zondag 6 augustus 2017

Castel Rocchero in Lume



Hoewel we als Droomhuis Italië niet de gewoonte hebben om hijgerig op het nieuws te zitten, is het goed om hier toch even te melden dat ook in 2017 Nederland vertegenwoordigd was bij het evenement Castel Rocchero in Lume.

Het team van Droomhuis Italië klaar voor de start.
Normaal gesproken neemt het immer sympathieke Casa Vecchia uit Grognardo de honneurs waar, maar dit jaar waren ze wegens omstandigheden verhinderd en dreigde een gat te vallen. Gelukkig was Droomhuis Italië in staat om op zaterdag 22 juli met een eigen team voor de noodzakelijke continuïteit te zorgen. Dank zij de nuttige tips uit Grognardo werd het een geslaagde avond.

Grootschalig wijnwerk.
Castel Rocchero in Lume is een jaarlijkse traditie van het plaatsje Castel Rocchero om de eigen voortreffelijke wijn onder de aandacht te brengen. Er wordt een door vuurschalen verlichte route door de wijngaarden uitgezet vanaf de grootschalige wijncoöperatie La Torre (aan de grote weg) naar het dorpje zelf op de heuvel, en in de tussentijd is het de bedoeling alle etappeplaatsen aan te doen om wijn te drinken en (hoe kan het ook anders in Italië) daar een hapje bij te eten.

De pendelbus.
We waren keurig op tijd aanwezig, zodat we vlakbij La Torre konden parkeren. Daardoor misten we weliswaar de charme van de pendelbus tussen de parkeerplaatsen verder weg en het beginpunt, maar het gemak wil ook wat. Een bijkomend voordeel was dat de zon nog niet onder was, want zo’n route door de wijngaarden is hier en daar behoorlijk stijl, zodat uitglijders (zeker met een slokje op) tot de reële mogelijkheden behoren.

De deelnemers stromen binnen.
Door deze omstandigheden vertrokken wij vooraan in het peloton, vlak achter de ervaren drinkers van het Varese Drinking Team, acht mensen sterk (waarbij wij, op het gevaar af de genderneutrale inclusiviteit gevaar aan te doen, vier mannen en vier vrouwen onderkenden). 

Het Varese Drinking Team bereidt zich voor.
Het Varese Drinking Team opereert onder het motto siamo tutti mortali fino al primo bacio e al secondo bichiero di VINO (we zijn allen sterfelijk tot de eerste kus en het tweede glas wijn) en straalt daarbij uit iedere week topprestaties te leveren. We hielden ze heel aardig bij. Waarbij overigens kan worden opgemerkt dat het de bedoeling was om en route zes glazen wijn weg te werken en zo drievoudig onsterfelijk te worden.

Onder muzikale begeleiding schenkt de heer Viotti zijn wijn.
Hoe dan ook: in de voetsporen van het team bereikten we lichtelijk buiten adem het tweede drinkpunt, het wijnbedrijf van de familie Viotti waar we in 2012 al eens uitgebreid langs waren gegaan (zie onze blog Un vino impegnativo). De Autignan (Bracchetto secco d’Acqui), die we toen al hadden geproefd en waarvan we een doosje mee naar huis hadden genomen, was nog steeds een puik wijntje met een smakelijk pepertje. 

Toen werd het snel donker.
Daarna werd het een makkie, omdat de afstand tussen de verschillende uitschenkpunten steeds korter werd, terwijl ook het percentage asfalt op de route steeg. Wel werd het steeds donkerder, zodat het feeërieke karakter van een intens wijndrinkend Castel Rocchero volledig tot zijn recht kon komen.

Mission completed!
Details over hoe we, na dit alles, weer bij de parkeerplaats langs de grote weg en onze auto’s uitkwamen zullen we niet verstrekken. Een pendelbus was hierbij in velden noch wegen te bekennen. Kort gezegd was het een inspannende, en daardoor in letterlijke zin ontnuchterende ervaring, zodat we zonder problemen de weg naar huis konden afleggen.


Je kunt niet vroeg genoeg beginnen.

