zondag 26 oktober 2014

Rimborso

Omdat Italië tegenwoordig natuurlijk een knap modern land is, kan op steeds meer plaatsen onbemand worden getankt. Dat is heel erg handig, omdat je dan nooit meer halverwege de dag of ergens in de loop van de avond zonder benzine komt te staan. Bovendien is zelf getankte benzine ook nog eens goedkoper.

Geheel in lijn met de tijdgeest staan we dan ook op een zonnige zomermorgen met een bijna lege tank bij de zelfbediening om voor vijftig euro bij te vullen. Geroutineerd verrichten we de noodzakelijke handelingen. We plaatsen het bankbiljet op de juiste wijze in de juiste gleuf van de betaalzuil zodat herkenning als wettig betaalmiddel mogelijk is. Daarna kiezen we de pomp die we willen gaan gebruiken en zijn we helemaal klaar om te gaan tanken.

Na enige tijd valt op dat de pomp daarentegen helemaal niet klaar is. Er komt geen druppel uit. Zelfs het traditionele gereutel dat altijd ontstaat om ook gehoorsmatig duidelijk te maken dat er gepompt kan worden blijft ontbreken. Een velletje papier dat ongeveer op kniehoogte aan de pomp is bevestigd biedt enige verduidelijking. Of we zo vriendelijk willen zijn, zo staat kort aangeduid, om onze benzine te betrekken van de pompen 1, 2, 5 of 6. En laten we nu toevallig net gekozen hebben voor pomp 4!

Terug bij de automaat waar ook de pomp moet worden gekozen ontwaren we nu een soortgelijk vel papier. Even over het hoofd gezien, de eerste keer! We hebben onze ogen nu eenmaal niet in onze knieën! Lastiger is vervolgens dat de keuze voor een pomp onherroepelijk blijkt te zijn. Eens gekozen blijft gekozen. Niets meer aan te doen. Je doet het maar met de pomp van eerste voorkeur. Zoiets.

Na een paar minuten geven we het op. We moeten door naar een afspraak, vijftig euro armer en een ervaring rijker. VERTROUW ER NIET BLINDELINGS OP DAT POMPEN OOK POMPEN! Als we uitleggen waarom de stemming er bij ons niet helemaal inzit blijkt dat in Italië voor ieder probleem altijd een oplossing aanwezig is. Het systeem is menselijk van opzet en werking en houdt altijd rekening met gebrek. Het is gebouwd met de gedachte dat zaken vaak niet werken zoals bedoeld en dat mensen zich voortdurend vergissen. En de oplossing is in dit geval dat als je voor benzine betaalt en daarna geen of minder benzine afneemt het apparaat na verloop van tijd een tegoedbonnetje (rimborso) uitspuwt (tenzij natuurlijk het mechanisme dat tegoedbonnetjes produceert faalt). Je moet alleen een beetje geduld hebben, want omdat je met de afname van benzine maar nooit weet wanneer je klaar bent met afnemen neemt het systeem de tijd om de conclusie te bereiken dat je minder hebt genomen dan waarop je recht hebt.

Gewapend met deze nieuwe inzichten haasten we ons terug naar de pomp en verdomd: het tegoedbonnetje heeft zich gemanifesteerd en ons dure geld is gelukkig niet verloren gegaan.

Nu doemt echter het volgende vraagstuk op: Bij wie lever je het bonnetje in om het geld terug te krijgen? De typerende eigenschap van een onbemand tankstation is immers dat er niemand is om bonnetjes bij in te leveren. Gelukkig blijkt ook hier de pragmatische en tot concessies geneigde (katholieke?) instelling van de Italianen. Het onbemande tankstation is weliswaar in de regel onbemand, maar twee maal per week, op marktdagen tussen 9 en 11, toch maar even niet. Er zijn immers altijd bonnetjes om in ontvangst te nemen. Door deze benadering wordt het probleem hanteerbaar. De markt is weliswaar net afgelopen en het duurt nog een paar dagen voordat het de volgende keer markt is, maar we zijn niet op doorreis. We hebben alle gelegenheid om nog een keertje terug te komen.


