zondag 23 juli 2017

Finalmente!



De aanhouder wint! Dat viel ons laatst weer eens op toen we binnen stonden, zonder problemen twee kaartjes kochten en aan de bezichtiging begonnen. Dat laatste was wel eens anders geweest, en voor een dichte deur hadden we vaker gestaan. Laten we zeggen dat we hier een happy end gaven aan een geschiedenis die vermoedelijk in 2003 begon.

De ingang. Op het bord de openingstijden.
Dit alles eist enige nadere uitleg. We hebben niet de behoefte onze lezers in het onzekere te laten, dan wel in het duister te laten tasten. Het betreft hier (om het maar meteen op tafel te leggen) de Galleria Rizzi, het museum met de meest exotische openingstijden ter wereld. We liepen er voor het eerst langs bij ons eerste bezoek aan de sympathieke badplaats Sestri Levante. Museumbezoek was niet helemaal het doel van onze excursie. Zoiets ligt niet voor de hand als je langs de Tyrreense kust wilt flaneren. 

Flaneren kost in Sestri geen moeite, het is een badplaats met een prettige mix van grandeur, charme, overzichtelijkheid en sfeer. Er zijn twee stranden, met naar omstandigheden veel zand (probeer dat maar eens te vinden op de strandjes van de Cinque Terre). Er zijn chique hotels, leukere winkeltjes dan (pak hem beet) in het hardcore badplaatseninferno van het type Rimini, en het is allemaal overzichtelijk en prettig ogend. Als je de behoefte heb naar een badplaats te gaan, zo is onze vaste overtuiging, dan kun je maar het beste voor Sestri kiezen. Hoewel ook hier op zomerdagen parkeren een uitdaging is.

Het museum op streetview, juli 2015. Ongeveer genomen vanaf de ingang van de Citto Beach Club
Goed. Het is dus 2003, ons eerste bezoekje aan Sestri, en we zijn op weg naar de Baia del Silenzio, alwaar zich het tweede strand bevindt, maar ook zo iets prettigs als de Citto Beach Bar (uitzicht over baai en strand). En we lopen langs het museum. En het is dicht. Maar onze nieuwsgierigheid is gewekt. Je komt niet elke dag een museum tegen dat zich als het ware op het strand genesteld heeft. Waar in de winter de golven tegen de achtergevel slaan en in de zomer die zelfde achtergevel gebruikt wordt om na het zwemmen tegenaan te leunen. En die nieuwsgierigheid eist dat we naar binnen willen, maar dat is alleen mogelijk (zo zegt de folder, de website zegt het weer net iets anders) op zondag tussen 10 en 13 (maar alleen van april tot oktober), op woensdag van 16 tot 19 (maar alleen van mei tot september) en op vrijdag en zaterdag van 21.30 tot 23.30 (maar alleen van 10 juni tot 10 september).

Ook op het entreebiljet de openingstijden, net weer iets anders. Maar dat hoef je niet meer te weten als je het hebt aangeschaft.
Enkele jaren later lukt het ons in een van deze tijdvensters de voordeur te passeren, maar dan wordt ons verteld dat de kassa al dicht is en we vijf minuten te laat zijn. Dat mag gerust een deceptie genoemd worden, zeker in aanmerking genomen dat onze verzekering dat we in 25 minuten het hele museum wel door kunnen geen enkele indruk maakt. Nu zou je kunnen zeggen: dan maar niet. Maar zo zitten we toch niet helemaal in elkaar. Als het ons moeilijk wordt gemaakt komt een soort fanatisme over ons. Dus we moeten en zullen die verdomde Galleria in, of het nou de moeite waard is of niet.

Een paar weken geleden nemen we ook de laatste horde (voorbereiding is alles!) en gaan in de noodzakelijke 25 minuten het voormalige woonhuis van de advocaat Marcello Rizzi door, gebouwd in 1926 door zijn vader Vittorio, en in 1960 (bij de dood van Marcello) inclusief de gehele kunstcollectie aan de samenleving nagelaten. Nadere informatie daarover is  te vinden op de website http://www.galleriarizzi.com/.

