vrijdag 29 april 2011

Lorenzo Lotto in Rome

Iedereen heeft zo zijn voorkeuren als hij op vakantie is. Toen wij in Rome waren stond een ontmoeting met Lorenzo Lotto op het programma. Lorenzo was toevallig ook in Rome, terwijl hij normaal in de provincie verblijft. Voor wie hem ook wil ontmoeten in de eeuwige stad: dat kan nog tot 12 juni.

Rome heeft Lorenzo Lotto weer in haar hart gesloten. Tenminste: dat kun je opmaken uit de teksten die recentelijk op internet zijn verschenen. In ieder geval is er, in de Scuderie del Quirinale (de voormalige paardenstallen van het Quirinaalpaleis), een wondermooie tentoonstelling aan hem gewijd.

Bij zijn leven was de relatie van Lotto met Rome heel wat minder hartelijk. Hij was begin zestiende eeuw naar Rome gekomen om mee te schilderen aan de pauselijke glorie, maar hield het al snel weer voor gezien. De sfeer van uiterlijk vertoon en kosmopolitische oppervlakkigheid stond hem blijkbaar niet bijzonder aan.

Hij vertrok al weer snel naar een aantal verspreid in Italië gelegen behoorlijk provinciale omgevingen (een overzicht vind je op de site over de Terre di Lotto) en kwam ook nog eens berooid en miskend als armenbroeder aan zijn einde. Dat komt ervan als je het netwerken en de career planning veronachtzaamt!

Wat hij ons heeft nagelaten is een heel eigen oeuvre dat in de eerste plaats opvalt door zijn exuberante kleurenpracht. De kleuren spetteren van zijn werk af, zeker bij de schilderijen die recent zijn gerestaureerd. Als je de tentoonstelling binnenloopt word je werkelijk overdonderd door kleur. Zelden een tentoonstelling gezien die zo fantastisch is uitgelicht.

Op een dieper niveau is er de eigenzinnigheid van de thematische benadering. De relatie met Dürer wordt vaak gelegd, zeker waar het de vele portretten betreft die hij heeft geschilderd. Maar ook zijn behandeling van traditioneel Bijbelse thema’s wijkt sterk af van de gebaande paden. In dat opzicht wordt wel eens de vergelijking met Caravaggio gemaakt, maar de vergelijking op zich zegt weinig over de manier waarop Lotto zijn eigen manier van vertellen en uitdrukken heeft vormgegeven.

Neem bijvoorbeeld de annunciatie uit 1534-1535 die een komische toets paart aan een scherp individuele beleving van de eigenaardigheid van de situatie. Je zult maar een pas getrouwd meiske zijn (uitgehuwelijkt aan een veel oudere man, laten we dat niet vergeten) en plotseling komt een hemels creatuur jouw kamertje binnendonderen. Dat is behoorlijk schrikken! Ook het hemels creatuur toont een hoge mate van vervreemding. Je zult door de schepper maar op zo’n rare missie gestuurd worden, om ver van de hemel in een vreemd land een kosmisch-spirituele bezwangering te gaan aankondigen bij een wicht dat er kennelijk geen raad mee weet. Let ook even op de strenge god die regieaanwijzingen geeft. Delegeren lijkt niet zijn grootste kwaliteit. Klaarblijkelijk heeft hij weinig vertrouwen in een goede afloop. Het meest treffende is toch wel de scharminkelige kat (levend in een arm huis op een dieet van schaarse muizen) die doet wat alle katten doen als het niet pluis is: een hoge rug, een dikke staart en luid gekrijs. Het tafereel is mijlenver verwijderd van de reguliere vroeg renaissancistische kerkelijke propaganda.

