vrijdag 26 oktober 2018

Genuees labyrint

Het volgende verhaal zal bij Ilja Leonard Pfeijffer, die vis in het water van de Genuese biotoop, ongetwijfeld leiden tot gebulder van homerische proporties. Niettemin moet het ons van het hart dat we recentelijk, bij het passeren van La Superba van west naar oost, lelijk zijn verdwaald als gevolg van het ontbreken van het bekende deel van de bekende rampenbrug over het riviertje de Polcevera.

Zo moeilijk kon het niet zijn, dachten wij, ons baserend op de door Google Maps voorgeschotelde routes. Bij het vliegveld (de laatste halte voor de brug) de snelweg verlaten, een kleine omweg over de oude weg maken en een paar kilometer later de volgende snelweg oprijden en net doen of er niets aan de hand is. Fluitje van een cent. Appeltje eitje. Vrienden van ons hadden een paar dagen eerder dezelfde route (zij het in omgekeerde richting) afgelegd. Bovendien was het zondagmorgen, en lekker rustig.

Het begin ging goed. Het verlaten van de snelweg bij de juiste afslag was geen probleem. De autoriteiten hadden zich moeite getroost om de doorgang goed te blokkeren. Daarna was het even zoeken naar het passende vervolg, maar een bordje voor de route naar Livorno dook spoedig op. Toen ging het fout. Op een brede, onrustige weg met drie wanordelijke rijstroken kwamen we op een afslag richting de Autostrade terecht, waarbij we (op een moment dat we geen enkele andere kant meer op konden) zagen dat de route naar Livorno twee banen naar links was. Genua heeft zijn wegennet zodanig weten aan te leggen dat het soms een geheel van in de war geraakte wokkels lijkt.

Om een lang verhaal kort te maken. Na drie keer rond onze as gedraaid te zijn leek de oprit naar de Autostrade de enige oplossing om nog ergens naar toe te gaan en kwamen we na drie snelle kilometers uit bij de afslag Pegli de verkeerde kant op. Gelukkig (unieke ervaring!) was dit stukje snelweg voor ons dit keer gratis en hoefden we niets te betalen bij het passeren van het tolpoortje. Opgelucht en blij van zin gingen we over de oude weg weer richting Livorno.

Nu wordt het verhaal pijnlijk. Want eigenlijk op hetzelfde punt (dat er niettemin vanaf een andere aanrijroute heel anders uitzag) namen we voor de tweede keer dezelfde foute afslag. Het zal ook te maken hebben met de kwaliteit van onze ogen, want om het straatbeeld niet nodeloos onrustig te maken was gekozen voor de kleinst mogelijke borden, met een vaalheid alsof de brug al jaren geleden was ingestort. In het wokkelparadijs dat wederom volgde werden we nu vals fanatiek. Voor ons geen weg terug meer, maar zelfstandig op zoek naar een passende route, hierbij pragmatisch geholpen door onze onvolprezen TomTom.

Van de TomTom wordt beweerd (waarschijnlijk door TomTom zelf) dat hij (of zij) huwelijken heeft gered, maar of dat ook voor Italië geldt valt te bezien. In dit specifieke geval dient ter verdediging wel te worden opgemerkt, dat heel veel gesuggereerde routes last hadden van afgesloten wegen die vermoedelijk dwars door de puinhopen van de verwoeste brug zouden leiden, maar niettemin heel verwarrend waren voor een vlot verloop van onze tocht. Op een bepaald moment hadden we geen flauw idee meer waar we waren, noch welke richting we uitgingen. Als je niet weet waar je naar toe wilt is elke richting goed, om de Cheshire kat uit Alice in Wonderland te parafraseren. Maar welke kant we ook opgingen, veel vooruitgang leken we niet te boeken. Grauwe straten regen zich aaneen zonder dat er een einde aan kwam.

