donderdag 19 februari 2015

Eters aan tafel (onder tafel?)


In de mistige Nederlandse winter heb je licht de kans om weg te dromen naar Italië. Een Italië dat voortdurend warm en zomers is. Het zonnetje schijnt. Je rijdt over pittoreske wegen door een vriendelijk landschap. En dan is het (zoals altijd, eigenlijk) weer een beetje etenstijd en besluit je de reis te onderbreken op een prettig terras.

In een klein, schilderachtig dorp (verdomd! het is echt gebeurd, maar wat lijkt het al weer lang geleden) belanden we op deze wijze bij de Ca d’Fantin, dat zijn aanwezigheid op een simpel en robuust uithangbord internationaal kenbaar maakt. Onze nostalgische opvatting ergens off the beaten track in een nog nooit opgemerkte oase een unieke ontdekking te hebben gedaan wordt achteraf volkomen gelogenstraft als we op het wereldwijdeweb ontdekken hoe Trip Advisor in alle talen van de wereld de Ca aan zijn boezem heeft gedrukt.

Maar goed: op het terras blijkt het goed toeven. En het eten is helemaal wat je van een totaal nieuw ontdekte restaurantervaring zou mogen verwachten.


Dat wordt niet anders (en daar gaat dit blogbericht eigenlijk over) als we in de gaten krijgen dat we te maken hebben met charmante maar ongenode gasten aan tafel. Of, beter gezegd, onder tafel. Want daar duikt plotseling een erg nieuwsgierig en elegant poezenbeest op dat ons met twee tamelijk afwijkende ogen nieuwsgierig staat op te nemen.
En een metertje verderop, onder een bankje, bevindt zich haar poezenkind. En potverdrie, de gelijkenis is sprekend!

De afloop laat zich raden. Het werd een lunch vol geanimeerde aandachtvragerij. En bedelen om eten. De vers uit de tuin geplukte boontjes en tomaten mochten we geheel voor ons zelf houden, maar het smakelijke stukje parelhoen (eet je, in dit geval de betere niet geheel vegetarische helft van Droomhuis Italië, toch ook niet elke dag) werd volgens alle regelen van eerlijk proportioneel delen door twee monden genuttigd. Strikt genomen door een mond en een bekje, maar een kniesoor die daar op let.


Want ach, het was mooi weer. Zoals altijd als je weg droomt naar Italië. En een fijn glas wijn bij de maaltijd doet wonderen. En daarna gingen we vol goede moed verder, een tevreden moeder en kind achterlatend.

woensdag 4 februari 2015

Zware dreun voor de betrekkingen?

Normaal gesproken houden we als Droomhuis Italië een prettige distantie tot de actualiteit en de waan van dag, maar soms voelen we toch een noodzaak om ergens iets van te vinden. Vandaag werden we opgeschrikt door het nieuws dat het Italiaans er in Amsterdam binnenkort mee ophoudt.

Strikt genomen is dat een lichte vorm van overdrijving (populisme, demagogie), maar we zijn dan ook danig van ons stuk gebracht door het voornemen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) om de studie Italiaans als zelfstandige studie op te doeken. Dat is, zo meldt ons Het Parool, in ‘houtskoolschets’-vorm uitgelekt. Zelfs de wijze van formulering van dit nieuws draagt bij aan onze ambivalentie (wie schetst onze verbazing?), want houtskool lekt in de regel niet. Daar hebben we vloeistoffen voor.

Voordat we echter in beeldspraak kopje onder dreigen te gaan (nog meer beeldspraak!) ondernemen we niettemin een poging de feiten op een rijtje te krijgen. Ook ontmoedigend nieuws krijgt onze journalistieke geneigdheid er niet onder. Als we het correct formuleren  heeft de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA het voornemen om de kleine talenstudies op te heffen, waarbij de opleidingen Arabisch, Hebreeuws, Servisch-Kroatisch, Tsjechisch, Pools, Italiaans, Scandinavisch en Nieuw-Grieks als zelfstandige studies verdwijnen. Dat werpt een aantal vragen op, zoals:
  • Wat kwalificeert een taal als kleine taal? Anders gesteld: hoe groot moet je zijn als taal om in Amsterdam zelfstandig te blijven?
  • Is hier sprake van koude sanering, of biedt de alma mater een alternatief?
  • Als Italiaans in Amsterdam wordt gemarginaliseerd, naar welke enclaves van verlichting kunnen de studieuze liefhebbers van la bella lingua dan nog uitwijken?