Een weekje later staan we dan ook keurig in de rij. We leveren ons bonnetje in, krijgen ons geld terug en besluiten dat we het een volgende keer maar eens gaan uitgeven bij een ander tankstation. Een tankstation, bijvoorbeeld, waarbij alle pompen het gewoon doen.

zondag 12 oktober 2014

Het korte leven van geraniums

Bloemen houden van mensen (hoewel Poetin dat op dit moment niet helemaal lijkt te beseffen), maar reeën houden van bloemen. Of dat aangeleerd gedrag is of een natuurlijke neiging laten we hier maar even in het midden. Misschien heeft het ook wel te maken met het feit dat er dit jaar wel erg veel reeën zijn. En dat er sprake is van reeënstress, waardoor die beesten malle dingen gaan doen.

Laten we de zaken maar even op een rijtje zetten. Het eerste dat ons dit voorjaar opviel is dat de buurvrouw het muurtje dat haar tuin van de onze scheidt aan het rechttrekken was. Of liever gezegd (ze deed het echt niet zelf) dat ze een klusjesman aan het werk had gezet om dat voor haar in orde te maken. Dat werkje is nu af, en het ziet er strak uit. 

Tevens viel ons op dat er aan onze kant van het muurtje, bij het lage gedeelte, een provisorisch hekwerkje was neergezet van bamboe en gaas. We dachten nog dat het bedoeld was om de dorpskatten iets duidelijk te maken, maar gelukkig kwam de buurvrouw het ons even later zelf uitleggen. Wat bleek? Het hekje was niet mooi, dat vond ze zelf ook wel, maar het was een tijdelijke oplossing. De bedoeling was een mooi, stevig, permanent hekwerk, een ware verfraaiing voor de hele omgeving. En het was niet bedoeld om ons op afstand te houden, zeker niet, dat moesten we niet denken. Maar een maand eerder was op een nacht een troep reeën via onze tuin naar die van haar geklommen en die beesten hadden de hele tuin kaalgevreten. Dat wil zeggen, alle prachtige bloemen die ze met zoveel geduld en liefde aan het grootbrengen was waren in één keer allemaal vermalen en doorgeslikt.

Dat leek ons een sterk verhaal. Waarom zouden reeën zich vergrijpen aan geraniums, petunia’s en dergelijk spul als onze tuin, twee meter verder en duizend vierkante meter puik hoogopgeschoten gras voor een uitgebreide maaltijd beschikbaar is? Maar als mensen gelukkig worden van het plaatsen van hoogwaardig hekwerk zijn wij de laatsten om ze dat uit het hoofd te gaan praten.

De hele zomer viel ons vervolgens de grote aanwezigheid van reeën op. Je ziet ze op de meest ongebruikelijke tijden en op plaatsen die ze normaal mijden. Midden op de dag, in plaats van in de schemering. Dat is ons tot nu toe alleen overkomen in een jaar dat het extreem warm en droog was, en de arme beesten voortdurend op zoek waren naar water. Aan water echter dit jaar geen gebrek, en echt heet kun je het ook niet noemen. Het zal (denken we nu) wel eens te maken kunnen hebben met de zachte winter die we achter de rug hebben. Veel reeën hebben de winter blijkbaar overleefd, hebben vervolgens veel kindertjes gekregen en zijn daarna tot de ontdekking gekomen dat het nu wel erg vol is geworden. En wat doe je dan? Dan moet er nieuw territorium worden ontgonnen. Dan ga je naar plaatsen die je normaal gesproken zou mijden en begin je dingen te eten die tot dan toe niet op het menu stonden. Maar bloemen is wel het laatste waaraan je zou denken.

Een paar dagen geleden gingen we op een avondje naar de pizzeria. Hieruit kan worden afgeleid dat in ons geval geen sprake was van het eten van dingen die normaal niet op het menu staan. Maar dat is echter niet het punt dat we willen maken. We aten onze pizze. We dronken er wat bij. We keerden terug naar huis in het pikkedonker en we gingen daarna tevreden naar bed.


De volgende ochtend hadden we, op ons terras gezeten, een licht gevoel van vervreemding. Er klopte iets niet, maar wat? Het had te maken met het ontbreken van kleur in onze ooghoeken. Een gebrek aan rood. Na een tijdje kregen we in de gaten wat er aan de hand was. Onze bokaal met geraniums, de trots van ons terras, was zorgvuldig kaalgevreten. We telden zeventien vermiste rode bollen. De eenzaam achtergebleven steeltjes vertoonden sporen van scherpe tanden. 

