zaterdag 9 april 2016

Angela en Bardi



Hoewel het plaatsje Bardi in de provincie Parma op de landkaarten en toeristische gidsen niet geelgekaderd een omweg waard schijnt te zijn, heeft het niettemin de beschikking over een imposant fort. Een fort waar je u tegen zegt. Een fort waar je niet omheen kunt. Daarover gaan we het later wel eens hebben, en misschien ook nog wel over het Festa dell’Emigrante dat jaarlijks op 13 augustus plaatsvindt en massa’s volk trekt.


Op dit punt zou de vraag gesteld kunnen worden waarom je in de zomer in Bardi eigenlijk altijd van die toeristische types met strohoed tegenkomt die zo’n onmiskenbaar Angelsaksische uitstraling hebben, de bleekste bleekgezichtjes ter wereld, product van een eilandmentaliteit, zonder twijfel afkomstig van de overzijde van de Noordzee. 

Dat kan allemaal behandeld worden, maar voor het grootste deel niet nu. Want op het wereldwijde web liepen we tegen Angela Hartnett aan. En over haar gaan we het nu hebben. 

In de eerste plaats omdat Angela iemand is. Bijvoorbeeld met een eigenWikipedia-pagina. En met een restaurant in Londen, Murano geheten, dat over een Michelinster beschikt en voor een uitgebreid menu grote mensen prijzen rekent van £85. Als je dat voor je eten kunt vragen heb je vermoedelijk wel enig verstand van lekker eten. Of in ieder geval van lekker koken.

Maar dat is hier alleen relevant in het licht van het feit dat de opa en oma van Angela uit Bardi afkomstig zijn. Of eigenlijk uit een klein dorpje in de buurt. En daarom is Angela bekend in de streek. En praat ze erover in een interview met de Independent (zij wel! En trouwens: een tijdje geleden al weer, maar in de digitale wereld blijven kranten eeuwig rondzwerven), waarvan we hier even een paar hoogtepunten noemen. Het hele interview is trouwens hier te lezen. 

Als we weer eens in London zijn gaan we zeker bij Angela vast langs om een vorkje te prikken. En als het reserveren een beetje stroef dreigt te lopen (I'm sorry, we have a table for you in five months) dan zetten we de joker in en maken we ons bekend als part time inwoners van Bardi.

Hoe dan ook. Laten we nu maar eens even gaan kijken wat Angela over Bardi te zeggen heeft:

“Mijn grootmoeder is geboren in het dorpje La Costa. Bardi is de dichtsbijzijnde stad, ongeveer acht kilometer verderop. Tussen de wereldoorlogen verlieten de mensen de streek. Mensen uit Borgotaro kwamen naar Londen en de mensen uit Bardi leken allemaal naar Wales te gaan. Mijn grootvader vertrok naar de Rhondda-vallei en liet mijn oma overkomen. Daar is mijn moeder geboren.

In de zomer gaan de Italianen uit Wales terug naar Bardi. De meesten hebben er nog huizen. Mijn eerste herinnering aan Bardi dateert van toen ik vier was.

Ik vind Bardi prachtig. Mensen lachen me uit als ik zeg dat het me aan Wales doet denken, maar Bardi ligt nu eenmaal in de grote vallei van de Po. Als je in de zomer naar Bardi gaat hoor je mensen het ene ogenblik met een Welsh accent praten en daarna naadloos overschakelen op vloeiend Italiaans. Mijn moeders generatie spreekt Italiaans, maar de oudere generaties spreken plaatselijke dialecten."

Tot zover de algemene sfeerbeschrijving. Laten we ons nu nog even pogen te concentreren op de vraag waar je in en rond Bardi lekker eten kunt krijgen. Angela is, tenslotte, niet voor niets, onderscheiden met die Franse ster.

In dit kader landen we natuurlijk met Angela meteen bij de  Caseificio Val Ceno (“de Parmezaan is de beste die je ooit hebt geproefd”), maar van de kaasmakerij vangen we signalen op van een faillissement. Deze zomer gaan we dat maar eens controleren.

Ook fameus lijken de anolini, en nergens zijn die beter te eten dan bij Maria Teresa Labadini in Tosca. Even richting Varsi rijden en dan bij de brug rechts aanhouden en stilhouden bij Bar Trattoria Citta' D'Umbria in de Via Mornasso Tosca, 25; 43049 Varsi.

