vrijdag 23 september 2016

Concertlogistiek



Omdat het de tweede keer was dat we in Magnano (in het kader van het sympathieke jaarlijkse festival aldaar) een concert wilden bijwonen meenden wij (gepokt en gemazeld) dat we ons terdege hadden voorbereid op een ongestoorde concertgang. Maar zo simpel bleek het toch niet te zijn.

Het is natuurlijk een gegeven dat Magnano een klein schattig oud plaatsje is ergens ten noorden van het meer van Viverone. Niet helemaal naast de deur, dus (ook niet de deur van ons Italiaanse zomerverblijf). Daarom hadden we vooraf een overnachtingsadres geregeld, op comfortabele loopafstand van de concertlocatie, het historische romaanse kerkje van San Secondo (waar, blijkens het uitputtende beeldverslag van Alessandro en Simone, ook heel mooi getrouwd kan worden). Ongelooflijk pittoresk gelegen op het Piemontese platteland, voor zover het land in dat deel van de wereld plat genoemd kan worden. Hoe dan ook: midden in de velden buiten enige vorm van bebouwde kom.

Dat is op zich natuurlijk geen enkel bezwaar, alleen bracht het wel de vraag naar voren waar we, voorafgaand aan het concert, een hapje zouden gaan eten. In Nederland is dat geen enkel probleem. Daar begint een concert in de regel om 20:15 uur, en uren voor dat tijdstip kun je al in elke eetgelegenheid terecht om de maag te vullen. In Magnano begon het concert om 21:00 uur (stipt op tijd overigens), maar zit je in de regel niet voor acht uur aan tafel.

Hier wreekte zich vervolgens het feit dat Magnano een klein schattig oud plaatsje is. Het plaatselijke restaurant (Locanda Del Borgo Antico) bleek namelijk alleen open te zijn voor wie vooraf had gereserveerd. Nu nemen Italianen het prenotare uiterst serieus, maar zo bont hadden we het nog niet eerder meegemaakt. Dus moesten we in allerijl op zoek naar eten in de niet al te verre omgeving, met alle stress die daarbij dan meteen spontaan om de hoek komt kijken.

We hebben het gered, maar het was allemaal niet zo feestelijk als we het ons van tevoren hadden voorgesteld. De volgende keer gaan we ons nog beter voorbereiden en ook al vooraf het eten regelen. Drie kilometer verder blijkt bijvoorbeeld Agriturismo La Bessa te liggen, met een menu “a base di prodotti di prima qualità e di materie prime di provenienza locale e nostrana, variano stagionalmente e settimanalmente, al fine di offrivi un vasto assortimento di assaggi sempre diversi e sempre più golosi!” Daar valt vast wel een prettig vorkje te prikken, als ze tenminste de keuken op tijd openen en wij ons ruim genoeg van tevoren als eter hebben aangemeld. En anders stellen we zelf een smakelijke picknickmand samen en klappen we voor de kerk, tussen de koeien, een tafeltje uit om in de buitenlucht te dineren. Dat is in de zomer op het Italiaanse platteland immers geen enkel probleem.

Maar, hoe dan ook: reken er op dat we de volgende keer tot het uiterste voorbereid in Magnano arriveren. Tot de tanden bewapend, zogezegd. Met mes en vork in de aanslag.

zondag 31 juli 2016

Ingombranti

Omdat Italië een modern land is kan het natuurlijk niet achterblijven op het gebied van het milieu. Op alle plastic tasjes lezen we daarom de waarschuwing dat het tasje niet achteloos in de ambiente dient te worden achtergelaten, zelfs niet nu de tasjes naar een afbreekbare vorm zijn gedegradeerd. En de plastic flessen voor het water zijn tegenwoordig dunner dan ooit, zodat ze de neiging hebben tussen je vingers door te glijden op het moment dat je ze opent. En ze zijn ook nog eens een keer voor minstens 25% van bio-materiaal gemaakt. Zo wordt consumeren gelukkig een uiterst verantwoorde bezigheid.