Van een heel andere intensiteit is de aanbidding van de herders uit ongeveer dezelfde tijd. Hier is sprake van verstilling en devotie. Wat echter het meeste opvalt, is dat Lotto het accent heel sterk heeft gelegd op de aanwezigheid en de beleving van de herders. De pionnen in het schaakspel van de religieuze vertelling worden hier, heel ongebruikelijk in de heldenrol geplaatst. Helden tegen wil en dank. Ze worden bijna door de engelen naar het kind toe geduwd. “Daar! Heilig kindje! Aanbidden! En voorzichtig met dat schaap!” Maar kijk eens naar de geconcentreerde aandacht van die twee eenvoudige mannen van het land. Kijk eens hoe voorzichtig ze met hun sterke ruwe handen het schaap bij de baby houden, zodat die het kan aaien. De overige figuren op het schilderij steken flets af bij hun aanwezigheid en doorleefdheid, alsof ze niet meer zijn dan figuranten.

Geen wonder dat Lorenzo zich slecht op zijn gemak voelde bij de pracht en praal van het Vaticaan, waar later Michelangelo met zijn vleeshompen nog eens in de overtreffende trap overheen zou gaan.

donderdag 21 april 2011

Paar dagen eeuwige stad

Omdat we ook wel eens wat anders willen zijn we een paar dagen naar Rome gegaan. Voor het eerst sinds heel lange tijd. Wat dat betreft was het wel even wennen. Rome was voor ons toch ook wel een beetje betalen met lires en schimmige parkeerplaatsen die op onduidelijke titel door oorlogsveteranen werden bestierd. En trouwens ook van musea en soortgelijke attracties waar je zonder rij naar binnen kon lopen.

Dat was dus een behoorlijke confrontatie met de toeristische biotoop. Massatoerisme leidt zelden tot verheffende taferelen, maar neem het al die mensen maar eens kwalijk dat ze Rome willen zien. Dat was tenslotte ook onze bedoeling. Maar we kunnen de lol niet inzien van die non-descripte mannetjes die zich in maillot hebben gehesen om een oude Romeinse legionair na te willen doen. Overal doken ze op. Je kon ermee op de foto, maar vraag ons niet waarom.

Vanaf het vliegveld bereikten we per comfortabele pendeltrein met Engelse prijzen het station Roma Termini, waar we bijna direct om de hoek een hotelletje hadden geboekt. Om het niet mooier voor te stellen dan het was: een kamer in een klein hotel op de vierde verdieping van wat we maar als een stads-palazzo zullen aanduiden, met een mooie archaïsche lift. Helemaal niets mis mee.

Heel veel (misschien iets te veel) te voet bezocht. en dan is het opvallend dat je daarbij eigenlijk iedere keer door de Via delle Quattro Fontane komt. Echt een soort centrum van het universum, lijkt het wel. Op het laatst begonnen de winkeliers ons als oude bekenden te groeten. Van die vier fonteinen moet je je niet te veel voorstellen. Gepropt op de vier hoeken van een nauw kruispunt waar je ongeveer door de auto's over je tenen wordt gereden.

Wat ook heel lastig is in de toeristische biotoop is lekker eten. Probeer maar eens een goed restaurant te vinden. Dat kostte nog behoorlijke moeite. In het toeristisch circuit heerst blijkbaar de overtuiging dat je toeristen, in ruil voor de rare tijden waarop ze willen eten, eigenlijk alles wel kunt voorzetten. Op dag 1 hadden we een melige pizza en een enigszins uitgezakte rode rechthoek met verbrande punten die een stuk lasagna moest voorstellen. In een restaurant dat ons als meer dan gemiddeld was aangeraden.

Maak ons evenwel niets wijs over lasagna, want wij kennen toevallig de subtiele creatie van Rina die dezelfde naam draagt, en die ons voor het eerst deed beseffen waarom Italianen zo trots zijn op een goedgemaakte lasagna. Ook de variant van Rosa, de moeder van Rina, is trouwens van een meer dan acceptabele kwaliteit.

De muren van la Carbonara staan vol wijsheid
Na twee dagen waren we op de onverbiddelijke leefregel uitgekomen dat je beter honger kunt leiden dan een ristorante/pizzeria betreden waar ze een menu turistico serveren. Gelukkig kwamen we op dag drie bij onze wandeling door de Via Panisperna la ©arbonara tegen, osteria con cucina dal 1906. Dit subtiele gevoel voor humor (we zijn een restaurant, en we hebben gelukkig ook nog een keuken) sprak ons meteen bijzonder aan.