Was het de moeite waard? We zullen eerlijk zijn: het was geen gebeurtenis die onze kijk op de wereld, de beschaving of de menselijke kwestie veranderd heeft. Maar we zijn blij dat het ons gelukt is en dat we dit van ons lijstje hebben kunnen afstrepen. Waarmee overigens niet gezegd wil zijn dat we een lijstje (type bucketlist) hanteren. Maar bij wijze van spreken dan.

Eigen foto’s (mocht eigenlijk niet, maar dat hadden we niet meteen in de gaten) volgen hieronder.  Om een beetje een beeld te geven hoe het eruit ziet.




zondag 16 juli 2017

Subtiel verschil


Net als je denkt de nuances van het Italiaanse leven onder de knie te hebben, ga je toch weer een beetje de mist in. Dat overkwam ons laatst bij de selectie van het juiste broodbeleg.

Om het niet moeilijker te maken dan het was: we waren op zoek naar jam en stuitten op de kwaliteitsproducten van het merk Le conserve della nonna. Niets mis mee. Dus gingen we over tot de aanschaf van een potje Amarene-jam. Amarene zijn, zoals bekend, kersen met een ietwat bittere smaak, en dat geeft de jam net een tikkeltje extra. Tevreden keerden we huiswaarts.

Tot onze teleurstelling vonden we de amarene niet in herkenbare vorm in de jam terug, toen we er een paar fette biscottate mee besmeerden. Het was een soort egale pasta (een beetje als in de vreselijke kleine kuipjes hoteljam van het merk aardbei, waarbij sprake is van een soort glibberige suiker met een kleurtje die nergens op lijkt), zij het gelukkig wel met de smaak van bittere kers. “Oma, wat maak je ons nou”, was de gedachte die spontaan in ons opkwam, en we bestudeerden het potje jam nog uitgebreider dan in de winkel. Daar onthulde zich het subtiele raadsel: we hadden Composta di Amarene (65%) aangeschaft, en dat is toch iets wezenlijk anders dan Confettura. Weer wat geleerd!

Bij onze volgende aanschaf van een potje jam, dit keer het huismerk van een bekende supermarktketen, letten we goed op dat we daadwerkelijk Confettura aanschaften. Een ezel stoot zich… We kwamen dan ook thuis met een potje confettura extra. Als we iets doen, doen we het goed. Tot we, vlak voor het openen op de verpakking de volgende tekst tegenkwamen: L’immagine constituisce un semplice suggerimento di presentazione. Toen sloeg weer even de twijfel toe. Gelukkig was toch sprake van jam volgens het boekje (ons boekje, in dit geval). De stukjes amarene waren goed herkenbaar, en eveneens in de juiste mate kauwbaar. Maar we blijven ons afvragen wat met die waarschuwende tekst wordt bedoeld. Het is niet uitgesloten dat we toch een fijne nuance hebben gemist!

zondag 9 juli 2017

Alweer een tof idee om de wereld mooier te maken




Het is een bekend gegeven dat Nederlanders van wandelen houden (in modern jargon wordt dit ook wel hiken genoemd, waarmee het meteen van heel veel stoffigheid is ontdaan). Je parkeert de auto ergens in de vrije (of speciaal voor dit doel keurig aangeharkte) natuur, je loopt twee kilometer. Of vier. Of tien. En dan ben je weer terug bij waar je begon. Reuze handig, want je kunt weer in de auto stappen. 