Daarna gaan we op zoek naar al die andere fijne adresjes die worden aangeprezen, maar dan wreekt zich toch een beetje dat we Angela te laat hebben ontdekt en het merendeel van de aangeprezen adressen nergens te bekennen dan wel permanent gesloten is. Alleen in Parma en Modena kunnen we eventueel nog terecht, maar dat is toch nauwelijks in de buurt van Bardi te noemen.

Maar ach, ook zonder hulp uit Londen zullen we het smakelijke eten wel weten te vinden. Op paaszaterdag liep de lunch in Il Pellicano in ieder geval prettig uit.

woensdag 30 maart 2016

Appeltjes van Oranje?


Binnen Droomhuis Italië is sprake van enige discussie of we hier te maken hebben met een gevalletje van nostalgie of een onveranderde, zij het niet actief gevolgde, werkelijkheid. Een beetje zoals we de relatie tussen mandarijnen en sinterklaas ervaren. Dat is iets van tamelijk lang geleden, toen mandarijnen nog voor ongeveer de helft uit pitten bestonden. Tegenwoordig is de pitloze mandarijn heel normaal, maar er was een tijd dat deze variant een grote innovatie en een sterk verkoopargument was.
 
Het bovenstaande zou kunnen aantonen dat vooruitgang werkelijk bestaat, maar als we daarop doorgaan gaat dit bericht een kant op die ongewenst is. We zouden het over nostalgie hebben. Dat kwam 50% over ons toen we bij ons laatste bezoekje aan Italië voor de gezondheid een forse hoeveelheid sinaasappelen uit Sicilië aanschaften. Weliswaar in een modern netje (heel wat anders dan enkele jaren geleden in Piazza Armerina waar ze regelrecht uit de achterbak van een personenauto kwamen), maar toch. 

Bij het opensnijden van de vruchten was er spontaan sprake van een forse teruggang in de tijd, naar de periode dat vader nog gezag uitstraalde en overal verstand van scheen te hebben. Bloedsinaasappels! We horen het hem nog zeggen. Met een lichte trilling in de stem en een gelaatsuitdrukking die het midden hield tussen milde spot en schijnbaar onderdrukte huiver. En wij kinderen ons ernstig afvragend hoe ze in hemelsnaam dat bloed er in gekregen hadden en of je ze wel kon eten zonder ziek te worden.

Dat was toen. En sindsdien waren sinaasappels alleen nog maar strak oranje van uitstraling. Vermoedelijk hebben we de onderstroom van de geschiedenis gemist, waarin deze donker getinte sinaasappels gewoon bleven voortbestaan maar de toegang tot Nederland werden ontzegd. Nu gingen ze, jaren later, alsnog door de citruspers, met sap in een ongebruikelijke kleur tot gevolg. Alsof je bij het ontbijt plotseling aan de bessensap gaat. Zelfs de smaak was anders, inderdaad met de zoete ondertoon van bosbessen en een vleugje rijpe braam als finale. Maar dat was nieuw en niet langer nostalgisch.

zondag 14 februari 2016

Rik Rensen doet zichzelf te kort

Nauwelijks was de spreekwoordelijke inkt van het vorige bericht opgedroogd (waar we vertelden dat we tegenwoordig op ons vakantieadres WIFI hebben)  of daar viel het nieuwe nummer van het immer warmhartig op de menselijke buitenkant gerichte glimblad ITALIË  magazine op onze deurmat, waarin Rik Rensen vertelt dat hij maar weer naar het postkantoor gaat omdat zijn internetverbinding niet vooruit is te branden.

Nu heeft Rik zijn mooie vakantiehuis op zo'n tien kilometer hemelsbreed van het onze. Bij ons het straatje door de berg af, over de rivier zien te komen en dan zijn berg op. Wel een stukje klimmen, want zijn berg is een stuk hoger dan die van ons, maar echt ver weg kun je het niet noemen. Het is niet dat we op een heldere dag naar elkaar kunnen zwaaien, maar we hebben (op die zelfde heldere dag) wel uitzicht op dezelfde Torre Saracena