Toen we om een uur of acht arriveerden was de osteria afgeladen en werden we allereerst getrakteerd op een chaotische en luidruchtige act die tot doel had om te bepalen of er tafeltjes vrij waren. En, zo ja, waarom toch eigenlijk niet. Maar gelukkig zaten we na een kwartiertje aan tafel en het eten was voortreffelijk. Ook een heerlijke wijn trouwens, een cabernet franc uit de streek, dat drink je ook niet elke dag.

zaterdag 26 maart 2011

Viva la fiera!


Omdat onze Italiaanse makelaarsvrienden de Nederlandse markt graag willen laten weten dat in hun deel van de wereld heel veel mooie en betaalbare huizen te koop staan zijn we geregeld in het voorjaar als standhouder op de voorjaarseditie van de Second Home Beurs in Utrecht te vinden. We zijn van een hulpvaardige soort, immers. En bovendien vinden we, als Droomhuis Italië, de boodschap van die mooie en betaalbare huizen ook uiterst sympathiek en terecht.

Dus waren we van 18 tot 20 maart weer in de Jaarbeurs te vinden. Vrijdag was het regenachtig, zaterdag en zondag was het stralend mooi weer, maar daar heb je binnen niets van in de gaten. Je zit dan in een soort microkosmos met een onwennig soort licht en een bijna constant niveau van geroezemoes. Soms klinkt er iets onverstaanbaars door een heleboel slecht afgestelde luidsprekers. Dan wordt er een seminar of iets soortgelijks omgeroepen. De omroepinstallatie van de Jaarbeurs is vermoedelijk overgenomen van de NS bij de voorlaatste verbouwing van Utrecht Centraal.

Maar dat deert niet. Want in de microkosmos heerst eensgezindheid en gelijkgestemdheid. Allemaal zijn we bezig met het realiseren van dromen voor anderen. Of eigenlijk: met het binnen bereik brengen van droomhuizen. Of we nu van die typische beursmeisjes zijn die per uur kunnen worden geworven of strakke pakken mannen die je al op een uur afstand als zelfverklaard topverkoper kunt herkennen of gewone sympathieke medemensen (als u en ik), allemaal streven we naar hetzelfde doel. Als Droomhuis Italië zijn we niet anders. Ons motto is immers niet voor niets dat het (en meer specifiek: uw) droomhuis dichterbij is dan men (u) denkt. En dat motto is, zo hebben we wel gemerkt, in de markt breed overgenomen.

Wat zijn de trends voor dit jaar? Of het echt een trend is weten we niet, maar we hebben gelukkig wel mogen constateren dat de belangstelling voor een tweede huis weer aan het groeien is. De markt trekt aan, in makelaarsjargon. Gelukkig maar, want zo’n beurs zonder publiek is niet door te komen en nu was het heel vaak gezellig druk.

Een andere trend dit jaar was ook de opvallende aanwezigheid van mensen die geen huis wilden kopen, maar wilden verkopen. Ze bleven maar langskomen! Ga dan zelf op de beurs staan, denk je dan misschien in eerste instantie. Maar geef ze eens ongelijk. Zo’n beurs is ook een ideale plek om immobiliaristi tegen te komen zonder dat je stad en land af hoeft.

Ook om andere redenen komen mensen naar de beurs. Zo hadden we vorig jaar een oudere dame in de stand die ons minstens een half uur bleef doorzagen over alle mogelijke details van het huizen kopen en huizen verbouwen en mogelijkheden om je ter plaatse te oriënteren. Dat deed ze in het Engels (niet onbegrijpelijk als je een Engelse dame op leeftijd bent met het voorkomen van een lang onverdachte gifmengster in een oude detective van het type Agatha Christie), dus we moesten behoorlijk ons best doen om het haar naar de zin te maken. Achteraf bleek (zo ontdekten we via sluipwegen en ons fameuze netwerk in de streek van de Valtaro) dat we, met al de antwoorden die we hadden gegeven, verzuimd hadden het juiste antwoord te geven. Vermoedelijk had dat te maken met het feit dat ze de bijbehorende vraag ook niet stelde, maar dit terzijde. En dat antwoord was (zodat u beter geprepareerd bent, mocht u haar ook onverhoopt tegenkomen): Casa Terracotta, a charming self-catering holiday home. Waarmee, als we het goed begrijpen, overigens geen vakantiehuisje bedoeld wordt dat uit zichzelf de koelkast bijvult.