De toolkit. Met zo'n tasje raak je nooit je glas kwijt.

zondag 30 juli 2017

Cascina Tavijn



Omdat we graag tot de kern van de Italiaanse wijn wensen door te dringen (en, vooruit: omdat we wijn ook heel erg lekker vinden) waren we recent op een zomerse middag naar het gebied gegaan iets ten noorden van Asti, waar je het beste terecht kunt voor Grignolino en Ruché. Lekkere lokale druivensoorten waar je mee thuis kunt komen (mits vakkundig bewerkt en in flessen gestopt).

Het weer werkte alleen niet helemaal mee. We waren vertrokken met lichte bewolking (ideaal reisweer), maar op de ringweg rond Asti pakten zich donkere wolken samen en na een minuutje of tien kwamen we in een verschrikkelijk noodweer terecht. Met bakken uit de hemel. Bliksemflitsen links en rechts. Zo heftig dat we het een prettige gedachte vonden even te parkeren. Op dat moment leek ons het geplande bezoek aan het Castello di Gabiano, waar ze niet alleen lekkere wijn hebben, maar je ook zo leuk in de kasteeltuin kunt wandelen, niet meer helemaal zinvol.

Kort en goed: we besloten onze rondreis drastisch in de korten en alleen nog even langs te gaan bij de Cascina Tavijn in het verder onbeduidende plaatsje Scurzolengo. Want daar, zo hadden we in onze wijnbijbel (de dikke Slow Wine gids) gelezen, was de jonge Nadia Verrua zo goed met wijn bezig, dat de Slow Wine het voor de eerste keer in zijn bestaan aangedurfd had een Ruché het erepredicaat vino slow toe te kennen. Een Ruché overigens die ook al is opgemerkt door een Nederlandse importeur van kwaliteitswijnen (Complimenti!, Ton) en op zijn site wordt omschreven als “een zeer bijzondere druif, waarvan de productie laag ligt. Dat geeft een exclusief karakter aan een bijzondere wijn. Eentje met een ingetogen intensiteit en een juiste balans.” En: “Intens aroma met veel florale tonen, vooral rozen maar ook pruimen en kaneel. In de mond zeer sappig met weer veel florale tonen en zoete specerijen. Mineralige lange afdronk.” En stond bovendien niet de Grignolino d’Asti van Nadia op de shortlist van de online wijngids van de Espresso (http://speciali.espresso.repubblica.it/_viniditalia2017/index.html)? Allemaal goede redenen, dus.

Om half drie stonden we daarom, terwijl de hemel nog wat nadrupte voor het hek van de Cascina. Samen overigens met een meneer uit Turijn die voor hetzelfde doel gekomen was. De meneer uit Turijn had zijn komst keurig van te voren afgesproken, en wij waren (zoals gebruikelijk) weer volledig op de bonnefooi gekomen, maar dat maakte geen verschil. De moeder van Nadia maakte het hek open, ging vervolgens telefoneren om uit te zoeken waar haar dochter uithing, en verdween tenslotte in de Panda om haar te gaan halen. In de tussentijd babbelden wij wat met de meneer uit Turijn, die de grote stad had verlaten om een aantal adressen langs te gaan waar biologische wijn wordt geproduceerd. Hij bleek recent in Nederland ter zijn geweest, voor het huwelijk van zijn zoon (of was het dochter?) die met een Nederlandse (Nederlander?) was getrouwd en hij had zich erg verbaasd over het ontbreken van zwaar tralie-, hang- en sluitwerk op vrijstaande woningen en het ontbreken van gaten in het asfalt.

Nadat hij met een doosje biologische wijn was verdwenen kon Nadia haar volledige aandacht op ons richten. Of liever: wij op haar. Want hoewel ze in onze bijbel bloemrijk omschreven wordt als Una persona incantevole, calma e schietta, sempre serena, di disarmante umiltà e rara sensibilità stond ze, naar onze bescheiden en anekdotische mening, toch lichtelijk in de hyper-stand. Dit bedoelen we niet zo negatief als het misschien overkomt, je kunt het ook bevlogen noemen, maar de verhouding tussen haar zendingsdrang en ons bevattingsvermogen was een beetje zoek. We deden ongelooflijk ons best om haar te volgen, maar we kunnen helaas niet zeggen dat er veel is blijven hangen.