Dus als Rik bijvoorbeeld schrijft dat hij als gevolg van falend internet een bezoek gaat brengen aan het postkantoor van Acqui Terme dan voelen wij met hem mee. Een bezoek aan het postkantoor hebben wij ook wel eens gedaan, op een marktdag om de uitdaging nog wat groter te maken. Bij binnenkomst trek je een nummertje. In ons geval was dat 160. Kort daarop werd nummer 60 naar het loket geroepen. Toen we ons oor te luisteren legden vernamen wij dat het niet ongewoon is om op marktdag allereerst naar het postkantoor te gaan om een nummertje te trekken, vervolgens de markt te bezoeken en de boodschappen te doen, zeker een kopje koffie te drinken om een uur of elf, en daarna pas naar het postkantoor terug te keren. Je was dan nog ruim op tijd om niet je beurt te hoeven missen. Theoretisch werd het ook nog mogelijk geacht er een pranzo aan toe te voegen zo tegen een uur of twaalf, maar dat werd toch afgeraden om niet de kans te lopen dat intussen het postkantoor zichzelf had gesloten. Sindsdien gaan we, als dat nodig is, naar het uiterst overzichtelijke postkantoor van Cassine, waar we toch regelmatig langskomen op weg naar de autostrada.

Maar alleen als het echt nodig is, want inderdaad heeft in Italië de moderne tijd zijn intrede gedaan en kun je tegenwoordig via internet zelfs de grofvuilophaaldienst langs laten komen. Maar waar Rik koos voor een draadje uit het dal, opteerden wij voor een signaal uit de ruimte. Want je kunt natuurlijk wel, heel furbo, een gratis aansluiting bestellen die over grote afstand dient te worden aangelegd, maar daar weten Italianen wel raad mee. Die draad komt er, onore en bella figura staan elke andere uitkomst in de weg, maar of de bits en bytes ooit met voldoende snelheid getransporteerd gaan worden is natuurlijk een heel ander verhaal.

Op zich is het een leerzame ervaring om in te gaan op een aanbieding van Telecom Italia, die representant van het oude Italië. Maar waar een maandtarief van € 40 als een aanbieding wordt aangeprezen dient een mens gewaarschuwd te zijn. Het is dan beter de blik omhoog te richten (the sky is the limit) en te kiezen voor een moderne oplossing. Het is immers niet voor niets dat draadloos internet op het bergachtige Italiaanse platteland zo populair is. Overal zijn plaatselijke initiatieven om zendmasten te plaatsen die met kleine schotelantennes kunnen worden afgetapt. Dat wilden wij ook, maar de plaatselijke kerk bleek tussen ons huis en het signaal in te staan. Daarom kozen we voor  Open Sky internet via satelliet. Geen kerk die daar tussen kan komen.


En op het gevaar af dat we op sluikreclame overgaan. Via het nummer 0141-30002 komt een deskundig klein team vanuit Asti je tuin ingereden om de bijpassende schotel van kloek formaat te monteren en de verbinding te leggen. Daar zijn weliswaar kosten aan verbonden, maar het werkt prima.

donderdag 11 februari 2016

Voortreffelijk voordelig voorseizoen

Het lengen der dagen heeft een stijgend gevoel van onrust tot gevolg. Tenminste, zo gaat dat bij ons. Ook is er sprake van een soort aftellen. Aftellen naar de dag dat de reis naar Italië weer kan worden ondernomen. Nog niet meteen de auto pakken, maar eerst een kort heen-en-weer per vliegtuig om na te gaan hoe ons huis de winter door is gekomen. En in de tussentijd een lichte vorm van bewaking op afstand, door iedere dag even op de webcam van het dichtstbijzijnde dorp de weersomstandigheden in de gaten te houden.

Ook na zo’n winter waarin het huis in de slaapstand is gezet is arriveren altijd weer een vorm van thuiskomen. Je opent het hek, je opent de voordeur, en het lijkt of je nooit bent weggeweest. Het is alleen, in maart of april, behoorlijk koud in huis, zodat je met dikke truien begint voordat een aantal maanden later de zomerhitte toeslaat.

In de tussentijd is er dan die magnifieke periode van lange dagen en aangename temperaturen die zich op de grens van voorjaar en zomer bevindt. En die we tot nu toe altijd gemist hebben, omdat de baan in het onderwijs van de betere helft van Droomhuis Italië een nogal nauwe relatie onderhoudt met het fenomeen schoolvakantie. Maar dit jaar gaan we het anders doen, en we hebben er nu al zin in.

Want we weten uit eigen (belegen) ervaring dat het in mei en juni in Italië uitstekend toeven is. Het echte Italiaanse leven is nog in volle gang, wat je in augustus altijd maar moet afwachten. En de grote toeristenstroom is nog niet gearriveerd, zodat je overal terecht kunt en iedereen tijd voor je heeft. En we zijn bijvoorbeeld straks op het juiste moment ter plaatse om weer eens een intiem concert mee te maken op het kleine eilandje in het Lago di Orta. Hoe romantisch kan het leven zijn.