Ook weer een wijze levensles: Op een beurs doe je altijd toch weer nieuwe ervaringen op. Hoewel we in de loop der jaren wel aan het een en ander gewend zijn geraakt hebben we in ons leven toch nog nooit zo’n extreem geval van selectief luisteren mogen ontmoeten. Maar ja, we zijn mild en ware mensenvrienden, dus het zij haar vergeven. Ieder haar of zijn eigenaardigheid.

Leuk was in ieder geval het groepje prettige landgenoten dat zondag tegen sluitingstijd nog even bij onze stand opdook en het woningaanbod aandachtig begon te bestuderen. “Eindelijk iets betaalbaars,” was de welgemeende verzuchting. En zo is het maar net! Want als we zeggen ‘Uw droomhuis is dichterbij dan u denkt’, dan zijn we damned serious.

---------- 
Maar we zijn ook maar mensen, geven we eerlijk toe, en soms kost het ook ons moeite om aardig en vriendelijk te blijven, zoals (zie de blogtekst van 27 november 2010) bij over het veulen getilde dwergvoetballers en televisieachtige halffabricaten.

zondag 6 maart 2011

Pranzo e Cena

In Italia si mangia bene. Het moet maar weer eens gezegd worden. Niet dat we tijdens ons laatste tripje naar het heartland van de Italiaanse gastronomie zijn afgereisd, maar wat hebben we lekker gegeten!

Bardi, waar we als eerste aanmeerden, is niet bepaald een wereldstad, en zelfs vergeleken met Amsterdam is het natuurlijk driemaal niks. Ze hebben er wel een fantastisch fort dat hoog boven het dorp uittorent, maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op. En het Caffè Centrale (annex winebar) solliciteert niet naar Michelinsterren voor de lunch, maar het soort hartige crêpes met ricottavulling (zie het plaatje) dat we er aten was toch wel een openbaring.
Tongstrelend, om het netjes uit te drukken. Ook heel bijzondere dolci, van een subtiliteit die we in Nederland ook bij de horeca met pretenties nog nooit zijn tegengekomen. En dat voor een dorpscafé.

Ook niet mis waren de pizze in  de Ustaria dal M’rcà In Borgotaro (società unipersonale). De eigenaar van de Ustaria heeft een indrukwekkende omvang, en is vermoedelijk in zijn eentje geheel keukenvullend. De pizze hebben een vergelijkbaar formaat, maar om het menselijk te houden worden ze in kwarten uitgeserveerd. Anders passen ze ook niet op het bord. Het is een beetje een eigen opvatting van pizza, iets in de stijl van de deep pan pizza, maar wat zijn ze knapperig en goed belegd. De pizza ai formaggi kon bijna de last van de toegevoegde kazen niet dragen. Aan alle kanten liep het van de pizza af het bord op. Simpel werk, als je het goed beschouwt, maar uitgevoerd met eerste klas materiaal!

Voor de gelegenheid logeerden we eens in het Hotel Mistrello, met veruit de hardste bedden die we ooit in een West Europees hotel zijn tegengekomen. Alleen met een body mass index van minstens 36 krijg je ze enigszins in de vorm van je lichaam. De keuken van het hotel is op dit soort gasten ingesteld, want de porties zijn ruim. Maar, kort en goed: ook hier weer een goede keuken zonder opsmuk. En trouwens een wijnkaart om u tegen te zeggen. Alleen al de keuze in rood beslaat drie pagina’s. En ook nog uiterst betaalbaar. Een half flesje heel erg acceptabele chianti voor minder dan zes euro. Probeer daar in Amsterdam maar eens om te komen.