Wat de omvang van het Italiaans betreft is het een algemeen bekend feit (want ontleend aan Wikipedia) dat wereldwijd ongeveer 63 miljoen Italiaans sprekenden rondlopen. Dat betreft dan wel uitsluitend mensen die het Italiaans verdomd goed machtig zijn, want de welwillende amateurs waartoe we ook onszelf rekenen zijn in dit getal niet opgenomen. Amsterdam trekt dus wel een grote broek aan: op deze manier lijken alle argumenten aanwezig om bij tegenvallende belangstelling ook het Nederlands als zelfstandige studie op te heffen.

Er gaat ook iets voor in de plaats komen, zo wordt beloofd. Het Italiaans zal nog  als regiostudie  en minor kunnen worden gevolgd. Los van het feit dat hier belachelijk en onbegrijpelijk universitair jargon wordt gebezigd is dit natuurlijk een huiveringwekkend toekomstbeeld. Italiaans wordt dan net zo iets als Fries en Limburgs. De ‘provincialen’ uit Rome, Milaan en Napels zullen het Amsterdams universiteitsbestuur dankbaar zijn.

Voor studenten lijkt niets meer te resten dan zelf uit te wijken naar de provincie. Naar het schijnt bevinden zich ook studies Italiaans in Leiden en Utrecht. En Groningen heeft, als bijna alle hoop vervlogen lijkt, nog iets grappigs als een brede studie Europese talen en culturen (ETC) waarin je ook Italiaans mag spreken.

In het kader van de vlucht vooruit kiest faculteitsdecaan Frank van Vree ook nog eens voor een persoonlijke aanval op de studenten door ze te beschuldigen van luiheid. Studenten studeren gemiddeld slechts 26 uur per week (wie heeft de stopwatch vastgehouden om het feit te registreren?), terwijl er 42 uur voor staat gepland. Ze gebruiken de rest van hun tijd om andere vakken te volgen of om zich buiten hun studie te ontwikkelen. Dat is inderdaad een sluitend bewijs voor verregaande luiheid.We zien de beteuterde bureaucraat  helemaal voor ons. Ontwikkeling buiten de studie, het zou verboden moeten worden! Boekhoudkundig is de opleiding helemaal volgepland met een gemiddelde studiebelasting van 60 EC per studiejaar. Dat is academisch jargon voor 1680 studie-uren per jaar. Studenten mogen 12 weken per jaar op vakantie. En dan slagen die verdomde studenten er in om met een gemiddelde werkweek van drie dagen die twaalf weken ook te pakken. Een nachtmerrie.

Uit eigen ouderlijke ervaring zijn we bekend met het fenomeen. 50% van onze eigen kleine steekproef studeerde ooit op de UvA en slaagde geesteswetenschappelijk op soortgelijke manier. Psychologie is makkelijk als avondstudie te doen naast een baan, mocht dat nodig blijken. De andere 50% diende in Delft technisch georiënteerd stevig aan te poten. Dat verschil echter, beste Frank, is de regelrechte consequentie van de stompzinnige manier waarop in Amsterdam het onderwijs is georganiseerd. En misschien ook wel van de docenten die het allemaal al snel mooi genoeg vinden. Hand in eigen boezem,  misschien?


En bovendien (laten we wel wezen): Is de ontspannen houding van de studenten ten aanzien van de zogenaamde studielast niet tevens een mooi en treffend voorbeeld van de bijzonder Italiaanse attitude van il dolce far niente? Die studenten, beste Frank, zijn eigenlijk verdomde goed bezig zich de wezenskenmerken van de Italiaanse mentalità eigen te maken. Ze studeren geen Italiaanse cultuur. Ze leven Italiaanse cultuur. Zegt immers jouw eigen digitale studiegids niet treffend: "Italië is een goede voedingsbodem voor creativiteit"?

vrijdag 30 januari 2015

Modern bankieren

Als het een kenmerk van een goede blogger is dat hij over elk onderwerp wel een leuk verhaaltje kan schrijven en elke dag iets te melden heeft, dan hebben wij van Droomhuis Italië nog veel te leren. Met name in de winter, als we ver van Italië in Nederland een beetje mistroostig uit het raam staren en ons afvragen wanneer we met goed fatsoen weer eens naar het zuiden kunnen, wil de inspiratie wel eens opdrogen.