Terwijl wij genoeglijk aan onze pizze zaten, hadden ongenode gasten zich tegoed gedaan aan de plaatselijke specialiteit in onze tuin. Onze buurvrouw had blijkbaar gelijk gehad! Onwaarschijnlijke verhalen berusten toch op waarheid.

Gelukkig voor ons zijn reeën blijkbaar erg luie eters. De geraniums in de wat hoger gelegen bakken, waarvoor je je nek moet uitsteken, waren onaangeroerd en volbloemig achtergebleven.

zondag 28 september 2014

Gol Gol Gol Gol But But But But

Toen we in 2002 onze eerste huisje in Italië kochten kregen we er ook heel veel inboedel bij. Zo maak je een vliegende start. Of we dan ook belangstelling hadden voor het aanwezige bed- en linnengoed, wilde Rina, onze verkopende wederhelft in dat kader weten. Dat vonden wij wel praktisch. Dus graag, zeiden wij, laat de handdoeken en kussenslopen maar lekker in de kast.

Na de overdracht troffen we een complete verzameling aan, gewassen, gestreken, strak gevouwen en zorgvuldig in plastic verpakt. Zo spic-and-span als we het zelf nog nooit voor elkaar hadden weten te krijgen. En, wellicht ter teleurstelling van Rina, als we het in de toekomst ook nooit zouden gaan proberen te krijgen. Huishouden op het hoogste niveau, om het anders te formuleren, far beyond our aspirations.

Hoe dan ook, in de collectie bevond zich ook een badlaken waarop de enerverende wereld van het voetballen werd verbeeld en dat ook nog eens lekker afdroogde na het nemen van een verkwikkend stortbad. Echt een verrassing van het type: nooit gedacht en toch gekregen. En daarom sinds 2002 gekoesterd en gebruikt.

Op bijgaande afbeelding hangt het badlaken aan de lijn, in de zuiverende zomerzon. We zien een scorende aanvaller, een doelman die achter het net vist en een publiek dat ademloos toekijkt. Bij een nadere beschouwing van de iconografische kwaliteiten ontwaren we een interessante terugkeer naar een pre-Giottische afbeeldingswijze die poogt aan te sluiten bij een middeleeuwse beeldende verhaaltraditie. In één enkel beeld worden de verschillende scènes van het verhaal gevangen. Allereerst is daar de scorende spits, schuin naar ons toegekeerd en gevangen in het moment dat hij net het beslissende schot heeft geplaatst. Ook de enkele seconde later misgrijpende keeper is in het beeld gevangen. Door het samenbrengen van deze twee aspecten wordt een bijna surrealistisch loopje met de werkelijkheid genomen. De spits heeft onze richting uitgeschoten, maar de bal is achter hem terecht gekomen in het doel van de tegenpartij. Twee dimensionaal beschouwd zien we weliswaar een rechte lijn tussen de schietende voet en de weggetrapte bal, maar bijna Esscheriaans is een spanning opgeroepen tussen de drie dimensies van de werkelijkheid en de twee dimensies van het afdrogende badstof.

Op zo’n manier is douchen bijna een feest te noemen!

zondag 14 september 2014

Cinque Terre

Omdat ongeveer de helft van Droomhuis Italië de mening is toegedaan dat volwassen mannen niet in korte broek in de trein horen te zitten (wat ongetwijfeld gerelateerd is aan de kwaliteit van de benen van deze helft) waren we degelijk gekleed op weg gegaan naar Monterosso voor een mooi stukje wandelen. Voor de volledigheid dient hieraan te worden toegevoegd dat de keuze van kleding eveneens gebaseerd was op eerdere wandelervaringen of the beaten track, waar een degelijke spijkerbroek een verstandige keuze bleek bij het overwinnen van bramenstruiken en brandnetels.

Waar we natuurlijk onvoldoende bij hadden stilgestaan is dat de Cinque Terre met de beste wil van de wereld niet tot de ongerepte natuur gerekend kunnen worden. De Cinque Terre zijn werelderfgoed, en dat zullen we weten ook. Iedereen wil tussen de vijf dorpjes gaan wandelen. Je bent geen minuut alleen.