Dan nu even een uitstapje: Laatst waren we dus in Amsterdam in de Hermitage, en dat viel niet mee. Het hele gebouw is kapot gerestaureerd. Alle krasje weggeretoucheerd. Elke sfeer verdwenen. Klinisch, en zonder één krakende parketvloer. Oude museale complexen dienen krakende parketvloeren te bevatten, artikel nummer 1 van het wetboek van kunstvreugde. In het bijbehorende café-restaurant Neva was de wijnkaart weliswaar minder indrukwekkend dan in de plattelandsherberg van Borgotaro, maar daar valt overheen te komen. Één goed glas wijn is immers voldoende. Echter, dat de rode wijnen op glas met een lekkende kurk boven op de verwarming worden bewaard valt toch niet goed te praten. Een sangiovese uitserveren als lauwwarme glühwein op een smaakbedje van azijn. Getver!

Maar dit was enkel maar een uitstapje om duidelijk te maken hoe prettig het kan zijn om rond etenstijd een Italiaanse platteland-gelegenheid binnen te stappen.

zondag 27 februari 2011

Veldwerk

Omdat de Second Home beurs in Utrecht er aan zit te komen en we als Droomhuisitalie voeling moeten houden met de markt zijn we de afgelopen dagen even naar Italië heen en weer gewipt. Resultaat: twee keer op voor dag en dauw. Maar belangrijker nog: twee dagen prachtig weer zonder een wolkje aan de lucht en twee dagen lang heerlijk gegeten en gedronken.

Je beleeft nog eens wat als je om 7:10 uur van Schiphol wilt vertrekken. De eerste trein uit Alkmaar bijvoorbeeld. Wat een persoonlijke bejegening! Controle van de kaartjes al voordat we instappen. De enige passagiers in de hele trein. Van Alkmaar tot Zaandam rijden over het verkeerde (linker) spoor zonder botsing. Kortom: de hele Nederlandse infrastructuur voor ons alleen.

Maar dat zijn natuurlijk randverschijnselen van betrekkelijk belang. Veel interessanter is het gegeven dat de Italiaanse banken het gevoel van crisis een beetje achter zich hebben gelaten en weer iets willen doen met al dat geld dat ze nog steeds in kas hebben. Hypotheken verstrekken, bijvoorbeeld. Ze hebben namelijk in de gaten gekregen, zo vertelden onze Italiaanse makelaarsvrienden, dat particuliere leners in het meer dan overgrote deel van de gevallen gewoon de rente en aflossing betalen en dat het dus eigenlijk heel fijne klanten zijn die je maar beter aan boord kunt hebben. Kom daar in Nederland maar om! Hoe dan ook: ze struikelen nu over elkaar heen met pakkende aanbiedingen om binnen een week een hypotheek voor je te regelen. Wie meer wil weten kan eens online zijn licht opsteken op http://www.mutuionline.it/ om een indruk te krijgen wat de mogelijkheden zijn.

Goed nieuws natuurlijk voor wie een huisje in Italië overweegt. De markt is intussen behoorlijk uit zijn winterslaap gekomen en dus kan het heel aantrekkelijk zijn om eens tot oriëntatie over te gaan. Bijvoorbeeld door langs te komen op de Second Home beurs die van 18 tot en met 20 maart in de Jaarbeurs in Utrecht wordt gehouden. We zijn daar namens Immobiliare Valtaro present en voor gratis toegangskaarten kun je contact met ons opnemen.

[Gratis toegangskaarten Second Home beurs]

zondag 20 februari 2011

Parlare

Er wordt wel eens gezegd dat de Italiaanse taal niet moeilijk is. Dat wordt dan bijvoorbeeld gebaseerd op de opvatting dat je in het Italiaans de woorden uitspreekt zoals ze geschreven staan. Dat is, zeker in vergelijking tot het Frans, een op zichzelf plezierig feit, maar in de praktijk heb je er niet zoveel aan. Alsof het leven bestaat uit het voorlezen van gesproken Italiaanse teksten!