Ook het probleem van het dumpen van rotzooi wordt ferm aangepakt, in het dorp waarin we ons huis hebben met behulp van een waarlijk beschavingsoffensief. INCIVILE, schreeuwt een recent geplaatst bord op het plaatselijke inzamelpunt van huishoudelijk afval, tenminste: als je rifiuti onbeheerd achterlaat. En je kan er ook nog eens een fikse boete voor krijgen. Nu is dat in Italië niet ongewoon. Je kunt voor zowat alles een fikse boete krijgen, alleen het gebeurt zelden. En dat gesproken wordt over een ‘gebied onder controle’ laat evenmin de alarmbellen rinkelen. Wie controleert dan wel? En hoe doet hij/zij dat? We hebben de alles registrerende camera’s nergens zien hangen. Misschien dat de sindaco van ons dorpje drie keer per dag poolshoogte gaat nemen.

Maar omdat we natuurlijk niet als onbeschaafd de boeken wensen in te gaan blijft de boodschap toch hangen. En gaan we meteen eens nadenken of we nog ergens in huis overbodige INGOMBRANTI hebben waar we verantwoord van af willen. Dat brengt ons allereerst op de vraag wat ingombranti dan wel mogen zijn. Dat is nou een woord waar je normaal gesproken nooit tegenop loopt. Net zoiets als locale da sgombero, waar je ook allerlei wilde gedachten bij kunt ontwikkelen als je er voor het eerst van hoort.

Als wij, conform de aanbeveling op het bord, online een poging ondernemen om de verwijdering van onze ingombranti gratis te gaan reserveren krijgen we op een keurig invoerscherm een werkdefinitie van wat we er allemaal onder kunnen verstaan. Het blijkt vooral te gaan om af te danken huishoudelijke apparaten, van koelkast tot staafmixer en van elektrische boiler tot vaatwasser. Meubels horen ook tot het ingombranti-universum. En je mag er maximaal drie aanmelden voor gratis verwijdering. Ook in het afdanken dient immers terughoudendheid te worden toegepast.

Heel modern vullen we het keuzemenu in en drukken op de enter-knop. De volgende dag ontvangen we een bericht dat we over drie weken van onze spullen zullen worden verlost, mits ze de avond tevoren op (aan?) de openbare weg, maar wel zodanig dat niemand er last van heeft, zijn geplaatst. Bij het moderne ingombreren komt dus wel enige planning en enig agendabeheer van pas, heel wat anders dan het spontane dumpen vanuit de achterbak! Maar het lukt ons, ook al kost het bij de antieke en in solide plaatstaal uitgevoerde Miele-wasmachine de nodige zweetdruppels. Onrustig leggen we ons die nacht te ruste. Hoe zullen we, zo gaat door ons heen op het moment van inslapen, de volgende ochtend de kant van de weg naast ons huis aantreffen?


Om half acht de volgende morgen worden we gewekt door enig gesjor en gesleep, gevolgd door het vertrek van een vrachtauto en een weldadige stilte. Als we later gaan kijken is al ons aangeleverde afval keurig verdwenen. Soepel en efficiënt, gebaseerd op een strak digitaal proces. Een modern welbevinden komt over ons. En stil beginnen we na te denken over de ingombranti die we een volgende keer eens kunnen laten ophalen.

zondag 24 juli 2016

Blow up

het standbeeld van de schilder
Het plaatsje Correggio, genoeglijk gelegen in de provincie Reggio Emilia, kan een zekere architecturale uitstraling niet ontzegd worden. Maar dat is geen overbodige luxe, als je als plaats een beetje wilt kunnen opboksen tegen het dichtbij (overigens in de buurprovincie Modena) gelegen pareltje Carpi. Maar van Correggio hebben meer mensen gehoord dan van Carpi, via de schilder Antonio Allegri (1489-1534) die in de regel naar zijn geboorte- en sterfplaats wordt aangeduid.