Nu dienen we er hier voor de volledigheid aan toe te voegen dat we een aantal jaren geleden ook al eens in die omgeving een wandeling hadden willen maken, in het voorjaar, op Hemelvaartsdag. Toen waren we er echter niet in geslaagd per gemotoriseerd vervoer in Monterosso aan te komen, omdat de grote processie in Levanto (waar stoere mannen enorme kruisbeelden door het stadje zeulden) elke beweging op vier wielen onmogelijk maakte. Om van de nood een deugd te maken waren we vervolgens maar gaan lopen, en dat leverde drie uur fijn wandelen op tot Monterosso. Daar namen we een stevige lunch, waarbij ongeveer dezelfde helft van Droomhuis Italië als waarvan eerder sprake was er een iets te groot glas grappa overheen gooide en de middag vervolgens verminderd aanspreekbaar doorbracht. Dat had overigens geen blijvende gevolgen omdat de terugreis per trein werd uitgevoerd. Hoe dan ook: het was erg een geslaagde dag waarop alleen voor het restaurant en de trein moest worden betaald.

In de file voor een wandelkaartje
De tijden veranderen echter. En werelderfgoed is goede handel. Dit keer kwamen we bij het verlaten van Monterosso in de file terecht voor het bemachtigen van de zogeheten Cinque Terre Trekking Card (€ 7,50 p.p. en 1 dag geldig, mits op de juiste wijze afgestempeld). 
Zo wordt wandelen een enigszins begrotelijke bezigheid. Met al dat geld worden echter, zo mijmer je bij het trekken van de portemonnee, natuurlijk wel vele goede daden verricht en prettige voorzieningen geschapen. Reparaties van het wegdek worden stante pede uitgevoerd. En het traject tussen Corniglia en Riomaggiore wordt consequent gesloten gehouden om te voorkomen dat de dames en heren wandelaars in de frana storten die al twee jaar geleden is ontstaan.
Gereguleerd toiletgebruik
Eveneens zijn op het traject dat wel beschikbaar is fraaie borden neergezet met duidelijke aanwijzingen omtrent toiletbezoek.

In ruil voor het kaartje, dat moeten we er voor de volledigheid even bij zeggen, krijgt de wandelaar wel toegang tot wifi5terre met een hartstikke uniek user-id (T31XY900) en password (JAEGUG4B). Aan het eind van de wandeling kunnen dan ook meteen de reeds 100.000 maal gefotografeerde unieke uitzichtjes direct op Facebook en zo worden geplaatst.

Gelukkig wilden we dit keer niet verder dan Corniglia (tussenstop met lunch –zonder grappa dit keer– in Vernazza) en konden we wandelen wat we wilden wandelen. Wandelen in de Cinque Terre, zo hebben we geleerd, is eigenlijk een uit de hand gelopen variant van traplopen. Je gaat eerst 150 meter omhoog, dan loop je vervolgens 300 meter enigszins vlak, en tenslotte ga je weer 150 meter naar beneden om in het volgende dorp aan te landen. Wil je nog een dorp verder, dan herhaalt het proces zich. Het zijn alleen trappen uit de allerergste nachtmerries van Gaudi. Geen twee treden zijn gelijk. Al lopende dien je dus voortdurend goed op te passen (oefening baart kunst!), en zorgvuldig tegenliggers te vermijden. Daar tussendoor heb je dan tijd om van het uitzicht te genieten en de noodzakelijke foto’s voor Facebook te maken.






Maar, zoals vele duizenden die dag met ons, volbrachten we deze opgave met verve en kwamen we uitgewandeld terecht op het station van Corniglia. Daar begon het grote wachten. Daar hebben we het echter al eerder over gehad.

zondag 31 augustus 2014

Laatste trein naar Parma

Dit had een licht ironisch stukje moeten worden over ons tochtje naar de Cinque Terre, dat pittoreske postzegelgebied met Unesco-status. Maar omdat we besloten hadden daar per trein heen te gaan komt daar nu even niet zo heel veel van terecht. We kwamen weliswaar aan waar we aan wilden komen, en nog enigszins volgens dienstregeling ook, maar terug naar huis was een ander verhaal. Dat gaan we hier kort vertellen. Onze belevenissen in Unesco-gebied volgen een andere keer.

