ook het feit dat deze heilige als feestdag onder meer 5 december heeft veroorzaakt bij ongeveer de helft van Droomhuis Italië een prettige rilling.

Op het onvolprezen Heiligennet wordt het leven van de heilige compact beschreven, waarbij een aantal bijzondere genadegaven wordt benadrukt: zo kon hij in de toekomst kijken, wist hij de aanwezigheid van de duivel te onderscheiden en uit te drijven en gaf hij vele zieken en hulpbehoevenden hun gezondheid terug. Verdere bijzonderheden worden niet gegeven, dus naar het waarheidsgehalte van deze beweringen kunnen we slechts raden. Laten we het er op houden dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn. En verder mag iedereen er het hare of zijne van vinden.

De abdij van San Galgano
Concreter is natuurlijk het zwaard dat de heilige naar verluid in de rotsen heeft gestoten. Een echt Excalibur-momentje dat we gewoon iedere dag kunnen bewonderen in de kapel bovenop het heuveltje van Montesiepi, gemeente Chiusdino in Toscane. En dat hebben we een paar maanden geleden dan ook gedaan toen we toch in de buurt waren. En dat zwaard is oud en echt, zeggen mensen die het kunnen weten. En het heeft, naar wordt beweerd, model gestaan voor het zwaard uit de Arthur-legende.

Over het waarom van deze actie doen minimaal twee verhalen de ronde. Het eerste houdt het er eenvoudig op dat de bekeerde ridder behoefte had aan een kruisbeeld en daartoe zijn zwaard in de rotsige bodem plantte. Deze versie geeft echter geen bevredigend antwoord op de vraag waarom dat zo maar ging. Een beetje rots is namelijk vrij hard. De tweede versie benadrukt wat meer het feit dat we hier toch wel met een wonder te maken hebben. Er is sprake van de bekende stem uit het niets die Galgano opdraagt zijn zondig leven achter zich te laten. Omdat Galgano de realistische opvatting heeft dat de geest weliswaar gewillig is, maar het vlees zwak, antwoord hij dat zoiets even makkelijk is als met zijn zwaard een rots te splijten. De rest laat zich raden, waarbij de vertelling zich mogelijkerwijs bedient van beeldspraak van het type 'als een mes door de boter'.

Heden ten dage is het decor van dit wonderbaarlijk gebeuren een toeristische trekpleister, waartoe behalve de al genoemde kapel ook de ruïneuze abdij van San Galgano behoort. Wij hadden er nog nooit van gehoord, tot we daar dus toevallig in de buurt waren, maar het is natuurlijk wereldberoemd en op elke feestelijke Toscane-site beschreven. Op Vakantie Naar Toscane (mooie pagina met veel info en foto's) is bijvoorbeeld van mening: “Tijdens je vakantie in Toscane zou een bezoek aan de ruïnes van de abdij van San Galgano zeker niet mogen ontbreken. Het unieke suggestieve karakter van deze verlaten abdij lokt het ganse jaar door duizenden bezoekers en levert heel wat prachtige foto’s op.” Namens Ciao Tutti is Saskia langs geweest, die vooral ook erg in haar sas is met de nabij gelegen Salendo Wine Bar. We gunnen iedereen welke culturele voorkeur dan ook.

Het heuveltje met de kapel. De Wine Bar zit ergens tussen de bomen.
En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Op Dit Is Italië wordt bijvoorbeeld beweerd dat San Galgano een van de meest bezochte middeleeuwse monumenten in Toscane is. Als wij er zijn valt dat gelukkig reuze mee. Het hoogseizoen is duidelijk voorbij.

Het enig andere bezoekersvolk dat we bij ons bezoek tegenkomen is een buslading oudere Amerikanen, die georganiseerd wordt rondgereden en die we later in het nabijgelegen Chiusdino goed gegidst terugzien (“If the climb to the museum is too tiring, we'll meet in a half hour in the restaurant round the corner”). We arriveren in de mist, de enig juiste enscenering voor de grote Cisterciënzer abdij waarvan alleen de muren nog overeind staan. Mysterie! Vol verwachting klopt ons hart.

koude nacht
Het is een koude nacht geweest, en de rijp lag op de daken (als de abdij tenminste zijn daken had behouden). Maar de zon wint snel aan kracht als we naderen, en plotseling (als we de auto al geparkeerd hebben) duikt, op een steenworp afstand, het indrukwekkende gebouw uit het niets op. Daarna wordt het een wolkeloze dag vol zonneschijn. De fotogenieke kerk, de sala capitolare met de tentoonstelling van een plaatselijke kunstenaar, het wandelpad de heuvel op naar de kapel, het zwaard. Alles kan in alle rust worden bekeken voor we toe zijn aan een kopje koffie.