Correggio (het plaatsje dan) heeft kleurrijke gevels, en een subtiel gebogen Corso Giuseppe Mazzini die ze des te beter doet uitkomen. Langs de belangrijkste straten zijn galerijen voor de nodige beschutting in zomer en winter. Het Teatro Bonifazio Asioli, een klassieke bonbonnière met vier rijen loges in traditioneel rood en goud is (voor een plaatsje van 25.000 inwoners) van een kloek formaat en telt 485 plaatsen waar je lekker van de barbier van Sevilla en van jazz kunt genieten. In fijne restaurantjes als de Trattoria Tre Spade is het bovendien lekker eten.

zandartiest: heimelijke ontmoeting?
Dat de Chiesa San Francesco, waar de schilder begraven ligt, langdurig is gesloten in het kader van een onduidelijk restauratieproject is geen groot bezwaar. De twee meesterwerken van de schilder die er ooit hingen zijn al veel eerder naar grote musea overgebracht. Voor het werk van Correggio kun je beter naar Parma afreizen. Gelukkig staat er wel een kloek standbeeld van de schilder op het Piazza di San Quirino, zodat we toch een beetje aan hem herinnerd worden. En vlak daarbij mag een zandartiest zijn kunsten vertonen tot de eerstvolgende regenbui die nog even op zich laat wachten.


Onder deze omstandigheden doezelt Correggio gelukzalig door de warme zomermaanden. Niets beweegt. Alles is rustig en stil. En de Corso Giuseppe Mazzini toont tevreden zijn kleurrijke gevels. Tot we de foto’s terugkijken. 
Corso Giuseppe Mazzini
Wie is die vrouw die daar zo slinks uit het beeld wenst te verdwijnen? Als een voorbeeldige Michelangelo Antonioni, 50 jaar na dato van de grensverleggende film Blow up, vergroten wij de foto uit. 

In de beschaduwde galerij lijkt iets aan de hand te zijn. Het beeld krijgt een mysterieuze en dwingende lading. We vergroten net als hoofdrolspeler David Hemmings de foto nog maar een keertje. 

Zou ook hier sprake kunnen zijn van een wapen? Of een tête-à-tête dat verborgen moet blijven? Of stellen we ons alleen maar een beetje aan? 

Correggio blijft iets ongrijpbaars houden. Een beetje zoals het schilderij Io e Zeus van de meester, waar een enigszins onbestemde ontmoeting zich in een wat verder stadium lijkt te bevinden. Daarvoor was echter wel een bewolkte dag nodig.

zondag 17 juli 2016

Ook weer opgelost!

Er zijn dingen waar je niet meteen bij stilstaat, en waarbij een antwoord evenmin direct voorhanden is. Daar kun je aan voorbij gaan. Dat leidt dan niet direct tot grote problemen, en vermoedelijk wordt ook de toekomst er niet ingrijpend door aangetast.  Maar je blijft wel zitten met een lacune in je kennis. En dat is toch jammer.

Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je op de autostrada rijdt en tot de conclusie komt dat je je geld thuis hebt gelaten? Blijven dan voor eeuwig de slagbomen gesloten bij het verlaten van de snelweg? Misschien geeft de informatieve website van de Italiaanse snelwegen antwoord op deze prangende vraag①, maar je kunt het ook gewoon een keertje uitproberen. Een soortement onderzoeksjournalistiek bedrijven, om het smeuïg uit te drukken.

Als Droomhuis Italië zouden we nooit op dat idee zijn gekomen. Bij ons is de portemonnee op elke Italiaanse snelweg altijd binnen handbereik, maar gelukkig hadden we recent gasten (hier voor het gemak aangeduid als de 2J’s) die elk vraagstuk met een open mind tegemoet treden en vanuit die instelling bij het verlaten der snelweg vast kwamen te staan. Derhalve kunnen we nu uit de tweede hand vertellen wat er in zo’n geval gebeurt.

Om de zaken niet spannender te maken dan strikt noodzakelijk: ook voor deze situatie is een standaard oplossing voorhanden. Je bent wat extra tijd kwijt, je krijgt een indrukwekkend ogende MANCATO PAGAMENTO mee, maar dan mag je gewoon verder. Wel met het verzoek om binnen twee weken alsnog te betalen, omdat anders il recupero forzoso del credito con l’aggravio delle relative spese suppletive gaat optreden,en dat wil een weldenkend mens tenslotte vermijden. En omdat, heel menselijk, ook rekening wordt gehouden met de onwetende buitenlander, word je zowel in het Italiaans als in het Engels uitgebreid gewezen op de aanwezige betaalmogelijkheden. Dat kan zowel bij een Punto Blu, alsook (want in Nederland zijn deze blauwe punten dun gezaaid) via internet of internetbankieren. Houd IBAN IT79M0616002800100000000398 voortaan scherp in de gaten!