Zo op het eerste gezicht lijken de Italiaanse spoorwegen toch wel enigszins een modern bedrijf, helemaal van deze tijd. Er is sprake van een website (http://www.trenitalia.com/) die met enige moeite ook nog kan worden overgehaald om stukjes van de dienstregeling te tonen. De grootste aandacht gaat echter uit naar het ultramoderne netwerk van de hoge snelheid, jolig aangeduid als Le Frecce, waarmee van grote stad naar grote stad kan worden gereisd en waarmee de noodlijdende Italiaanse spoorwegen het al even noodlijdende vliegende AlItalia serieus pijn willen doen. Echt een natte droom van modern managersvolk. En dat vervolgens ook het stomme klootjesvolk vervoerd moet worden van dorpje A naar dorpje B (of in ons geval van Borgo Val di Taro naar Monterosso al Mare) zien we dan later wel weer.

Dat hebben we echter nog niet zo in de gaten als we om 8:46 uur op het perron in afwachting zijn van de trein. Met ons vele anderen in strandverpakking, want in Monterosso kan goed gestrand worden. De trein is al gezellig vol, maar er zijn nog zitplaatsen. En zittend boemelen we door vele tunnels naar de kust, in een trein die alleen instappende passagiers kent en zich ontwikkelt van vol naar overvol. Daar stoppen we in La Spezia, waar zowaar enkele reizigers de trein wensen te verlaten. Voor elke vertrekkende passagier komen er echter tien terug. Het is nog vroeg, het is nog redelijk koel en iedereen is in opperbeste stemming. Met iedereen aan boord bereiken we uitpuilend de plaats van bestemming.

De terugweg is een ander verhaal. Volgens de in de virtuele wereld bestaande dienstregeling zijn er vrij veel treinen die van Corniglia naar La Spezia rijden, maar in de werkelijke wereld weigeren ze te verschijnen. Het station beschikt nog wel over van die televisieachtige apparaten waarop treintijden worden vertoond, maar die hebben vooral de functie om treinen te laten verschijnen en verdwijnen, een beetje zoals bij weeralarm code oranje (“De trein van 18:15 uur rijdt vandaag helaas niet”) in Nederland. Daar staan we dan, gestrand in Corniglia, dat als enige van de Cinque Terre geen strand heeft omdat het wat hoger op de rots ligt. Als er eindelijk een trein arriveert wil iedereen natuurlijk mee. Alleen loopt het nu al tegen vijven, is het behoorlijk warm en wil iedereen vooral gewoon naar huis na zo’n dagje zonnen en wandelen. In de nog drukkere trein lopen de gemoederen dan ook op, vooral als bij station Manarola blijkt dat de deur het heeft begeven en niet meer open wil. Een verhitte oudere Hollandse heer gaat helemaal door het lint. Het onvermogen tot uitstappen leidt tot een scala aan escalerende gemoedstoestanden die het best omschreven kunnen worden als paranoïde en suïcidaal. Hij ziet het ZO niet meer zitten dat hij zich het liefst ter plekke voor een trein zou willen werpen. Maar dat gaat nu eenmaal moeilijk als de trein stilstaat en je er niet uit kunt, dus loopt het allemaal gelukkig met een sisser af.

In station Riomaggiore is het perron te kort voor de trein, zodat de geachte clientèle  geacht wordt in de treintunnel uit te stappen en zelf maar even te zien hoe het perron bereikt kan worden. Gelukkig wordt deze uitdaging gemiddeld sportief opgenomen.

In La Spezia gaan we eerst even de stad in om te borrelen omdat de aansluitende trein naar Borgo Val di Taro nog zo’n anderhalf uur op zich laat wachten, maar als we opgewekt op het station terugkeren hebben de spoorwegen als verrassing besloten de betreffende trein zonder verdere mededeling te laten vervallen, zodat we nog een uurtje voor ons zelf hebben. Had dat even van te voren gezegd, want we hadden best nog even door kunnen borrelen, de haven kunnen bezichtigen, een leuk stukje shopping voor onze rekening kunnen nemen, en nog zo wat. Om negen uur komt dan toch, bijna als een mirakel, de laatste trein naar Parma daadwerkelijk voorgereden, zodat we uiteindelijk de nacht gewoon in eigen bed kunnen doorbrengen. Medereizigers die verder moeten dan Parma hebben vermoedelijk grote pech.