Straten openden en sloten zich voor ons. Soms hielden ze er gewoon mee op zonder dat van tevoren aan te geven en zonder veel mogelijkheden te bieden om terug te gaan. Het wegennet had maling aan berijdbaarheid en aan consistentie. Of de weg er was, of niet, het leek de weg om het even. En net toen we het gevoel kregen gevangen te zitten in een wokkel van interstellair formaat met minimaal negen helse lagen, opende zich de hemel en toonde ons de weg naar Autostrada-oprit Genova Bolzaneto, als hoopgevende ontsnappingsroute uit dit moderne Inferno. Enigszins moe gebeukt door de moderne mobiliteitsvariant van Dantes eerste 33 canto's van de Divina Commedia mochten we ervaren dat het plotseling heel snel ging. In vijf minuten scheerden we de afslag Genova Est voorbij, eindelijk bevrijd uit de klauwen van het monster. Livorno, there we came!

zondag 1 juli 2018

Diga di Mignano


Omdat Nederland een betreurenswaardige achterstand heeft op het gebied van stuwmeren, bevindt ook het stuwmeertoerisme zich hier op een laag niveau. Om daar enige oefening in te krijgen, bezochten we onlangs de Diga di Mignano in de Italiaanse provincie Piacenza.



In geval van gevaar is er de sirene!
Nu lijkt het wandelen over een stuwdam niet van gevaar ontbloot, dus je hebt in zo’n geval wel wat te overwinnen. Dat kan ook het gevolg zijn van het feit dat onze stuwdam-kennis vooral is opgedaan uit Amerikaanse rampenfilms, waarin binnen een half uur de wereld op het randje van de afgrond komt te staan. Zo bleek recent in een film dat wetenschappers die aardbevingen probeerden te voorspellen de Amerikaanse Hoover Dam (gelegen in de Colorado-rivier op de grens van Nevada en Arizona) niet levend konden verlaten. Ook de Hoover Dam overleefde het niet, maar verder leek er geen schade opgetreden, vermoedelijk tot grote opluchting in het nabijgelegen Las Vegas. De laptop met de essentiële gegevens over het verloop van aardbevingen bleek gelukkig behouden.



Ook traditionele vormen van bijstand blijven beschikbaar.
Tel daarbij op dat de meeste stuwmeren hoog in de bergen zijn gelegen, ver van de bewoonde wereld, en u snapt onze reserves. De Diga di Mignano is daarom een leuk instapmoment, want hij ligt zo’n beetje in de achtertuinen van het plaatsje Lugagnano, pal langs de doorgaande weg (de zogeheten Via della Cementeria – u kunt op Google Maps uitzoeken waarom) die we vaak nemen als we van de provincie Parma naar de provincie Alessandria reizen (of omgekeerd).



Als het de bezoeker koud op het hart slaat.
Het werd een leerzaam middagje, niet in het minst door het instructieve instructiebord dat onderaan deze bijdrage is opgenomen en waarop de relevante feiten (voor zover begrijpelijk) staan opgenomen. Strikt genomen hoef je helemaal niet op pad om wat dan ook te ontdekken, want het Internet helpt je ook wel. Maar de zon op het gelaat en het kopje thee met gebak achteraf op het terras van het nabijgelegen etablissement La Diga di Mignano (https://www.ladigadimignano.it/) zijn nu eenmaal zeer bevorderlijk voor de juiste couleur locale. En dat helpt vermoedelijk weer als je zo gek wilt zijn om de Diga te verkiezen tot jouw favoriete luogo del cuore (https://www.fondoambiente.it/luoghi/diga-di-mignano). Want dat kan, vraag ons niet waarom.



Voor de liefhebber zijn er verder op het Internet nog twee pagina’s met ouderwetsche zwart-wit foto’s uit de tijd van de bouw (https://valtolla.com/2009/12/09/la-diga-e-il-lago-di-mignano-1/ en https://valtolla.com/2009/12/12/la-diga-e-il-lago-di-mignano-2/) en een met de drone gemaakt filmpje, waarin de plaatselijke e-krant Libertà spectaculaire beelden belooft van het hoogwater bij de Diga, die eind mei van dit jaar behoorlijk aan het overlopen was (http://www.liberta.it/news/video-gallery/2018/05/29/le-spettacolari-immagini-dello-sfioro-della-diga-di-mignano/#).