We hebben ook al hoge verwachtingen over de kwaliteit van ons grasveld dit jaar. Normaal gesproken maaien we een beetje achter de feiten aan en moeten we zo nu en dan manshoog gras te lijf. Een strak gazon, voor minder doen we het dit keer niet.


En, om het praktische met het gastvrije te verenigen, we zijn nu eveneens in de gelukkige gelegenheid om vanaf de laatste week van mei onze gasten in Casa Fiorita en Casa Fiorita Stalla in deze weelde te laten delen. Tot nu toe was dat niet altijd goed mogelijk, maar dit jaar gaan we er helemaal voor. We hebben zelfs een satelliet geregeld om voor onze WIFI te zorgen. Wie belangstelling heeft voor een aangenaam verblijf in Zuid Piemonte, in een prachtige groene omgeving iets ten zuiden van het mondaine Acqui Terme, met de zee en de beste wijn van Italië binnen handbereik, moet maar eens een kijkje nemen op onze vakantiewebsite. En dan valt meteen het laatste voordeel op: de prijzen zijn ook nog eens een stuk sympathieker dan in juli en augustus.

zondag 24 januari 2016

Cultuur voor het grijpen als kaas uit het vuistje


Omdat we wel eens de indruk krijgen dat Google en Facebook hard op weg zijn alle aspecten van het menselijk leven in een aangepast virtueel formaat op te slurpen en alle wereldburgers aan het opvoeden zijn tot tevreden digitale consumenten die alles delen en alles leuk vinden, blijven we natuurlijk alert op wat deze wereldreuzen van de menselijke doorontwikkeling nu weer bedacht hebben.

Niet omdat we kritische kanttekeningen willen plaatsen bij de opvatting dat het menselijk leven moet worden teruggebracht tot een lineaire tijdlijn, want als eenvoudige blogschrijvers houden we ons verre van maatschappijkritiek, maar wel om een beetje in de tijdgeest te kunnen meebewegen.

Vandaar onze meer dan gemiddelde belangstelling voor het wederom prachtig vormgegeven culturele instituut van Google. Als dat even zo door gaat hoef je straks helemaal je deur niet meer uit om van al het mooie culturele erfgoed te genieten. Het heeft onze warme adhesie. Dat het leven  ook in dit opzicht zich meer en meer concentreert op het kleine scherm dat de werkelijkheid vervangt scheelt vermoedelijk weer rijen voor allerlei bezienswaardigheden. Kunnen wij ouderwetse analoge genieters sneller naar binnen en is het daar minder dringen.

Maar daar willen wij het in dit bericht eigenlijk helemaal niet over hebben. Wat ons werkelijk bezighoudt is weer dat intrigerende Italiaanse vermogen om op de rijdende trein te springen. Waar Nederland grotendeels afwezig is in het culturele instituut, hebben de Italianen zich vooraan weten op te stellen door een eigen lemma Made in Italy. Niks Fatto in Italia, gewoon voor iedereen begrijpelijk in de lingua franca van vandaag.

Zodra wij de pagina openen lacht ons een kaartje van Italië tegemoet, volgestouwd met blauwe bolletjes. Dan blijkt dat we op het punt staan de verborgen schatten, passies en tradities van "gemaakt in Italië" te gaan ontdekken. Slim! Zo breng je plaatselijke ambachtelijke producten (want daar gaat het toch voornamelijk over) in één keer gratis wereldwijd aan de man. 

We zoomen in op stukje Italië die we wat beter kennen en beginnen bij Borgo Val di Taro, waar de fungo di Borgotaro in de vorm van een wervende tentoonstelling op het menu staat. De enige paddenstoel in Europa die een kwaliteitskenmerk draagt, juicht de tekst. Op het eind van de negentiende eeuw wereldberoemd geworden toen vele emigranten met paddenstoelen in hun bagage de Oceaan overstaken. Probeer tegenwoordig met een stelletje paddo's de USA binnen te komen, dat moet je vanuit Nederland niet willen proberen. Maar toen was een levenslange reputatie geboren.

We spoeden ons door naar het nietige plaatsje Roccaverano, waar vanaf het jaartal 960 (na Christus gelukkig, dat houdt het nog een beetje overzichtelijk) het historische kaasje Robiola ons water in de mond bezorgt.