Wat hebben we van onze ervaringen geleerd? In de eerste plaats dat we bij een volgende excursie toch gewoon maar weer de auto nemen. In de tweede plaats dat er wel eens sprake kan zijn van twee Italiaanse spoorwegen. Aan de ene kant de officiële (blinkende kantoren in Rome en Milaan) waar het al eerder genoemde moderne managersvolk schitterende hoogtepunten beleeft aan de topsnelheden van de Frecciabianca en de Frecciarossa. En daarnaast, los daarvan, de spoorwegen van de realiteit, waar de uitvoerende medewerkers (om er toch nog maar iets van te maken) een eigen dienstregeling hebben ingevoerd die in een uiterst losse relatie staat tot hetgeen op de website wordt beweerd. Wat is anders de betekenis van het vodje dat de lokettiste van dienst ons in Borgo Val di Taro toeschoof bij het kopen van de kaartjes en dat een uiterst summiere opsomming bleek te bevatten van treinen die wel zouden rijden?


vrijdag 22 augustus 2014

Water en vuur

Normaal gesproken is in de zomer in Italië het weer geen issue. Of een onderwerp van gesprek. ’s Morgens sta je op en kijk je tegen een blauwe lucht aan. Dit jaar is het echter anders en is weerkundig sprake van een merkwaardig (merkweerdig?) jaar waarin, zonder veel oog voor de seizoenen, veelvuldig sprake is van Hollandse wolkenluchten.

Dat heeft dan meteen het al even Hollandse effect dat je naar het weerbericht gaat kijken en alle meteo’s doorneemt die in Italië voorhanden zijn. En die zeggen vervolgens allemaal wat anders. Want weer voorspellen kunnen ze niet in Italië. Dat is immers nooit nodig. Het beste weerbericht over Italië komt uit Noorwegen. Zij het dat hierbij sprake is van een licht Scandinavisch pessimisme.

Eveneens kan er heel veel over het weer gepraat worden. “Het is helemaal niks dit jaar,” zegt de ober van het restaurant in Castel Arquato waar we net gegeten hebben. “In de winter de hele tijd regen, in de lente de hele tijd regen, en nu in de zomer is het niet anders. De klanten blijven weg bij al die regen. Het restaurant is leeg, en de verdiensten zijn naatje.” Hoewel Italianen meesters zijn in het klagen, heeft de ober op dat moment wel enig recht van spreken. Het regent pijpenstelen. Wat de klanten betreft is het probleem echter niet dat ze niet komen, maar dat ze niet weg kunnen. Met een geleende paraplu gaan we na een kwartiertje de auto maar eens halen. Als we door de bergen naar huis rijden gaat de regen langzaam over in heel dikke mist. Op de tast weten we na uren thuis te komen.

En wat doe je dan om de somberte te verdrijven? Dan steek je gezellig de kachel aan! Dat is ons in hoogzomer nog nooit gelukt! Normaal probeer je de warmte een beetje buiten te houden. Maar op een regenachtige namiddag gaat er niets boven een goed boek bij een knapperend houtvuur.

Het is echter ook een jolige vorm van overdrijven. Je moet toch wat als de verveling dreigt toe te slaan. 

Een dagje later zitten we ’s avonds gewoon weer lekker buiten. En dan is het tijd voor schemeren rondom een al even gezellig buitenvuurtje in de vuurschaal. En als het dan lekker donker wordt geeft dat mooie plaatjes. En ook wel diepfilosofische gesprekken over de aard der dingen. En over het weer van de volgende dag.


donderdag 14 augustus 2014

Castelli Aperti

Omdat we als Droomhuis Italië heel erg de mening zijn toegedaan dat je een kasteel ook wel kunt beschouwen als een soort van droomhuis zijn we bijzonder blij met het jaarlijks initiatief van de regio Piemonte om van april tot oktober kastelen en adellijke huizen voor het publiek toegankelijk te maken. Dat heet Castelli Aperti (Open kastelen), en voor je het weet ben je in staat om bijvoorbeeld op 22 juni, 3 augustus of 7 september de drempel van een normaal niet toegankelijk huis te overschrijden.

In dat kader bezoeken we op 20 juli in de middag het kasteel van Monastero Bormida. Dat levert meteen een fraaie combinatie met het feit dat in hetzelfde kasteel (in hoofdletters) de tentoonstelling IL MONFERRATO 500 ANNI DI ARTE: GRANDI ARTISTI IN UN PICCOLO STATO wordt gehuisvest. De Monferrato is weliswaar klein, maar zeker niet van de straat. En Monastero Bormida zal dat bewijzen!