Een veel grotere kern van waarheid schuilt in het feit dat Italianen in de praktijk een stuk menselijker omgaan met vreemdelingen die hun taal proberen te spreken dan Fransen. Twee oprecht geprobeerde Italiaanse woorden, en ze vinden het gemiddeld al prachtig. Parli bene l’italiano. Si, veramente! Kom daar maar eens om bij een model-fransoos. Die gaat immers uit van de granieten waarheid dat God de wereld heeft geschapen ter verspreiding van de eer en glorie van de civilisation française in het algemeen en de franse taal in het bijzonder. Als er geen perfect Frans jouw mond verlaat, wordt er niet eens geluisterd.

Zo zie je maar, taal is ook een sociaal proces. Net zoals alles wat in Italië door de mond gaat een sociaal proces is. Maar we gaan het dit keer niet over eten en drinken hebben.

Dit sociale proces heeft vele eigenaardigheden en bijzonderheden. Zo is daar de eigenaardigheid om lange woorden te breien door persoonlijke en meewerkende voornaamwoorden aan de werkwoordsvorm vast te knopen. Een interessante variant van de razionalizzazione (ook al zo'n bekbreker) van de taal. En wat te zeggen van de exotische werkwoordsvormen die zelfs in de subtiliteiten van de Nederlandse taal geen gelijke kennen. Hoe zo simpel? Maar gelukkig te vermijden door blije en goed begrepen vakantiecommunicatie met behulp van enkelvoudige zinnen in de indicativo presente.

Lastiger is dat natuurlijk met het leggen van de juiste klemtoon. Een klemtoon kun je niet verbuigen. Een klemtoon ligt goed of niet. Vooral bij geografische aanduidingen (plaats- en streeknamen, en zo) is het voortdurend feest. Bij Venezia ligt de klemtoon op ne, maar bij Veneto op Ve. Logisch toch?

 
Ook heel apart is de Italiaanse gewoonte om in principe geen samengestelde klinkerklanken te hanteren (of is juist onze gewoonte apart om het wel te doen?). Je wordt helemaal blij van de manier waarop ze ok zeggen als ze bedoelen dat het in orde is (okee dus). Dat klinkt als o-ka-i. En een in de tweede wereldoorlog zwaar gebombardeerde boomtown aan de benedenloop van de Magra dient aangeduid te worden als Aa-oel-la (Aulla, dus).

Bij onze Italiaanse vrienden veroorzaakte het onlangs enig onbegrip toen we meldden dat we mensen kenden in Foini. Dat had helemaal niets te maken met het feit dat Foini een rotgat is, maar alles met het feit dat we even vergaten dat het hier om Fo-ie-nie handelde. Hoe dan ook: het is op zich leuk om je te realiseren dat er op deze wijze Italiaanse woorden bestaan van drie lettergrepen met vier letters (ciao). Italianen kunnen best lekker zuinig zijn met letters, als ze maar willen. Maar daar staat weer tegenover (totaal irrelevant maar eveneens grappig) dat ze nooit de Nederlanders zullen overtreffen in het maken van woorden met acht medeklinkers achter elkaar (angstschreeuw).

Laten we het erop houden dat Italiaans een klinkertaal is, en Nederlands een medeklinkertaal. Voor nu is dat een mooie constatering om mee te besluiten, maar over taal is vast veel meer te vertellen.

Daarom tot slot een vraag: wat, lieve lezers, is jullie favoriete Italiaanse woord? Schrijf het ons, dan zullen we bij gelegenheid daar eens een verhaaltje aan wijden.

vrijdag 11 februari 2011

Tiepolo op de vlakte

In de donkere wintermaanden, ver weg van het zonnige Italië, valt het vullen van een blog niet altijd mee. De dagen zijn kort en weinig opwekkend. Het energieniveau vertoont dezelfde eigenschappen. Vragen naar de zin van het bestaan en van alles wat zich daarin voordoet komen te pas en te onpas (meestal het laatste) hinderlijk voor het geestesoog zweven. Dat ook de Po-vlakte er in deze periode van het jaar behoorlijk mistroostig (of is het misttroostig? nou ja, in ieder geval mistig) uit kan zien is daarbij een schrale troost. De inspiratie is, kortom, wel eens ver te zoeken.