Dit systeem bestaat bij de gratie van het feit dat wandelingen in de regel als rondjes worden aangelegd. Er zijn weliswaar uitzonderingen, ook wel lange afstandspaden genoemd, maar de norm is toch wel dat je terugkeert waar je begon. In Italië noemen ze zoiets een anello, en in de Italiaanse wandelwereld is zo’n anello een uitzondering. Nu geldt natuurlijk dat, als je maar lang genoeg doorloopt, je op enig moment altijd wel uitkomt bij het vertrekpunt. Uiteindelijk is alles rond, net zoals de aarde. Maar dat is niet relevant.

Het lopen in Italië gaat eigenlijk altijd van het ene punt naar het volgende. Of er veel gelopen wordt is ons niet bekend, maar dat er veel wandelpaden (sentieri) zijn valt ons wel voortdurend op. En allemaal bewegwijzerd, met van die houten rood-wit opgeleukte bordjes. En met tussendoor (op stenen, bomen, vangrail, wegdek) eveneens rood-witte markeringen. Aan de duidelijkheid over het parcours zal het niet liggen. En meestal met een uitdagende lengte, zodat je eigenlijk op één dag altijd maar een stukje van het traject kunt afleggen. 

Ons huisje staat zo’n beetje midden in de natuur en daarom liggen ook wij aan een wandelpad. Vanuit ons slaapkamerraam kunnen we, bij wijze van spreken, naar de wandelaars zwaaien. Vroeger liep de route zelfs over ons erf, maar dat was een vergissing waardoor je al snel een afgrond inliep. Dat is gelukkig rechtgezet. Met betrekking tot deze route kan gezegd worden dat het aantal richtingbordjes het aantal wandelaars vele malen overtreft. Toch is het een eerbiedwaardige oude route, die (als we de bordjes mogen geloven) al in de zevende eeuw werd gelopen (overdrijven is ook een vak) van Pavia naar Pontremoli, de Via degli Abati, 190 kilometer lang over oude wandelpaden. Het is zelfs niet uitgesloten dat je de Via degli Abati kunt zien als een minder orthodoxe variant (diramazione) van de Via Francigena, maar daar zien we in het kader van dit bericht verder van af. 

Het punt is natuurlijk dat niemand vanuit Pavia aan het wandelen slaat, na 190 mooie kilometers in Pontremoli aankomt en daar de trein pakt om in Pavia de auto op te gaan halen. In de Cinque Terre zou je zoiets kunnen doen, maar daar geldt weer dat het verstandig is de auto maar helemaal thuis te laten. Ook dat is in het kader van dit bericht van ondergeschikt belang (zie voor enige couleur locale op dit gebied ons bericht over Cinque Terre - http://droomhuisitalie.blogspot.it/2014/09/cinque-terre.html). Waar het om gaat is dat je er in de praktijk bijna niet aan ontkomt om een stukje van een sentiero te bewandelen en dan halverwege om te draaien en weer terug te lopen. Dat maakt de boel toch meteen een stuk minder aantrekkelijk. Niemand loopt graag halverwege terug. We willen allemaal vooruit. 

Hoe los je dit probleem op? Daar hebben we over nagedacht, en het antwoord op deze vraag luidt dat we een community moeten gaan vormen. Communities zijn hartstikke modern (vooral als je ze digitaal maakt), een product van de onvolprezen, altruïstische deeleconomie, die ons ook AirBnB en Uber heeft opgeleverd. Onze inspiratie ontlenen we echter aan BlaBlaCar op de momenten dat we naar en van Italië reizen en daar bij het onvermijdelijke bezoek aan de Urimat (Kein Wasserverbrauch, Keine Chemie, eine weltweite Wiederaufforstung nach höchsten ökologischen und sozialen Standards) voortdurend bij het naar de muur kijken de voortreffelijkheden van BlaBlaCar krijgen ingepeperd (“Bringt Leben ins Auto”, maar zie ook https://www.blablacar.nl/)  Het voorgaande geldt overigens slechts voor ongeveer de helft van Droomhuisitalie, maar het effect is er niet minder om. 