De rondleiding begint op het plein voor de hoofdingang. Dat is ook op gewone dagen vrij toegankelijk gebied, maar je moet ergens beginnen en een kniesoor die daarop let. Bovendien vindt er een sponsorachtig evenement van het plaatselijke Rode Kruis plaats, waarbij genummerde jongens en meisjes ijverig heen en weer rennen.

We beginnen vervolgens aan een uitgebreide rondleiding rond de buitenkant en doen daarbij grote hoeveelheden historische kennis op. Het kasteel was oorspronkelijk een abdij (wie had dat nou gedacht in een plaatsje dat Monastero heet!) en werd pas later in een kasteel omgetoverd. Eerst een fort met heel kleine raampjes en daarna met toenemend woongemak en beter glas. En de bijna losstaande toren was oorspronkelijk de toren van de abdijkerk. En die boog die toren en kasteel verbindt is het laatste restant van die kerk. En zo hobbelen we in 360⁰ de façade af. En maken we voor de gelegenheid tevens een uitstapje naar de bijzijnde romaanse brug over de Bormida. Wisten we dat het kapelletje middenop oorspronkelijk een tolhuisje was? Die smalle, hoge brug kennen we overigens al. Het is immers een van onze guilty pleasures om daar per auto overheen te rijden in de hoop tegenliggers tegen te komen voor het spelletje Wie moet er achteruit?

Pionnen in een schaakspel
Na drie kwartier hebben we het volledige rondje gemaakt en staan we weer voor de hoofdingang. Nog steeds weet onze gids op meesterlijke wijze het ogenblik uit te stellen dat we naar binnen mogen. We voelen ons pionnen in een onbegrepen schaakspel. Dan eindelijk worden we de binnenplaats opgeleid waar we geconfronteerd worden met een mooie collectie Ikea-waxinelichtlampjes van het type ROTERA (Lanterna per candeline, nero). Laat een verrassende eclectische mix van oud en nieuw maar aan de Italianen over! Die trouwens €4,95 per lampje betalen, terwijl we ze in Nederland voor €2,95 mee naar huis mogen nemen.

Clean desk
Maar zand daarover. Eindelijk zijn we na 55 minuten de drempel overgestoken en blijkt het Castello deels in gebruik als gemeentehuis. Een unieke mogelijkheid om de balie van de burgerlijke stand  eens vanuit een ander perspectief te savoureren. En een kijkje achter de schermen te nemen. En de effecten van de Piemontese clean desk policy te bewonderen. 
En met eigen ogen te aanschouwen dat zelfs een kleine plattelandsgemeente als Bormida tussen de gemengde berichten en het politiek sociaal geneuzel nauw betrokken is bij het meeslepende Europese Leonardo-project. 
De Franse adelaar op het plafond van de raadzaal bewijst hierbij trouwens dat ook twee eeuwen geleden Monastero al onderdeel was van het complexe pan-Europese raderwerk.

Diep onder de indruk beginnen we daarna op de zolderverdieping van het kasteel, onder spreekwoordelijke hanenbalken, aan de tentoonstelling. Kunstwerken van de late middeleeuwen tot en met de moderne tijd worden smaakvol aan ons gepresenteerd. 

Vurig feminisme bijvoorbeeld in de vorm van het beeldhouwwerk Donna Mediterranea van de in Nizza Monferrato geboren Claudia Formica. En dat al omstreeks 1933, in het midden van de fascistische era, met Mussolini om de hoek. De geamputeerde armen! De hautaine blik vol verachting! Het niets om het lijf! Echt een statement van jewelste.

Dan hebben mannen, zo blijkt uit een suffig schilderijtje dat ook tot de tentoonstelling is toegelaten, het toch al eeuwenlang een stuk gemakkelijker. Die mogen tenminste hun armen en kleren be- en aanhouden om zich contemplatief te bekreunen over vanitate en memento mori.

Verkwikt staan we een half uurtje later weer buiten. Het bijzonder aardse en fysieke beklimmen van de voormalige kerktoren blijkt een mooie opmaat voor een ijsje bij de bar-gelateria twee straten verderop.