Wel werd ons duidelijk dat Nadia een grote passie heeft voor wijnmaken en oude zekerheden zonder probleem overboord gooit. Biologisch produceren. Op zoek naar mogelijkheden om het gebruik van sulfieten te beperken of overbodig te maken. Slimme manieren bedenken om nieuwe varianten van bubbelwijn (kroonkurkmachine aangeschaft!) te ontwikkelen. Nieuwe, uiterst artistieke etiketten, want het oog wil ook wat. Het aloude familiebedrijf is, kortom, zwaar op de schop genomen.

Gedurende het college kwamen we het hele gezin tegen. Moeder, vader, oma, twee dochtertjes. Alleen een echtgenoot zagen we niet voorbijkomen, en daar zijn we natuurlijk niet naar gaan vragen. Met die twee kleine rondklauterende meiden (zomervakantie) was het al gezellig genoeg.

Toen we op het punt kwamen dat we wat doosjes mee wilden nemen, leerden we de wijze les dat juli mogelijk niet de beste maand is om wijn aan te schaffen. De voorraad is dan al voor een groot deel verdwenen (dat heb je met een klein familiebedrijf) en in ons geval was de fameuze Ruché niet meer leverbaar. Het is zelfs denkbaar dat hij nooit meer leverbaar zal zijn en dat het vernieuwende wijnmaken de traditionele DOCG-productie met herkenbare etiketten naar de schroothoop der geschiedenis heeft verwezen. Waar we dus mee thuiskwamen was een ter plekke van etiketten voorziene partij Teresa, die zonder omhaal en simpelweg wordt aangeduid als vino rosso. Maar wel een pittige meid met een stevig alcoholpercentage. Voor wijn die ook als zodanig als Ruché herkenbaar is, zullen we nog een keertje op pad moeten. Wat natuurlijk geen onaantrekkelijk vooruitzicht is.

zondag 23 juli 2017

Finalmente!



De aanhouder wint! Dat viel ons laatst weer eens op toen we binnen stonden, zonder problemen twee kaartjes kochten en aan de bezichtiging begonnen. Dat laatste was wel eens anders geweest, en voor een dichte deur hadden we vaker gestaan. Laten we zeggen dat we hier een happy end gaven aan een geschiedenis die vermoedelijk in 2003 begon.

De ingang. Op het bord de openingstijden.
Dit alles eist enige nadere uitleg. We hebben niet de behoefte onze lezers in het onzekere te laten, dan wel in het duister te laten tasten. Het betreft hier (om het maar meteen op tafel te leggen) de Galleria Rizzi, het museum met de meest exotische openingstijden ter wereld. We liepen er voor het eerst langs bij ons eerste bezoek aan de sympathieke badplaats Sestri Levante. Museumbezoek was niet helemaal het doel van onze excursie. Zoiets ligt niet voor de hand als je langs de Tyrreense kust wilt flaneren. 

Flaneren kost in Sestri geen moeite, het is een badplaats met een prettige mix van grandeur, charme, overzichtelijkheid en sfeer. Er zijn twee stranden, met naar omstandigheden veel zand (probeer dat maar eens te vinden op de strandjes van de Cinque Terre). Er zijn chique hotels, leukere winkeltjes dan (pak hem beet) in het hardcore badplaatseninferno van het type Rimini, en het is allemaal overzichtelijk en prettig ogend. Als je de behoefte heb naar een badplaats te gaan, zo is onze vaste overtuiging, dan kun je maar het beste voor Sestri kiezen. Hoewel ook hier op zomerdagen parkeren een uitdaging is.

Het museum op streetview, juli 2015. Ongeveer genomen vanaf de ingang van de Citto Beach Club
Goed. Het is dus 2003, ons eerste bezoekje aan Sestri, en we zijn op weg naar de Baia del Silenzio, alwaar zich het tweede strand bevindt, maar ook zo iets prettigs als de Citto Beach Bar (uitzicht over baai en strand). En we lopen langs het museum. En het is dicht. Maar onze nieuwsgierigheid is gewekt. Je komt niet elke dag een museum tegen dat zich als het ware op het strand genesteld heeft. Waar in de winter de golven tegen de achtergevel slaan en in de zomer die zelfde achtergevel gebruikt wordt om na het zwemmen tegenaan te leunen. En die nieuwsgierigheid eist dat we naar binnen willen, maar dat is alleen mogelijk (zo zegt de folder, de website zegt het weer net iets anders) op zondag tussen 10 en 13 (maar alleen van april tot oktober), op woensdag van 16 tot 19 (maar alleen van mei tot september) en op vrijdag en zaterdag van 21.30 tot 23.30 (maar alleen van 10 juni tot 10 september).