Door naar het ietwat verder gelegen Murazzano, waar ons de tuma in de houdgreep neemt. Weer zo'n verrassend kaasje dat nu instant wereldfaam krijgt, maar in een eerdere fase, zo lezen we, de duivel in verleiding bracht. Het moet niet gekker worden.

Zo kazen we door. Cultuur en kaas, het lijkt een beetje een heilige twee-eenheid te worden. Nog eentje dan, voor deze keer een kaas uit de eredivisie. De kaas der kazen. Parmigiano Reggiano, in de twaalfde eeuw ontstaan in de kloosters van Parma en Reggio Emilia. Zout van Salsomaggiore. De behoefte aan een houdbare kaas. En de rest is geschiedenis!

zaterdag 28 november 2015

Bellavita


Omdat we als Droomhuis Italië een uitdaging niet uit de weg gaan, dachten we dat de Bellavita Expo wel iets voor ons zou zijn. Het kostte enige moeite om ons in het profiel van de gewenste professionele bezoeker te persen, maar met een portie doorzettingsvermogen kregen we de gratis toegangsbewijzen te pakken. Daarom stonden we, na betaling van een uiterst volwassen parkeertarief, op een zonnige zondagochtend in een prettig aangeklede hal van de Amsterdamse RAI.

Bellavita houdt zich, naar eigen zeggen, bezig met the excellence of Italy. Daar kunnen we natuurlijk alleen maar blij mee zijn. Om dat duidelijk te maken worden er beurzen georganiseerd (dit jaar voor het eerst in Amsterdam) om excellente Italiaanse producten aan de Nederlandse professionele man te brengen. Dat is in ons geval niet gelukt, want wij doen iets met huizen en niet met eten en drinken, maar smakelijk en gezellig was het wel.

Dat betekende: ons al etend en drinkend een weg langs de stands banen. En daarbij wel een beetje letten op de juiste volgorde, dus niet meteen beginnen bij de afdeling wijnen. Daar was trouwens best lastig omheen te werken. Gelukkig waren er ook voldoende ambachtelijke producenten van hoogwaardige koffie, zonder smaak- en smeermiddelen, met aandacht voor het milieu en de rechten van vrouwen in de derde wereld. Kortom: met de koffie zat het wel goed tijdens ons bezoek.

Ook in de afdeling Siciliaanse hapjes was er veel te genieten. De beste half gedroogde tomaatjes ever geproefd. En wat waren de jams en marmelades van Mama uit Aci Sant'Antonio in de provincie Catania, onder de rook van de Etna toch overheerlijk! (http://www.mamaweb.it/home.htm).


En dan de variëteit die er bij de productie van Mozzarella di Bufala mogelijk blijkt. Uitgebreid werden we ingewijd in de verschillen tussen de Bufala uit Campania en die uit Lazio. En als je er kleine stukjes truffel doorheen doet ontstaat een nieuw en subtiel smaakpatroon.

Serieus werd het bij de afdeling olijfolie. Daar werd een heel college aan gewijd door een streng meisje. Een beetje losjes aan de olijfolie frummelen was niet toegestaan. Halverwege afhaken evenmin. En zo kregen we een uitgebreide olijfolieles.


Eerst opwarmen, dan ruiken, en daarna pas proeven. En natuurlijk in de juiste volgorde der olijfoliën. Beginnen bij een enigszins neutraal instapmodelletje, en dan langzaam toewerken naar de intense varianten. Peperexplosies achter de huig. Een licht brandende slokdarm. Happen naar adem bij iets te nonchalant doorslikken. Dat olijfolie een mens zoveel kan bieden! Een wereld ging, kortom, voor ons open.

Bij de wijn kwamen we weer een beetje op adem. Met wijnproeven hebben we gelukkig al enige ervaring. Zo zagen we bekende gezichten uit Nizza Monferrato die we al in onze kelder hebben liggen, en gingen we enige bio-bedrijven langs waar de intenties soms beter waren dan het resultaat. Gelukkig liepen we ook tegen de sympathieke Griek Tsoukras Stavros aan, van origine ingenieur die aan het eind van het vorig millennium het roer had omgegooid en een wijnbedrijf was begonnen, de azienda San Gabriele Arcangelo in de gemeente Cinigiano, midden in de Toscaanse Maremma (http://www.cuccuvaia.com/en/). Een plek waar we niet elke dag komen, dus was het mooi meegenomen dat we hem hier troffen met een collectie wijnen die goed op weg lijken naar een eervolle vermelding in de wijngids van de Slow Food beweging①.