Verdomd: het staat er nog op ook: https://www.autostrade.it/it/rmpp. Zelfs betaling via SisalPay (whatever that may be) is tegenwoordig mogelijk. Gezellig in de bar. In contanten, als je de portemonnee tenminste mee hebt genomen.

donderdag 16 juni 2016

Monteverdi in Mantua



Omdat we net het Monteverdi-festival in Cremona hadden gemist en de daarbij behorende tweedaagse muzikale boottocht op en neer naar Venetië iets te veel van het goede vonden konden we de vierde editie van Trame Sonore, het kamermuziekfestival van Mantua, niet voorbij laten gaan. Dus stonden we zondag 5 juni vroeg op om nog net de laatste dag mee te kunnen pikken.

Een bezoek aan Mantua, zo bleek maar weer toen we door de stad liepen en ons onderdompelden in het festivalgevoel, is altijd de moeite waard. Cees Nooteboom heeft eens (in 1981 al weer) een heel mooi verslag over Mantua gepubliceerd en sinds we dat lazen zijn we verkocht. “Waarom ben ik hier?” vraagt Cees zich retorisch af. “Een maand geleden was ik in Londen en bezocht de grote Japanse tentoonstelling, kunst uit de tijd van de Tokugawa-shoguns. Tegelijkertijd was er in het Victoria and Albert een tentoonstelling over de Gonzaga’s, heersers van Mantua van de veertiende tot de achttiende eeuw. Tokugawa’s, Gonzaga’s, absolute heersers, samoerai en condottiere, hoven die zich met schittering aanzien wilden verschaffen en kunstenaars naar zich toe trokken, iets in die overeenkomst trof me. De twee tentoonstellingen gaan over de heersers, niet over de kunstenaars, maar het is de kunst waar we naar komen kijken, niet naar de verpulverde heerser.”

Prachtige taal. En wat te denken van de zinnen  waarmee hij zijn verslag begint: “Het is natuurlijk onzin wat ik doe: een stad uitlopen om er weer naar terug te keren, maar het is wat ik doe. Terwijl ik loop kijk ik niet om, anders zou alles vervluchtigen, smelten, verdwijnen. Het gaat om een alsof. Alsóf ik te voet, uit de lage, kille Lombardijse vlakten aan kom zetten, een figuur in de mist. Ik moet mij verbeelden dat ik lang getrokken ben door het landschap van de Mincio, de rivier van Vergilius, en dat ik aan het eind van mijn reis een visioen zal zien, het silhouet van Mantua. Ik hoor mijn eigen stappen op de lange brug. Links en rechts een wijde watervlakte, het Lago Superiore, het Lago di Mezzo. Twee vissers als een Japanse tekening op hun boot in de nevel. Alles is heel stil. Ik ga een eindweegs de weg naar Verona op, dan word ik een echte reiziger en draai mij om en nader de stad van de Gonzaga’s.”
Het silhouet van Mantua vanaf de weg naar Verona

Maar het is niet de bedoeling van dit stukje om uit te wijden over Cees. Wie zijn beschouwing Op haar gebeente bouwden zij Mantua wil lezen kan bij Google Books terecht.

Wij arriveren per auto, vanaf het zuidwesten en parkeren heel prozaïsch in een garage aan de rand van het centrum. Op het gevoel begeven we ons naar de Basilica di Santa Barbara, waar om mezzogiorno het Ricercare Ensemble een (herhaald) concert geeft met muziek van Monteverdi en Mozart. Monteverdi, omdat je als Mantuees koor natuurlijk niet om de grote meester heen kunt. En Mozart, omdat dat het thema is van het festival van dit jaar. Muzikaal helemaal in orde, en bijzonder door de gewaarwording dat je je op historisch terrein bevindt. Eens, het kan haast niet anders, moet ook Monteverdi in deze kerk zijn geweest. Misschien om er op te treden, misschien (maar dat is niet waarschijnlijk) om dezelfde muziek uit te voeren die nu weerklinkt vanuit de hoogten van de orgelomgang halverwege de kerk.