Ook op het entreebiljet de openingstijden, net weer iets anders. Maar dat hoef je niet meer te weten als je het hebt aangeschaft.
Enkele jaren later lukt het ons in een van deze tijdvensters de voordeur te passeren, maar dan wordt ons verteld dat de kassa al dicht is en we vijf minuten te laat zijn. Dat mag gerust een deceptie genoemd worden, zeker in aanmerking genomen dat onze verzekering dat we in 25 minuten het hele museum wel door kunnen geen enkele indruk maakt. Nu zou je kunnen zeggen: dan maar niet. Maar zo zitten we toch niet helemaal in elkaar. Als het ons moeilijk wordt gemaakt komt een soort fanatisme over ons. Dus we moeten en zullen die verdomde Galleria in, of het nou de moeite waard is of niet.

Een paar weken geleden nemen we ook de laatste horde (voorbereiding is alles!) en gaan in de noodzakelijke 25 minuten het voormalige woonhuis van de advocaat Marcello Rizzi door, gebouwd in 1926 door zijn vader Vittorio, en in 1960 (bij de dood van Marcello) inclusief de gehele kunstcollectie aan de samenleving nagelaten. Nadere informatie daarover is  te vinden op de website http://www.galleriarizzi.com/.

Was het de moeite waard? We zullen eerlijk zijn: het was geen gebeurtenis die onze kijk op de wereld, de beschaving of de menselijke kwestie veranderd heeft. Maar we zijn blij dat het ons gelukt is en dat we dit van ons lijstje hebben kunnen afstrepen. Waarmee overigens niet gezegd wil zijn dat we een lijstje (type bucketlist) hanteren. Maar bij wijze van spreken dan.

Eigen foto’s (mocht eigenlijk niet, maar dat hadden we niet meteen in de gaten) volgen hieronder.  Om een beetje een beeld te geven hoe het eruit ziet.




zondag 16 juli 2017

Subtiel verschil


Net als je denkt de nuances van het Italiaanse leven onder de knie te hebben, ga je toch weer een beetje de mist in. Dat overkwam ons laatst bij de selectie van het juiste broodbeleg.

Om het niet moeilijker te maken dan het was: we waren op zoek naar jam en stuitten op de kwaliteitsproducten van het merk Le conserve della nonna. Niets mis mee. Dus gingen we over tot de aanschaf van een potje Amarene-jam. Amarene zijn, zoals bekend, kersen met een ietwat bittere smaak, en dat geeft de jam net een tikkeltje extra. Tevreden keerden we huiswaarts.

Tot onze teleurstelling vonden we de amarene niet in herkenbare vorm in de jam terug, toen we er een paar fette biscottate mee besmeerden. Het was een soort egale pasta (een beetje als in de vreselijke kleine kuipjes hoteljam van het merk aardbei, waarbij sprake is van een soort glibberige suiker met een kleurtje die nergens op lijkt), zij het gelukkig wel met de smaak van bittere kers. “Oma, wat maak je ons nou”, was de gedachte die spontaan in ons opkwam, en we bestudeerden het potje jam nog uitgebreider dan in de winkel. Daar onthulde zich het subtiele raadsel: we hadden Composta di Amarene (65%) aangeschaft, en dat is toch iets wezenlijk anders dan Confettura. Weer wat geleerd!

Bij onze volgende aanschaf van een potje jam, dit keer het huismerk van een bekende supermarktketen, letten we goed op dat we daadwerkelijk Confettura aanschaften. Een ezel stoot zich… We kwamen dan ook thuis met een potje confettura extra. Als we iets doen, doen we het goed. Tot we, vlak voor het openen op de verpakking de volgende tekst tegenkwamen: L’immagine constituisce un semplice suggerimento di presentazione. Toen sloeg weer even de twijfel toe. Gelukkig was toch sprake van jam volgens het boekje (ons boekje, in dit geval). De stukjes amarene waren goed herkenbaar, en eveneens in de juiste mate kauwbaar. Maar we blijven ons afvragen wat met die waarschuwende tekst wordt bedoeld. Het is niet uitgesloten dat we toch een fijne nuance hebben gemist!