Het idee is ongeveer als volgt: Stel dat je wilt gaan lopen van (laten we zeggen) Pieve di Gravago naar Bardi. Dan meld je je aan op het SenSenPiedi-platform (voor elke betere naam houden we ons aanbevolen) en je geeft tijd en route op. Daar tekent iemand op in die (laten we zeggen) van Bardi naar Pieve di Gravago wil lopen. Halverwege kom je elkaar op de route tegen en wissel je de autosleutels uit. Het is niet voor niets deeleconomie. Tevens spreek je af elkaar aan het eind van de rit ergens halverwege te ontmoeten, bijvoorbeeld in Noveglia bij de goed bekend staande plaatselijke Trattoria/Pizzeria. Of anders bij Ristorante La Baracca (http://www.ristorantelabaracca.com/) bij de brug over de Ceno. Daar krijgt iedereen zijn eigen auto weer terug en kan er meteen een hapje gegeten worden. 

Het moet allemaal nog wat verder worden uitgewerkt, en er moet natuurlijk gesleuteld worden aan een internetplatform om het concreet handen en voeten te geven, maar de BlaBla-inspiratie is er. Die verdere invulling moet door anderen worden opgepakt, want Droomhuisitalie is lichtelijk digibeet, en we zijn eigenlijk ook meer van de ideeën dan van de implementatie. Maar het begin is er. Laten we hopen dat iemand het stokje overneemt. Maak wandelen great again!

zaterdag 1 juli 2017

Kwaaie Kop





Stel je nou toch eens voor dat je ergens serieus de baas bent. En dan niet een beetje democratisch de baas, zo van “vooruit joh, doe jij maar het woord namens onze club”, maar echt de baas, alfa plus, de allergrootste aap op de rots. Wat zou er dan aan de hand zijn als je werd aangeduid als Kwaaiekop? Chronisch slecht humeur? Onberekenbare uitbarstingen van een buitensporig cholerisch gemoed? Je zou het in ieder geval niet moeten horen, dat Kwaaiekop, want dan zou je echt helemaal door het lint gaan. 

Stel je Frans Timmermans voor, die met schuim op de bek door Brusselse gangen dendert. Van alle talen op de hele wereld is hij overgegaan op onvervalst Limburgs. Deuren worden dichtgeslagen. Medewerkers vluchten weg in blinde paniek. Elke ontmoeting met den Frans moet nu koste wat kost worden vermeden. Het is weer zo’n dag! In zo’n geval kun je jezelf voorstellen dat medewerkers achter zijn rug zacht (onhoorbaar) tegen elkaar fluisteren. “Hij heeft op dit moment een ongelooflijk kwaaie kop. Vanmiddag maar weer eens kijken of er met hem enig land te bezeilen is.”

Zoiets dus. Kwaaiekop is een naam die mogelijk wel bestaat, maar die nooit en te nimmer in de openbaarheid dient te treden. Om die reden is het opmerkelijk dat in Rimini en omstreken (zij het geruime tijd terug) een geslacht de baas was dat luisterde naar de naam Malatesta. En dat voortdurend ruzie maakte met de buren, zoals de Montefeltro’s van om de hoek. Kortom: heersers van de zuiverste soort, altijd in oorlog. Altijd aan het knokken, vernietigen, verminken, plunderen, vermoorden, brandschatten, en nog zo wat van die hobby’s. En dan na tientallen jaren verbaasd dat de resultaten toch allemaal wat tegen vallen. En dat de klootzakken van de buren er met de grootste buit vandoor zijn gegaan.