Heilige met zwaard.
Hetzelfde geldt daarna voor de bezienswaardigheden in het museum van Chiusdino, waar we nog even de artistieke verbeelding van het leven van San Galgano tot ons laten doordringen. Dat een man zo opgewonden kan raken van een zwaard. Pure extase! Hoogwaardige mystiek!





De kapel die om het zwaard heen is gebouwd.

zondag 3 maart 2019

Crowded planet, tutto bene!

We hebben al vaker geschreven over de Via degli Abati, en we gaan er hier toch weer wat over vermelden. En tegelijkertijd maken we reclame voor een paar heel fijne collega-bloggers.

Om met het laatste te beginnen (en het eerste meteen mee te nemen). The Crowded Planet (Finding Nature Everywhere) is een ongelooflijk volle blog met heel veel mooie verhalen van over de hele wereld, maar met veel Italiaanse inhoud. Als Droomhuis Italië doen we ons best, maar dit is toch wel de vergrotende of overtreffende trap. Het is het geesteskind van Margherita (uit Italië) en Nick (uit Australië). Dat verklaart voor een deel de grote Italiaanse inhoud, die ook nog eens een keertje van een heel goed niveau is. Margherita en Nick zijn fervente wandelaars, en ze schrijven meteen zo'n beetje mooi en uitgebreid alles op waar ze tegenaan (of overheen) lopen. Een aanrader voor iedereen die mooie dingen over Italië wil lezen.

En verdomd: een tijdje geleden liepen ze dus ook de Via degli Abati. Dat wil zeggen, het gedeelte van Bobbio naar Borgotaro. Als wereldberoemde wereldwandelaars bleven ze niet onopgemerkt, want de Gazzetta di Parma besteedde er aandacht aan. Op (of omstreeks) 30 juni 2018 waren ze in Bardi, zo lezen we in de krant. Als je dat leest denk je toch al gauw: misschien zijn we ze in Bardi wel tegengekomen. Als we de kunst van het selfies maken onder de knie hadden gehad, was het mogelijk meteen selfie time geworden. Of hadden we ze uitgenodigd voor een kopje thee in ons vakantiehuis, want dat ligt toch aan de route.

Hun uitgebreide verslag van de tocht leest als glorieuze reclame voor ons stukje Italië. “Via degli Abati may very well be the perfect Italian long-distance hike.” is meteen al de binnenkomer, en daar wordt een mens wel een beetje blij van. En wat te denken van de wervelende zin: This 120 km trail across the Emilia Romagna Apennines is wild, full of history and walked only by a few hundred brave souls every year.” Ook nog eens een beetje snob-appeal. Santiago de Compostela, move over! Voor de keiharde die hards bestaat overigens de mogelijkheid om de hele route in één dag in de omgekeerde richting af te rennen (dit jaar op 27 april), maar dat zouden we de gemiddelde wandelaar toch niet willen aanraden.

En daar gaan de nijvere wandelaars. Van Bobbio (stunning Ponte Gobbo) gaat het via Nicelli, Groppallo naar voor ons bekend terrein: Bardi met zijn “imposing castle surrounded by the mountains”. Daarna gaat het verder naar Borgotaro, en dat is helemaal één groot feest der herkenning. Monastero, Noceto, Brè en Pieve di Gravago. 

Daarna op weg naar Osacca, waar je (vertel ons wat) op twee manieren kunt komen. De splitsing is bij ons om de hoek. En daarna de bergen over naar Borgotaro.

U ziet het. We draven in ons enthousiasme een beetje door. Alsof we zelf onderweg zijn. Alsof we ons zelf laten meeslepen door spanning en sensatie. “we do not recommend the Via degli Abati to solo hikers – if you fell and hurt yourself, or if something happened, it may be hard for you to seek help. It’s much better to go in pairs or small groups.” “You may also come across wild animals along the Via degli Abati – we saw deer and snakes, but thankfully no vipers. There are also wild boars in the area, and they may be aggressive.”

Zo lijkt ons deze liefdesverklaring wel voldoende. Hoewel het ook leuk is om te verwijzen naar het verhaal over de mooiste stadjes in Emilia Romagna, waar Bobbio, Bardi en Borgotaro wederom, heel instructief en inspirerend, komen opdraven.