Na een half uurtje zingen daalt het koor af om het applaus in ontvangst te nemen en op de begane grond als toegift het Ave Verum Corpus van Mozart te vertolken. Tot op de draad versleten en bijna een cliché, ongeveer door elk Nederlands amateurkoor met klassieke inslag wel gezongen. Deze uitvoering vindt echter plaats met accordeonbegeleiding en, het moet gezegd, zelden hebben we een accordeonist zo ingetogen, subtiel en gevoelig bezig gehoord.

Dan is het weer voorbij, en moeten we naar een volgende afspraak, ver buiten Mantua. Volgend jaar komen we hier terug om veel meer muziek te gaan genieten. Op prachtige historische locaties, en voor een groot deel gratis of voor een habbekrats.  Leve het Europees parlement, dat het festival zo fijn heeft gesponsord. En ook de Japanse ambassade willen we om dezelfde reden bedanken.

woensdag 8 juni 2016

Un ponte che non va



In Italië heb je nationale feestdagen waarop iedereen vrij is en als zo’n dag gunstig valt wordt er een dagje aan vastgeplakt zodat er een minivakantie ontstaat. Zo’n tussendag wordt een ponte (bruggetje) genoemd. Dit jaar viel het Festa della Repubblica op een donderdag en was de ideale ponte een feit. Italië trok er dus massaal op uit, bij voorkeur naar de zee.

Omdat wij goed van vertrouwen zijn (en ons heel vaak van geen kwaad bewust) hadden we het advies van achterneef Marco opgevolgd om familiebezoek in Rimini op donderdag te mijden en ons afzijdig te houden van de minivakantie. Zondag zou, naar ons idee, geen problemen opleveren, omdat we gingen rijden op een moment dat de gemiddelde Italiaan ligt uit te buiken van de uitgebreide zondagse pranzo. Welgemoed zoefden we dus over de prettig lege autostrada richting Bologna, een befaamd epicentrum van dikke files.

Nadat we vlot de splitsing waren gepasseerd waar de snelwegen naar Rome en Ancona zich scheiden viel het ons op dat het in tegenoverliggende richting minder goed gesteld was met de doorstroming. Anders gesteld: het verkeer stond daar helemaal, drie rijen dik, vast. Kan gebeuren, dachten wij, twee snelwegen die bij elkaar komen geven wel vaker enige congestie. Aan de andere kant van Bologna stond het verkeer echter nog steeds in de stilstand en begonnen we enige compassie te voelen met de Milanezen die vroeg naar huis waren vertrokken om op tijd te zijn voor de burgemeestersverkiezing van die dag.

Om een lang verhaal kort te houden: wij reden de hele weg naar Rimini op maximumsnelheid door en de tegenliggers stonden de godganselijke afstand vast of sukkelden in wandeltempo door naar de volgende stilstand. Meer dan honderd kilometer file! Het moet echt een goede poging zijn geweest om het wereldrecord file te verbeteren. En na Rimini ging het met de file gewoon door, dus waarop het record is uitgekomen kunnen we helaas niet melden. Toen we bij onze Italiaanse nicht melding maakten van onze verkeerservaringen was haar antwoord: Nu al file? Meestal wordt het ’s avonds pas echt druk.

Over ons verblijf in Rimini is verder niet zo heel veel te zeggen. Rimini is Rimini, en daar kan iedereen zich wat bij voorstellen. Maar juni is helemaal geen gekke tijd. De stad ruikt heerlijk naar voorjaarsbloesems en de hotels zijn (buiten de ponte dan) niet al te vol en goed betaalbaar. We moesten erg lachen over de melding op onze hotelkamer (uit 2013 al weer) dat het hotel een maximumprijs van achthonderd euro per nacht wenste te kunnen rekenen. Keep on dreaming, zo dachten we. Als het echt gebeurt wordt vermoedelijk het dagblad voor Rimini uitgenodigd om een foto te komen maken. Verder viel ons nog op dat het toerisme massaal is over gegaan op Russen. Toeristische meldingen worden gedaan in vier talen: Italiaans, Engels, Duits of Frans en Russisch. Gelukkig waren de vele Russen die we tegenkwamen in de regel erg rustig.