Dat was dus eind mei van dit jaar (verhoogde dijkbewaking, code oranje). Vorig jaar was er door de siccità juist te weinig water en stond het hele meer zowat droog, met massale vissterfte als gevolg. Het kan verkeren. In beide gevallen stortte de Diga gelukkig niet in, zodat toch vraagtekens gezet kunnen worden bij het waarheidsgehalte van bepaalde films.

Het meer, gezien vanuit Castelletto.

De dam is alle dagen open, maar gelieve niet te parkeren op de dam.

Verweerde oever, hier en daar wat meegesleept hout.

Gezicht vanaf de dam, stroomafwaarts.

Nu vanaf de andere kant bekeken.

Een zijwaartse blik op de dam.

Het meer vanaf de dam bekeken.

De dam vanaf het meer bekeken: zelfde bootje.

Het informatiepaneel.

zondag 7 januari 2018

Gnocchetti



Omdat we als Droomhuis Italië in de wintermaanden toch een soort van heimwee naar Italië ontwikkelen zijn we erg verknocht aan de feel good glossy Italië Magazine. Al die leuke plekjes die ons worden onthuld! Al die fijne Italiaanse recepten die we kunnen uitproberen!
 
Spontaan besloten we ons, in Venetiaanse stijl (op basis van het artikel Lekkers uit de lagune in nummer 1 van 2018), eens te wagen aan de gnocchetti al zucca dat de redactie had overgeschreven uit het boek Venezia in cucina van Cinzia Armanini en Alberta Magris. Gnocchetti van pompoen dus, waarbij we de bijbehorende oesters even negeerden, want oesters komen Droomhuis Italië niet binnen.

Geheel volgens de beschrijving ontdeden we een forse pompoen van schil en zaden, maakten er plakjes van en lieten het spul in een matig warme oven in een minuutje of 30 zacht worden. 

Gehoorzaam prakten we de zachte pompoen met behulp van een vork tot een fijne puree en voegden er, naar smaak, zout en peper aan toe. Ook het benodigde ei en de genoemde hoeveelheid witte bloem werden probleemloos toegevoegd. Tot zover was er niets aan de hand. Een kind had de was kunnen doen.

Vanaf dit punt was het de bedoeling dat een glad deeg was ontstaan, dat uitgerold en in stukjes gesneden moest kunnen worden. Wij keken echter aan tegen een plakkerige smurrie, waarmee met de beste wil van de wereld niet gerold en gesneden kon worden. So what, dachten wij in onze onschuld. Vermoedelijk zijn de Nederlandse eieren groter dan hun Venetiaanse zusters, en met een beetje extra meel zou het goed moeten komen.

Na ruim 350 gram meel keken we echter nog steeds tegen smurrie aan en was het gladde deeg nergens te bekennen. Voor ons was dat een teken om mentaal af te haken. Bovendien begon de bloem op te raken.

Bevat pompoen, maar ziet er verder niet uit
Hoe was deze situatie nog enigszins te redden? De winkels waren al gesloten en we begonnen behoorlijk trek te krijgen. Om de consistentie te verhogen smeerden we het spul op een bakblik, om er via ovenwarmte het ergste vocht uit te halen. Dat sloeg, bleek na tien minuten, nergens op. Daarna ging de oven op vol vermogen, met de bedoeling om er een soort van eetbare koek van te maken, wat technisch gesproken lukte, maar er verder niet uitzag.

Als laatste besloten we stukjes koek in de olie bruin en knapperig te bakken, en ons verder met een maaltijdsalade tot een acceptabel niveau van verzadiging te brengen. Dat ging op zich goed. We kunnen niet zeggen dat het de smaakpapillen tot hysterische vreugde voerde, maar het smaakte enigszins naar een heel dikke en ietwat melige pannenkoek.

In ons brein is nu een nieuw recept geboren, en gaan we mogelijk nog een keertje echte pompoenpannenkoek maken. Dun en knapperig, en met een subtiel vleugje zoete pompoensmaak als extraatje. Vast heel lekker met poedersuiker en stroop.

Maar voor de rest zijn we heel erg tot de conclusie gekomen, dat dit recept uit ons Magazine met afstand het allerslechtste recept is dat we de afgelopen jaren zijn tegengekomen. Hoe kun je met droge ogen zoiets opschrijven? Welk een leed wordt op deze manier in de Nederlandse huiskamers gebracht?