Er zijn ook interessante verhalen over het grootstedelijke Milaan, de serie Mondays in Milan. 35 gratis dingen om te doen! De beste betaalbare restaurants! 99 redenen om van Milaan te houden! Een stuk beter dan het gemiddelde verhaal op Trip Advisor en vergelijkbare sites. Toen we ze lazen kregen we meteen weer zin om eens die kant op te gaan. Maar helaas, de komende maanden is het Laatste Avondmaal weer helemaal volgeboekt.

dinsdag 12 februari 2019

Grand Hotel Europa

In zijn meer dan geslaagde boek Grand Hotel Europa wordt de hoofdpersoon Ilja Leonard Pfeijffer omstreeks pagina 409 bevangen door een redeloze woede over het te veel aan toeristen dat de straatjes en bruggetjes van Venetië verstopt en slaat hij een op zich onschuldige Duitser 'met fototoestel en al' over een gietijzeren hekje de gracht in.

In deze blog is de naam Ilja Leonard Pfeijffer al vaker gevallen, en de eerste keer omdat we het niet helemaal eens waren met de meedogenloze lof die hij alom kreeg toegewuifd voor zijn boek La Superba. Dat boek vonden we niet op alle fronten even overtuigend en geslaagd. De kern van onze bedenkingen wordt in Grand Hotel Europa weergaloos geadresseerd. Of opgeheven. Of zoiets. Hoe dan ook: de oude zwakheden zijn overwonnen, en wat resteert is een triomf.

Iedereen zou dit boek moeten lezen. Er worden grote thema's in aangesneden en relevante vragen aan de orde gesteld. Het houdt zich bezig met de vraag naar onze identiteit en onze bestemming. En het is op punten ook nog eens zeldzaam humoristisch en soms ronduit hilarisch.

We zullen in deze simpele blog op dit moment hierop niet al te diep ingaan. En omdat we het hier graag luchtig en anekdotisch houden beperken we ons ertoe wat krenten uit de pap te pikken. Laten we ons daarom richten op de gebeurtenissen van pagina 409.

Daarbij valt in de eerste plaats op dat voornoemde Ilja Leonard Pfeijffer naar de inschatting van zijn vriendin Clio de enige is die in heel Venetië in augustus rondloopt in een pak en een stropdas. Dat moge gezien de omstandigheden lichtelijk overdressed zijn, maar het is tegelijkertijd een dandy-istisch statement tegen de verloederende voorkeur van de gemiddelde toerist om zich in een vorm van ondergoed en op teenslippers in de prachtige oude stad op te houden. Hetgeen natuurlijk een betreurenswaardig gebrek aan bella figura is, het kan niet anders gezegd worden.

Ilja Leonard Pfeijffer heeft op het moment van schrijven eveneens een waas voor ogen omdat hij net zijn uiterste best heeft moeten doen een bloemist te vinden om een mooi boeket voor zijn geliefde te kopen. Dat is met pijn en moeite gelukt, maar de fraaie bos witte tulpen blijkt slecht bestand tegen de horden die zich eind augustus fotograferend en selfie-producerend in de stad ophouden en nergens anders oog voor hebben dan het vullen van de tijdlijn. Hun eigen tijdlijn, wel te verstaan, die nog wel wat unieke experiences kan gebruiken.

We kunnen ons de getergde protagonist levendig voorstellen, maar eveneens bevangt ons enige twijfel omtrent het waarheidsgehalte van de beschreven scene. Tulpen eind augustus? Zoals we allemaal weten is de tulp een frisse voorjaarsbloem die ergens eind april zijn kopje laat hangen en vervolgens vakkundig gekopt wordt om de bollen aan het werk te zetten. Maar goed: technisch is het mogelijk het hele jaar door tulpen in een koude kas in bloei te helpen. Wat ze overigens niet meteen bijzonder geschikt maakt voor de Italiaanse zomerhitte waaraan ze vervolgens worden blootgesteld.

En dan nog zoiets: witte bloemen om een geliefde blij en romantisch te stemmen? Gaat dat wel goed? In Italië is immers, zoals ook in het boek uitgebreid aan de orde komt, alles ritueel en traditioneel in beton gegoten. Italianen zijn verzot op tradities. Sterker nog: deze zijn heilig.

Omdat wij ons als Droomhuis Italië graag aan de feiten houden zijn we meteen op het wereldwijze web gaan snuffelen naar de significato tulipani. Die troffen we gelukkig aan op de pagina https://www.giardinaggio.net/fiori/significato-dei-fiori/tulipano.asp. En daar lazen we niet alleen dat de tulipano geliefd is en een een heraut van de lente, maar ook dat witte tulpen een boodschap zijn om vergeving te vragen (I tulipani bianchi sono un messaggio per chiedere perdono). In het geval van de grote Ilja Leonard Pfeijffer was dat een nederig gebaar dat (voor even) goed uitpakte.