kitsch in de Tempio
In Rimini is men er helemaal weg van, van dat kwaaiekoppengedoe. Want je moet het toch ook allemaal zien als een vorm van beschaving, waarbij de heren mecenassen met het gestolen geld heel wat nalieten waar we tegenwoordig nog mooi van kunnen genieten. Neem die fijne Tempio Malatestiano in het centrum van de stad, dat met marmer gepimpte kerkje, echt een mooi stukje architectonisch hoogtepunt. En er is ook nog een kasteel (het Castel Sismondo aan het Piazza Malatesta) dat nu stevig onderhanden wordt genomen, want volgend jaar is er het gedenkwaardig moment dat de grootste der Malatesta’s, Sigismundo Pandolfo (bijgenaamd de wolf), 550 jaar geleden aan zijn einde kwam (op een burgerlijk ziekbed overigens, wat een deceptie!). De feestelijkheden zijn onlangs, met een fraai vuurwerk rondom dat kasteel, al geopend.



Montefiore Conca; de Rocca valt niet te missen
Maar dat alles is hier slechts zijdelings van belang. En we waren bovendien totaal niet op de hoogte van deze gehele geschiedenis toen we onlangs op pad gingen naar het pittoreske plaatsje Montefiore Conca, gelegen in het achterland van Rimini, en behorend tot het selecte gezelschap van de mooiste dorpjes van Italië (“i borghi più belli d’Italia”). De weg was recht en de weg was krom. Maar voor een belangrijk deel (en dan vooral het laatste stuk) heel erg krom, smal en steil omhoog. Boven op een flinke heuvel, kortom, en tevens in het bezit van een fors uit de kluiten gewassen kasteel, de Rocca di Montefiore Conca. In de middeleeuwen was het plaatsje immers, niet voor niets, de hoofdstad van de hele vallei van de Conca.

Van die glorie is, op het kasteel na, weinig meer over. Montefiore is een slaperig dorpje waar helemaal niets gebeurt. Het bezit een bar (mogelijk twee), een restaurant, een farmacia, en dat is het dan wel. O ja: en een theater, waarvan we niet konden uitmaken of het alleen een openluchttheater is, of ook nog een gesloten afdeling kent. En op straat is ongeveer geen sterveling te bekennen.

Er is ook een dorpspomp, en dat is het meest intensief gebruikte onderdeel van het dorp. Het plaatsje is namelijk een uitdaging voor wielrenners, die zichzelf willen bewijzen dat ze veertien procent stijging best aankunnen. Wielrennen is ongelooflijk populair in de omgeving, vooral bij oudere mannen met overgewicht. En die hebben heel veel water nodig om af te koelen als ze eenmaal boven zijn. De stoom komt uit hun oren. Hun kop is ze rood als een boei (of een biet voor mensen die niet aan het water wonen). In hun situatie is inderdaad, om het kernachtig uit te drukken, sprake van een malatesta. Het ziet er niet uit. Het kan niet gezond zijn dit soort dingen bij een graad of dertig te doen. Maar de dorpspomp van Montefiore is de kleine strohalm die de intensive care op afstand houdt.

Wat zou vooral oudere mannen met overgewicht tot de fiets brengen? Je ziet de huiselijke situatie bijna voor je. “Ga jij maar lekker fietsen,” hoor je moeder de vrouw zeggen als de oudere man met overgewicht doende is zich in zijn strakke en mallotig gekleurde kleding te wurmen. In dit soort situaties is er nog sprake van een moeder de vrouw, hoewel dat in het algemeen een uitstervende soort is. “Blij dat je me de komende uren niet voor de voeten loopt”, lees je in het tekstballonnetje boven haar hoofd. Want wat is ie toch moeilijk te handhaven in huis. Zich altijd overal tegenaan bemoeien en voortdurend alles kwijt.