Bovendien blijven we op basis van deze ervaringen ook nog eens met de vraag zitten op welke manier je wel zelf lekkere gnocchetti kunt maken, al dan niet met pompoen-, aardappel- of wortelsmaak. Wie helpt ons aan een goed recept?

maandag 1 januari 2018

Prosecco



Hoewel we als Droomhuis Italië mogelijk iets aan onze timing moeten doen, willen we het hier, op deze plaats, op dit moment, toch weer even over Prosecco hebben. Voor het feestelijk ontkurken tijdens de jaarwisseling komt het weliswaar als mosterd na de maaltijd. Maar voor je het weet is het jaar voorbij en heb je een nieuwe kans. En je kunt natuurlijk ook het hele jaar door bollicine drinken.

In april 2016 deden we wat alarmerig over een nakend Prosecco-gebrek. Echte Prosecco heeft een beperkt terroir, dus op enig moment is de koek op. Dat de praktijk zich wel eens weinig van een theorie blijkt aan te trekken, is mogelijk ontnuchterend, maar feit blijft wel dat tot nu toe van een Prosecco-gebrek geen sprake is geweest. Hoe komt dat?

Waar handel is, worden mogelijkheden gezien, zoveel is wel duidelijk. Prosecco piekt als nooit tevoren. Als het een beetje meezit is het Prosecco-gebied binnenkort Unesco-werelderfgoed (daar wordt aan gewerkt), en daarna kun je dus ook nog eens cultureel verantwoord aan de pimpel.

Van verschillende kanten is gewezen op de intensivering van de Prosecco-teelt (of eigenlijk die van de glera-druif, want daar wordt de Prosecco van gemaakt). Werkelijk elk vrij stukje in de betreffende negen provincies is de afgelopen jaren met glera-druiven beplant, van wegbermen tot oprijlanen. Het idee dat de beste hellingen de beste wijn opleveren is hierbij losgelaten, want als de markt Prosecco vraagt, dan zal ze ook Prosecco krijgen.

Moeten wij dat erg vinden? Niet als je vindt dat de markt altijd gelijk heeft. Wel als je lekkere wijn een beetje belangrijk vindt en geen bocht wilt drinken. Gelukkig heeft de kwaliteitskrant La Repubblica de helpende hand uitgestoken en ons een fijn lijstje ter hand gesteld van wijnbedrijven die er in dit verband toe doen. Zodat we de bokken van de schapen kunnen scheiden. Klik hier om de lijst in te zien.

Het beste is natuurlijk om ter plekke naar Noordoost Italië af te reizen en bij de betreffende bedrijven persoonlijk de gewenste hoeveelheid op te halen, maar dat zit er niet voor iedereen in. Daarom hebben we ons als Droomhuis Italië ook even de vraag gesteld of deze Prosecco-lijst praktisch nut heeft. Anders gesteld: of je op basis van de lijst in Nederland terecht kunt met jouw bestelling.

Het antwoord op deze vraag is: ja. Dat doen we op basis van een beperkte steekproef, maar alleen daar blijkt al uit dat we in Nederland niet hoeven te wanhopen. Het merk Andreola is bijvoorbeeld verkrijgbaar bij Tannico, het merk Astoria (wat een stelletje kakkers, overigens) op verschillende adressen en het merk Bortolin bij FriulVin.

Daarna hebben we het uitzoekwerk gestaakt, want het was tijd voor een slokje. Maar, hoe dan ook: 2018 kan een bruisend jaar worden.

dinsdag 19 december 2017

Borsalino




Hoewel wij als Droomhuis Italië niet de gewoonte hebben om hijgerig op het nieuws te zitten ontkomen we toch niet aan enige reflectie op het feit dat het hoedenmerk Borsalino in staat van faillissement verkeert. Wie Borsalino zegt, zegt Alessandria, een rustige provincie waar we met grote regelmaat verblijven. Alessandria Sud is onze favoriete Casello di Autostrada.