Gelukkig liepen we onlangs digitaal tegen het feestelijke feit aan dat Giambattista Tiepolo ook in het midden van de Po-vlakte zijn sporen heeft nagelaten. Big deal, zult u misschien denken, maar wij worden er toch behoorlijk door geënthousiasmeerd. Dat zit ongeveer zo:

Een van de mooie dingen van Italië vinden wij de Italiaanse schilderkunst. Kunst en cultuur, je kunt er ons elk moment van de nacht voor wakker maken! Die afwijking hebben meer mensen, probeer in de zomermaanden maar eens een museum binnen te komen met HEEL BEROEMDE KUNST. In het algemeen zijn we vooral gek op de vroeg- en hoogrenaissancistische schilderkunst en fronsen we al weer een beetje de wenkbrauwen bij de overmatig druk gemodelleerde spierpartijen van Michelangelo (over de toppe aansteller!). Maar ja, een mens wordt ouder en wijzer, en plotseling was daar een aantal jaren geleden, in ons geval, een predilezione, om niet te zeggen een ernstige fascinazione voor voornoemde Giambattista.

Om een lang verhaal kort te maken: sinds die tijd rekenen we ons tot het selecte (een vermoedelijk niet bestaande) genootschap van Tiepolisti, die als ultiem doel hebben om al het werk van de meester op locatie te bewonderen en oculatief op te slurpen. Vandaar de opwinding, die lichte kriebel in de nek, bij de ontdekking van het bescheiden en o zo gewone dorpje Verolanuova ergens diep in de provincie Brescia. Het vakantiegevoel sloeg weer meteen toe bij de opening van het fraaie fotoalbum dat de streek-VVV op internet voor ons allen beschikbaar heeft gesteld. De Pianura Bresciana is echt een onontdekt pareltje met grote ansichtkaartkwaliteit! Dat je zo leuk kunt fietsen en paardrijden langs het schattige riviertje de Oglio!

Echter, alle opwinding terzijde, de meester roept. En wel vanuit de Basilica Romana Minore San Lorenzo Martire. Een hele mond vol, maar daar staat tegenover dat ook de schilderijen van Giambattista in de kerk van een fors formaat zijn. Het zijn er twee, en ze gaan zo’n 10 meter de hoogte in.

In het ijverige boek vol letters en plaatjes dat professor Levey aan Tiepolo heeft gewijd en dat gelukkig op de flaptekst voor een triomf wordt versleten wordt het doek Het verzamelen van het manna (zie plaatje) voor het beste van de twee gehouden. Op grond van het beschikbare bewijsmateriaal neigen we ertoe de professor gelijk te geven. Het is een bont tafereel waarin een zorgvuldig geënsceneerde schare op de begane grond op allerlei manieren bezig is het manna tot zich te nemen, terwijl vanuit de hoogten enkele hemelse creaturen bezig zijn met de distributie ervan. Dramatisch vormgegeven bomen zorgen ervoor dat de aspecten van hemel en aarde scenisch met elkaar worden verbonden. Op het plaatje is dat allemaal niet zo goed te zien, maar tien strekkende meter biedt ruimte voor een heleboel pakkende details! Laat dat maar aan Tiepolo over. Ergens tussen hemel en aarde resideert op een soort natuurlijk podium Mozes, die als een manager avant la lettre leiding lijkt te willen geven aan het distributieproces en sterk de indruk wekt dat door zijn persoonlijke interventie het gewenste resultaat is bereikt.

Voor wie niet kan wachten tot een reisje naar Verolanuova mogelijk is: je kunt ook virtueel door de kunst in de kerk heen. En als je het helemaal levensecht toeristisch wilt maken druk je eerst de toeristenfolderplattegrond van de kerk af. Dan loop je zomaar de kans om op een grauwe winterdag een authentiek vakantiegevoel te ervaren. Drink na afloop een glaasje wijn op het terras van je bankstel.

Noot: De biografische en picturale hoogtepunten van Tiepolo zijn te vinden op de Italiaanse Wikipedia. Voor een uiterst beknopte samenvatting kun je op de Nederlandse versie terecht.