Dan moet je gewoon de tijd een beetje door zien te komen en maar hopen dat het ooit lente gaat worden. Praktisch gesproken gaat het leven natuurlijk gewoon door, en ook betalingen blijken zich niets van de loop der seizoenen aan te trekken. Gelukkig is wel het digitale bankieren tot het hedendaagse Italiaanse vakantiehuisleven doorgedrongen en kun je, als je inlogt op de plaatselijke bank door te kiezen voor moderne servicevormen als Banca semplice on-line of Now Banking Online, weer even de sfeer van het echte Italiaanse leven opsnuiven. Op de brede rijbanen van de digitale snelweg kun je dan regelen dat de tributi voor het huisvuil of de rekening voor de elektriciteit moeiteloos worden betaald terwijl je ter plaatse niet eens huisvuil produceert of elektriciteit afneemt. Gemak dient de mens.

Deze digitale communicatie verhindert echter niet dat de bank je ook via de oude, vertrouwde communicatiekanalen blijft benaderen. In Nederland valt nog regelmatig een envelop op onze deurmat met een overzicht van de transacties van de laatste drie maanden. En eens per jaar een magnifiek overzicht waarin alle Elementi per il conteggio delle competenze worden opgesomd. Zodat we een goed inzicht verwerven in de Riassunto scalare, die zich in ons geval (voor 100% op de dimensie der Creditori) beweegt tussen de getallen 317,55 op 03.03.2014 en 22695,10 op 30.06.2014. We staan open voor elke suggestie van de zijde van onze lezers over de betekenis van deze getallen. Euro's zijn het in ieder geval niet, zo kunnen we met de hand op ons hart verklaren.


Omdat de vooruitgang echter niet te stuiten is liet de bank ons in dezelfde envelop delen in de blijdschap dat we over kunnen stappen op de nieuwe CBILL (http://www.cbill.it/), een soort Italiaanse variant van de FinBOX. Juichende teksten als "Con CBILL dai un contributo importante alle politiche di sostenibilità. CBILL. Le tue bollette online. Completo, facile, sicuro." En ook nog, wat de bank betreft: gratuito. GRATIS!!!!!!! Wie wil dat nu niet? We klikten meteen door op de lijst met deelnemende organisaties, de elenco fatturatori (deze blog begint trekjes te vertonen van een Italiaanse les van onbestemd niveau) en daar belandden we meteen weer met twee benen op de grond. Vijf (cinque!) organisaties hebben zich al aangesloten, en als je in Arezzo woont heb je geluk wanneer je wilt CBILLen voor de AZIENDA USL 8 AREZZO

Voorlopig blijven we nog even bankzaken doen op de oude, vertrouwde manier. En als we weer in Italië zijn gaan we ongetwijfeld nog een keertje een verregende rekening voor het water uit de brievenbus vissen die we eerst te drogen leggen en daarna bij het postkantoor gaan betalen.

zondag 26 oktober 2014

Rimborso

Omdat Italië tegenwoordig natuurlijk een knap modern land is, kan op steeds meer plaatsen onbemand worden getankt. Dat is heel erg handig, omdat je dan nooit meer halverwege de dag of ergens in de loop van de avond zonder benzine komt te staan. Bovendien is zelf getankte benzine ook nog eens goedkoper.

Geheel in lijn met de tijdgeest staan we dan ook op een zonnige zomermorgen met een bijna lege tank bij de zelfbediening om voor vijftig euro bij te vullen. Geroutineerd verrichten we de noodzakelijke handelingen. We plaatsen het bankbiljet op de juiste wijze in de juiste gleuf van de betaalzuil zodat herkenning als wettig betaalmiddel mogelijk is. Daarna kiezen we de pomp die we willen gaan gebruiken en zijn we helemaal klaar om te gaan tanken.

Na enige tijd valt op dat de pomp daarentegen helemaal niet klaar is. Er komt geen druppel uit. Zelfs het traditionele gereutel dat altijd ontstaat om ook gehoorsmatig duidelijk te maken dat er gepompt kan worden blijft ontbreken. Een velletje papier dat ongeveer op kniehoogte aan de pomp is bevestigd biedt enige verduidelijking. Of we zo vriendelijk willen zijn, zo staat kort aangeduid, om onze benzine te betrekken van de pompen 1, 2, 5 of 6. En laten we nu toevallig net gekozen hebben voor pomp 4!

Terug bij de automaat waar ook de pomp moet worden gekozen ontwaren we nu een soortgelijk vel papier. Even over het hoofd gezien, de eerste keer! We hebben onze ogen nu eenmaal niet in onze knieën! Lastiger is vervolgens dat de keuze voor een pomp onherroepelijk blijkt te zijn. Eens gekozen blijft gekozen. Niets meer aan te doen. Je doet het maar met de pomp van eerste voorkeur. Zoiets.