Vandaag, 19 december, bereikte het nieuws de Nederlandse kranten. Ook het televisiejournaal kon niet om het drama heen. In De Volkskrant werd (onder de kop Jubileumjaar iconische Italiaanse hoedenmaker eindigt in mineur: Borsalino na 160 jaar failliet) gememoreerd dat het fameuze merk niet meer helemaal van deze tijd kon zijn: “Toch kon uiteindelijk ook Borsalino, waar de productietijd van één hoed uiteenliep van zeven weken tot soms bijna een halfjaar, uiteindelijk het niet alleen meer hebben van de dandy's en excentriekelingen die zich graag met de beroemde Italiaanse hoofddeksel tooiden.” Dat lijkt een te simpele voorstelling van zaken. Het heeft mogelijk niet geholpen dat ook onze eigen Ronald Plasterk met enige regelmaat met een Borsalino is gesignaleerd (dat geeft een normaal mens iets te veel te denken, ook in het licht van andere bizarre eigenaardigheden van de man), maar er is natuurlijk veel meer aan de hand.

De collectie, afkomstig van de officiële website

In de eerste plaats is het onjuist dat Borsalino feitelijk failliet is. Weliswaar is het faillissement door de huidige eigenaar aangevraagd, maar het is vooralsnog geweigerd. Binnen enkele dagen worden de boeken naar de rechtbank van Alessandria overgebracht, en dan begint de echte juridische haarkloverij. In de tweede plaats dat het verre van uitgesloten is dat de vervaardiging van Borsalino’s in de toekomst mogelijk op heel andere leest geschoeid zal worden. De productie gaat op dit moment nog gewoon door, maar de toekomst is in nevelen gehuld.

Hoe wij dat weten? Gewoon door er de plaatselijke pers op na te slaan, want als warm medelevende deeltijd-Alessandrianen willen we wel weten hoe de klap is aangekomen. Immers: icoon. Immers: 160 jaar geschiedenis. Immers: Italiaanse trots.

Zo meldt het Alessandria News, dat uitgebreid op de zaak ingaat: “La legge ha fatto fino ad oggi la sua strada, la giustizia ancora no.” Italianen kunnen het mooi zeggen, maar de pijn is voelbaar. Eveneens is volgens de krant sprake van een koude douche en een diepe wond, gezien de historische waarde en het internationale prestige van het bedrijf.

Ook andere digitale periodieken zoals Alessandria Oggi en Il Piccolo jammeren volop mee. Bij de Alessandriaanse editie van La Stampa lopen de gemoederen hard op (19 december). De krant kopt: “Fallimento Borsalino, la rabbia della città di Alessandria: ‘Situazione assurda, il lavoro c’è’. Dal sindaco ai lavoratori della storica fabbrica di Spinetta: ‘Gli ordini ci sono’.” Kortom: Italiaanse toestanden. Veel emotie en absurditeit. Een gevuld orderpakket, en een schuldenlast die de huidige eigenaar niet meer wenst te dragen.

Om de sfeer er nog wat beter in te brengen brengt de Stampa ook enige achtergrond, met onder andere de trailer van de documentaire Borsalino City. Een Borsalino is immers niet louter een stukje hoofdbedekking, maar veel eerder een lifestyle. 

Er is niet voor niets een Borsalino-museum in het oude, ietwat krakkemikkig ogende fabrieksgebouw in hartje Alessandria ondergebracht. Op de website wordt het adres zorgvuldig verborgen gehouden, maar het is te vinden op de Via Camillo Cavour 84. De huidige productie vindt plaats in een non-descript pand op een non-descript nijverheidsterrein een tiental kilometers verderop, waar de lifestyle helaas ver te zoeken is.

De huidige eigenaar is trouwens een Zwitser (of een Zwitserse firma), die niet alleen de fysieke productiefaciliteiten, maar ook het merk Borsalino heeft gekocht. Dus hoeven we niet vreemd op te kijken als na een langdurig en onnavolgbaar spektakel een doorstart zal plaatsvinden, waarbij de productie naar China is verplaatst en de gemiddelde Borsalino (niet langer van konijnenhaar, maar van modern goedgelijkende en ventilerende kunststof) ook voor de gewone man en vrouw meer dan bereikbaar wordt. De vooruitgang is niet de stuiten. En Ronald Plasterk zal naar een ander gadget uit moeten kijken.