Mogelijk is hier sprake van een positieve correlatie tussen fietsbehoefte en beginnende dementie. Hoe snel worden hersencellen afgebroken door overmatige inspanning en oververhitting van de bovenkamer? In dit geval zijn ernstige verdenkingen meer dan op zijn plaats. Het schilderachtige personage dat naast ons een kopje koffie heeft genuttigd komt, bijna meteen na vertrek, terug om zijn helm op te halen. Vergeten. Dat ding zit zo vaak op de kop dat je vergeet dat je hem hebt afgezet. En weg is ie weer! Zijn tafeltje wordt afgeruimd door de jongedame van dienst die niet heeft bezuinigd op oogmake-up. Maar blind is ze geenszins, want ze neemt de eveneens vergeten bril maar naar binnen. Dat ding zit immers zo vaak op de kop dat je vergeet dat je hem hebt afgezet. Samen met de helm geven ze de wielrenner het zo bekende voorkomen van een reusachtig, zij het mislukt, insect. Een minuutje later is de wielrenner weer terug voor zijn bril. Vijf minuten later duikt hij nogmaals op, nu in gezelschap van zijn fietsmaatje. Blijkbaar ook even kwijt geraakt. Voor de zekerheid nemen beide heren nog maar een duik onder de dorpspomp. Daarna verdwijnen ze uit ons zicht en ons leven.
Gezicht op het dorpsplein vanaf de Rocca
Daarna zijn we weer de enige bezoekers. Later komen we nog een jongeman tegen die van alles loopt te fotograferen en ook spullen bij zich blijkt te hebben om te schetsen en te tekenen. Maar drukker gaat het niet worden. Ook in het uit de kluiten gewassen kasteel zijn we de enige klanten, en wel (volgens de kaartjes) betalende bezoekers nummer 9316 en 9317. Voor een kasteel dat in 2008 na een iets te ingrijpende restauratie (waarin ook enkele twijfelachtige ingrepen van eerder herstel zijn gecorrigeerd) zijn poorten weer opende lopen de bezoekersaantallen niet over. Het meisje dat ons de kaartjes verkoopt leeft en beweegt gelukkig nog als we binnenkomen.
 
Waarom is het toch zo rustig hier? Dat vragen we ons af als we door de imposante ruimten dwalen en heel veel treden beklimmen om op het panoramisch dakterras uit te komen. Waarom voor heel veel geld een kasteel opknappen om er vervolgens zo weinig mee te doen? Maar (trouwens) wat een verademing na de Disneyland-transformatie van het een stukje verder gelegen kasteel van Gradara, waarin op Amerikaanse wijze de hele boel is herbouwd met moderne baksteen en het dorpje eromheen tot een soort bazaar is omgetoverd. Daarheen worden dag en nacht (vooruit: avond) bussen vol toeristen uit Rimini naar toe gesjouwd, terwijl het nota bene in de buurregio Marche ligt, dus eigenlijk van de concurrent is. En bovendien maar een klein beetje kwaaiekoppig, want Pandolfo werd er in 1463 uitgesodemieterd.
Dus dat is wel een klein raadsel: hoe oprecht is die Riminese kwaaiekop-adoratie eigenlijk? Wat houdt de provincie bijvoorbeeld tegen om alle dagen busladingen toeristen naar boven te rijden? We kunnen wel een paar argumenten bedenken. In de eerste plaats ontbreken de winkeltjes met overbodige waar, want de gemiddelde Rimini-ganger houdt niet van kunst, cultuur en geschiedenis, maar van shoppen. In de tweede plaats valt er geen bus met goed fatsoen het steile weggetje naar Montefiore op te krijgen. In de derde plaats moet er ook compassie zijn voor de waterbehoeften van de fietsende oudere man met overgewicht. De toegang tot de dorpspomp mag niet door busvervoerde meutes in het gedrang komen. 
En in de vierde plaats is het kwaaiekoppen-bezit van Montefiore al even beperkt als dat van Gradara, want Pandolfo werd in 1462 ook uit Montefiore Conca geknikkerd. Over alternatieve feiten gesproken. Sic transit gloria mundi! 

Met een gerust gemoed hebben betalende bezoekers nummer 9316 en 9317 Montefiore Conca dan ook in de rustige marge van de geschiedenis achtergelaten.