Na een paar minuten geven we het op. We moeten door naar een afspraak, vijftig euro armer en een ervaring rijker. VERTROUW ER NIET BLINDELINGS OP DAT POMPEN OOK POMPEN! Als we uitleggen waarom de stemming er bij ons niet helemaal inzit blijkt dat in Italië voor ieder probleem altijd een oplossing aanwezig is. Het systeem is menselijk van opzet en werking en houdt altijd rekening met gebrek. Het is gebouwd met de gedachte dat zaken vaak niet werken zoals bedoeld en dat mensen zich voortdurend vergissen. En de oplossing is in dit geval dat als je voor benzine betaalt en daarna geen of minder benzine afneemt het apparaat na verloop van tijd een tegoedbonnetje (rimborso) uitspuwt (tenzij natuurlijk het mechanisme dat tegoedbonnetjes produceert faalt). Je moet alleen een beetje geduld hebben, want omdat je met de afname van benzine maar nooit weet wanneer je klaar bent met afnemen neemt het systeem de tijd om de conclusie te bereiken dat je minder hebt genomen dan waarop je recht hebt.

Gewapend met deze nieuwe inzichten haasten we ons terug naar de pomp en verdomd: het tegoedbonnetje heeft zich gemanifesteerd en ons dure geld is gelukkig niet verloren gegaan.

Nu doemt echter het volgende vraagstuk op: Bij wie lever je het bonnetje in om het geld terug te krijgen? De typerende eigenschap van een onbemand tankstation is immers dat er niemand is om bonnetjes bij in te leveren. Gelukkig blijkt ook hier de pragmatische en tot concessies geneigde (katholieke?) instelling van de Italianen. Het onbemande tankstation is weliswaar in de regel onbemand, maar twee maal per week, op marktdagen tussen 9 en 11, toch maar even niet. Er zijn immers altijd bonnetjes om in ontvangst te nemen. Door deze benadering wordt het probleem hanteerbaar. De markt is weliswaar net afgelopen en het duurt nog een paar dagen voordat het de volgende keer markt is, maar we zijn niet op doorreis. We hebben alle gelegenheid om nog een keertje terug te komen.


Een weekje later staan we dan ook keurig in de rij. We leveren ons bonnetje in, krijgen ons geld terug en besluiten dat we het een volgende keer maar eens gaan uitgeven bij een ander tankstation. Een tankstation, bijvoorbeeld, waarbij alle pompen het gewoon doen.

zondag 12 oktober 2014

Het korte leven van geraniums

Bloemen houden van mensen (hoewel Poetin dat op dit moment niet helemaal lijkt te beseffen), maar reeën houden van bloemen. Of dat aangeleerd gedrag is of een natuurlijke neiging laten we hier maar even in het midden. Misschien heeft het ook wel te maken met het feit dat er dit jaar wel erg veel reeën zijn. En dat er sprake is van reeënstress, waardoor die beesten malle dingen gaan doen.

Laten we de zaken maar even op een rijtje zetten. Het eerste dat ons dit voorjaar opviel is dat de buurvrouw het muurtje dat haar tuin van de onze scheidt aan het rechttrekken was. Of liever gezegd (ze deed het echt niet zelf) dat ze een klusjesman aan het werk had gezet om dat voor haar in orde te maken. Dat werkje is nu af, en het ziet er strak uit. 

Tevens viel ons op dat er aan onze kant van het muurtje, bij het lage gedeelte, een provisorisch hekwerkje was neergezet van bamboe en gaas. We dachten nog dat het bedoeld was om de dorpskatten iets duidelijk te maken, maar gelukkig kwam de buurvrouw het ons even later zelf uitleggen. Wat bleek? Het hekje was niet mooi, dat vond ze zelf ook wel, maar het was een tijdelijke oplossing. De bedoeling was een mooi, stevig, permanent hekwerk, een ware verfraaiing voor de hele omgeving. En het was niet bedoeld om ons op afstand te houden, zeker niet, dat moesten we niet denken. Maar een maand eerder was op een nacht een troep reeën via onze tuin naar die van haar geklommen en die beesten hadden de hele tuin kaalgevreten. Dat wil zeggen, alle prachtige bloemen die ze met zoveel geduld en liefde aan het grootbrengen was waren in één keer allemaal vermalen en doorgeslikt.

Dat leek ons een sterk verhaal. Waarom zouden reeën zich vergrijpen aan geraniums, petunia’s en dergelijk spul als onze tuin, twee meter verder en duizend vierkante meter puik hoogopgeschoten gras voor een uitgebreide maaltijd beschikbaar is? Maar als mensen gelukkig worden van het plaatsen van hoogwaardig hekwerk zijn wij de laatsten om ze dat uit het hoofd te gaan praten.