Toen werd het weer ouderwets en vertrouwd wijnverhalen aanhoren en vooral proeven. Prima spul, dat onder de naam Cuccuvaia (afgeleid van de Griekse naam  κουκουβάγια, dat uil betekent) de fles wordt ingestopt. Mocht iemand in zijn Italiaanse omzwervingen daar eens in de buurt terecht komen, dan kan hij onze groeten overbrengen.De Bellavita Expo kunnen we, kortom, iedereen aanbevelen, maar voor de eerstvolgende editie moet je wel naar Chicago afreizen.



①Voor de liefhebbers van feitelijkheden: Zie voor de dikke Italiaanse versie van de slow wine gids http://www.slowfoodeditore.it/it/guide-slow/slow-wine-2016-9788884993809-588.html en voor de dunnere Engelstalige variant http://www.slowfoodeditore.it/it/foreign-corner/slow-wine-2016-english-edition-9788884993700-478.html.

zondag 25 oktober 2015

Tartufato

Resultaat van de truffeljacht
Dames en heren, we hebben ze! Meteen het einde van een zekere onzekerheid. We zijn met Luigi in de auto met klanten onderweg om enkele huizen te bekijken als het bericht binnenkomt. Niet helemaal in de vorm van een persconferentie, maar op de smartphone verschijnt wel een foto waarop de slachtoffers staan afgebeeld. Beter bewijs lijkt niet mogelijk.

De dag ervoor hadden we het er al even over gehad: het eten van truffels, exquise lekkernij in de oktobermaand. Truffels (tartufi), is dat niet het exclusieve voorrecht van Toscana (waar de zwarte truffel floreert) en Piemonte (waar Alba de hoofdstad is van de nog exclusievere witte truffel)? Dat blijken we toch verkeerd te zien. Ook in de valleien van de Taro en de Ceno is de truffel in opmars. En als de vrienden van bar/pizzeria Speedy in Bedonia morgenochtend de juiste paden inslaan is het ’s avonds truffeltijd.

Dus voegen we ons na een dagje rondrijden en huizen laten zien bij onze makelaarsvrienden (en vrouwen, en kinderen) om eens helemaal los te gaan op truffels. Of we ze in Nederland ooit eten? Het staat ons niet bij dat ooit gedaan te hebben. Komen ze dan niet in Nederland voor? We kunnen ons niet herinneren ze ooit tegengekomen te zijn, behalve in chocoladevorm. Wanneer het de laatste keer was dat we ze gegeten hebben? We pijnigen onze hersens. Waar was dat ook al weer? En hoeveel jaar geleden? We komen niet veel verder dan die keer in Arezzo, op de dag dat daar de Mille Miglia voorbijkwam. En dat was een hoeveelheid truffel waarvoor je een vergrootglas nodig had.

Polenta met truffel
Dat vergrootglas blijkt dit keer niet nodig. De gehele maaltijd wordt voorzien van royale hoeveelheden truffel. En vers nog bovendien. Hoe vaak kom je het tegen dat de truffels ongeveer direct (om niet te zeggen stante pede)  vanuit de aarde op je bord belanden? Als antipasto worden we voorzien van polenta met truffel. Heerlijke polenta trouwens, zo subtiel en sappig hebben we het nog nooit gehad. En de verse truffel is daarmee bijzonder aardig in gesprek geraakt. Zo aardig zelfs, dat we in culitaal dreigen te verzanden en flauwe woordspelingen gaan gebruiken om onze ervaringen te beschrijven.

Tagliatelline met truffel
Daarna volgen de primi en komen achtereenvolgens grote schalen puik gemaakte tagliatelline met tartufo en gnocchi met tartufo onze kant op. Het kan niet op! Vervolgens gaat het gewoon door met de secondi. Het geeft niet wat (de carne cruda slaan we over), als er maar truffel overheen kan. Alleen het toetje (in ons geval semifreddo met chocola) weten we tartufovrij te houden.
Gnocchi met truffel

Spiegelei met truffel
En of we ons wel bewust zijn, zo wordt er gemijmerd bij de koffie, dat in de streek ook andere bijzondere paddenstoelen de aandacht meer dan waard zijn. Hebben we al eens het genoegen gehad om kennis te maken met de prugnoli? Ook die zijn niet te versmaden, maar daarvoor moeten we nog even wachten tot begin mei.