En, om weer even terug te komen op drukte, volgend jaar valt het Festa della Repubblica op vrijdag, meteen gevolgd door Pinksteren. Dus iedereen met rijplannen omstreeks 2 juni 2017 is vast gewaarschuwd. De volgende feestdag dit jaar is natuurlijk de Ferragosto op 15 augustus. En die dag valt dit keer op een maandag.

zaterdag 4 juni 2016

Eindelijk kersen!



Als je op het platteland van Italië een huis koopt, heb je een goede kans dat je er een aantal fruitbomen bij krijgt. In een boerentuin is weinig te vinden dat er gewoon voor het mooi is geplant, dus ook de bomen in de tuin hebben het nuttige en productieve doel om bij te dragen aan de voedselproductie.

Dat kan aanleiding geven tot dilemma’s, bijvoorbeeld als je als blije koper plotseling de beschikking krijgt over een boomgaard met vijftig perzikbomen die in de loop van de zomer allemaal vol blijken te hangen met goed eetbaar fruit. Als je het dan niet kan aanzien dat al die perziken nodeloos op de grond gaan vallen is het hard werken geblazen. En meer fruit eten dan vermoedelijk menselijk mogelijk is.

Meestal beperkt zich het bomenbezit tot enkele bomen en een fruitproductie die is toegesneden op de menselijke maat. Dan nog is een zekere selectiviteit niet ongewenst, want we hebben het in ons geval geprobeerd met appels en peren waaraan op geen enkele wijze enige eer te behalen viel. Niet te eten, kortom. En evenmin geschikt om te worden veranderd in appelmoes of stoofpeer.

Met de pruimen hebben we het beter getroffen. Hoewel het onderscheid tussen prugne en susine nooit helemaal duidelijk is geworden hebben we er al jaren goede ervaringen mee en zijn we iedere zomer wel een aantal uren bezig met ontpitten, koken en in potjes stoppen. Dat levert een uiterst smakelijke pruimensaus op die het goed doet in toetjes. We gaan bescheiden om met de geleersuiker, zodat het geen jam wordt en de smaak zijn frisheid blijft behouden.

Kersen is een verhaal apart. kersen hebben namelijk een bijzonder slecht gevoel voor timing. In de meivakantie zien we de veelbelovende kersenbloesem de bomen aantrekkelijk wit kleuren. In de zomer, als we een tweede keer komen, kunnen we de kersenpitten van het terras vegen. Bovendien is dan de boom een tamelijk deprimerende verschijning geworden die met slap afhangende blaadjes de hele zomer staat uit te stralen dat het werk erop zit en de beste tijd alweer achter ons ligt.

Dit jaar zijn we echter eind mei al aangekomen en voor het eerst zien we nu de kers zoals de kers bedoeld is. Vol aantrekkelijk fruit dat met de dag roder en gezonder oogt. De eerste geplukte kersen smaakten bovendien meer dan prima. Bovendien is het ons ook mogelijk de zoete kers (ciliegia)van haar bittere zusje de amarena te onderscheiden, omdat de amarena in het rijpingsproces een aantal weken achter de ciliegia aanhobbelt.  Allemaal goed nieuws dus. Niets dat ons tegenhoudt om dit keer eens goed met de kers aan de slag te gaan.

lekker veel kersen
Toch kennen ook wij onze dilemma’s. Want het zijn wel lekker veel kersen, maar hoe krijgen we ze allemaal als frisse kersensaus onze potjes in? Of, want daar gaat het natuurlijk om: hoe krijgen we de pitten er uit? Voor het ontpitten van pruimen draaien we onze hand niet meer om, maar (zo wees een kleine test uit) het ontpitten van kersen is andere koek. En tenslotte: hoe krijgen we de kersen op ordentelijke wijze de boom uit? Want (om in jargon te blijven) we hebben niet bepaald te maken  met laagstamfruit. Onze kersenboom is van een zodanig indrukwekkend formaat dat de meeste kersen niet bepaald voor de plukkende hand liggen. En stevig schudden, wat bij rijpe pruimen tot een behoorlijk resultaat leidt, maakt op een boom met een stam van vijftig centimeter dik geen grote indruk.