En, lieve lezers van dit blog: hoe is jullie ervaring hier? Zijn witte tulpen in Italië het hele jaar beschikbaar, omdat altijd wel ergens vergeving nodig is? En straalt die nederige boodschap inderdaad van mooie bosjes witte tulpen af? We zijn benieuwd naar jullie ervaringen. En de volgende keer dat we in Italië zijn gaan we er eens goed op letten als we ons in de buurt van een bloemenwinkel bevinden.

zondag 13 januari 2019

Wijnproeven of fijnproeven?

In de Nederlandse winter snakken we vaak naar de Italiaanse zomer met lange, warme dagen. Kou, sneeuw, ijs en schaatsen zijn aan ons niet besteed. In dit kader kijken we ook altijd heel erg uit naar het nieuwste nummer van Italië Magazine (naar eigen zeggen de Italië expert), omdat in dat prachtige blad op de eeuwig glimmende pagina's de zon altijd schijnt. Dat levert kostbare feel good momentjes in donkere dagen. Heerlijk!

In het eerste nummer van 2019 lezen we bijvoorbeeld op het omslag dat er sprake zal zijn van wijnproeven in Piemonte. Daar houden wij ons ook wel eens mee bezig, getuige bijgaande foto. Dat we het een beetje onzorgvuldig lezen (waar het hart vol van is...) mag de pret niet drukken. Er staat eigenlijk 'Fijnproeven in Piemonte', maar een kniesoor die daar op let.

In het betreffende artikel (Piemonte, een reis vol geneugten) neemt Anna Rettig met foto's van Sascha Rettig ons aan de hand door de culinaire streek van truffels, kaas, hazelnoten en risotto. Maar gelukkig neemt ze op haar rondreis ook de plaatselijke wijnen mee. “Bij een bezoek aan Piemonte hoort natuurlijk ook wijn” zo steekt ze ferm van wal. “Juist rond Asti en Alba is het terrein ideaal voor de wijnbouw.” “De meest voorkomende druif is de nebbiolo, die in deze regio al eeuwenlang wordt verbouwd. De wijnboeren verwerken hem traditiegetrouw in de wijnen barolo en barbaresco, diep donkerrood glanzend in het glas...”

Als je zoiets leest slaat het hart enigszins op hol, maar dat heeft minder met het onderwerp te maken dan met de knulligheid en slordigheid waarmee er over wordt geschreven. Nebbiolo uit Asti? Dat wordt goed zoeken. Donkerrood glanzend in het glas? Alleen als je kleurenblind bent.

Hoewel wij van Droomhuis Italië pure liefhebbers zijn en geen haar op ons hoofd eraan denkt ook maar enig geld te vragen voor welke wijnschrijverij dan ook is ons het elementaire verschil tussen Barbera (de meest voorkomende druif in Asti, én donkerrood van kleur) en Nebbiolo (Alba en licht transparant met tonen van oranje) toch wel bekend.

Dat is ook helemaal niet moeilijk. Daar zijn goede wijngidsen over volgeschreven (onze favoriet is die van de Slow Wine, 1120 pagina's hoogwaardige informatie voor de schappelijke prijs van 24 Euro, in de betere Italiaanse boekhandel verkrijgbaar). En ook op het wereldwijze web is genoeg te vinden. Een redelijk uitgebreid overzicht in het Engels vind je bijvoorbeeld op http://www.ivinidelpiemonte.com/en/vini-e-territorio/. Wil je het nog completer, dan komt je algauw in het Italiaans terecht op https://www.prodottitipicipiemonte.it/vini.

Dit brengt ons op de vraag: Wie is die Anna Rettig die ons in onze glossy zo primitief mag onderhouden? Hier komt in ons iets onderzoeksjournalistiek (mits niet te diepgravend) naar boven, en dat leidt ons naar twitter waarop Anna zichzelf omschrijft als journalist traveller foodie, Dat zegt niet zo heel veel, behalve dat ze van vele markten thuis denkt te zijn. Gelukkig ziet ze zichzelf niet als influencer.

Een andere vraag zou kunnen zijn: en wie is dan de fotograferende Sascha Rettig. Is dat een alter ego? Twee personen voor de prijs van één (of omgekeerd)? Of is sprake van broer, oom, vader, echtgenoot? Daar komen we niet helemaal uit. Wel stuiten we bij ons oppervlakkig speurwerk op de pagina https://www.falstaff.at/nd/piemont-reisetipps-genuss-mit-geduld/. Dat is grappig, want dat bevat bijna hetzelfde artikel als in ons eigen Magazine, en dit keer geschreven door Sascha Rettig zelve, zonder tussenkomst van Anna. Wonderbaarlijke artikelvermenigvuldiging, daar houden wij van. Vrijpostig hergebruik van bestaand materiaal, mogelijk slim aangepast aan doelgroep en gewenste diepgang. Vol verwachting kijken we uit naar het volgende nummer.