De hele zomer viel ons vervolgens de grote aanwezigheid van reeën op. Je ziet ze op de meest ongebruikelijke tijden en op plaatsen die ze normaal mijden. Midden op de dag, in plaats van in de schemering. Dat is ons tot nu toe alleen overkomen in een jaar dat het extreem warm en droog was, en de arme beesten voortdurend op zoek waren naar water. Aan water echter dit jaar geen gebrek, en echt heet kun je het ook niet noemen. Het zal (denken we nu) wel eens te maken kunnen hebben met de zachte winter die we achter de rug hebben. Veel reeën hebben de winter blijkbaar overleefd, hebben vervolgens veel kindertjes gekregen en zijn daarna tot de ontdekking gekomen dat het nu wel erg vol is geworden. En wat doe je dan? Dan moet er nieuw territorium worden ontgonnen. Dan ga je naar plaatsen die je normaal gesproken zou mijden en begin je dingen te eten die tot dan toe niet op het menu stonden. Maar bloemen is wel het laatste waaraan je zou denken.

Een paar dagen geleden gingen we op een avondje naar de pizzeria. Hieruit kan worden afgeleid dat in ons geval geen sprake was van het eten van dingen die normaal niet op het menu staan. Maar dat is echter niet het punt dat we willen maken. We aten onze pizze. We dronken er wat bij. We keerden terug naar huis in het pikkedonker en we gingen daarna tevreden naar bed.


De volgende ochtend hadden we, op ons terras gezeten, een licht gevoel van vervreemding. Er klopte iets niet, maar wat? Het had te maken met het ontbreken van kleur in onze ooghoeken. Een gebrek aan rood. Na een tijdje kregen we in de gaten wat er aan de hand was. Onze bokaal met geraniums, de trots van ons terras, was zorgvuldig kaalgevreten. We telden zeventien vermiste rode bollen. De eenzaam achtergebleven steeltjes vertoonden sporen van scherpe tanden. 

Terwijl wij genoeglijk aan onze pizze zaten, hadden ongenode gasten zich tegoed gedaan aan de plaatselijke specialiteit in onze tuin. Onze buurvrouw had blijkbaar gelijk gehad! Onwaarschijnlijke verhalen berusten toch op waarheid.

Gelukkig voor ons zijn reeën blijkbaar erg luie eters. De geraniums in de wat hoger gelegen bakken, waarvoor je je nek moet uitsteken, waren onaangeroerd en volbloemig achtergebleven.

zondag 28 september 2014

Gol Gol Gol Gol But But But But

Toen we in 2002 onze eerste huisje in Italië kochten kregen we er ook heel veel inboedel bij. Zo maak je een vliegende start. Of we dan ook belangstelling hadden voor het aanwezige bed- en linnengoed, wilde Rina, onze verkopende wederhelft in dat kader weten. Dat vonden wij wel praktisch. Dus graag, zeiden wij, laat de handdoeken en kussenslopen maar lekker in de kast.

Na de overdracht troffen we een complete verzameling aan, gewassen, gestreken, strak gevouwen en zorgvuldig in plastic verpakt. Zo spic-and-span als we het zelf nog nooit voor elkaar hadden weten te krijgen. En, wellicht ter teleurstelling van Rina, als we het in de toekomst ook nooit zouden gaan proberen te krijgen. Huishouden op het hoogste niveau, om het anders te formuleren, far beyond our aspirations.

Hoe dan ook, in de collectie bevond zich ook een badlaken waarop de enerverende wereld van het voetballen werd verbeeld en dat ook nog eens lekker afdroogde na het nemen van een verkwikkend stortbad. Echt een verrassing van het type: nooit gedacht en toch gekregen. En daarom sinds 2002 gekoesterd en gebruikt.

Op bijgaande afbeelding hangt het badlaken aan de lijn, in de zuiverende zomerzon. We zien een scorende aanvaller, een doelman die achter het net vist en een publiek dat ademloos toekijkt. Bij een nadere beschouwing van de iconografische kwaliteiten ontwaren we een interessante terugkeer naar een pre-Giottische afbeeldingswijze die poogt aan te sluiten bij een middeleeuwse beeldende verhaaltraditie. In één enkel beeld worden de verschillende scènes van het verhaal gevangen. Allereerst is daar de scorende spits, schuin naar ons toegekeerd en gevangen in het moment dat hij net het beslissende schot heeft geplaatst. Ook de enkele seconde later misgrijpende keeper is in het beeld gevangen. Door het samenbrengen van deze twee aspecten wordt een bijna surrealistisch loopje met de werkelijkheid genomen. De spits heeft onze richting uitgeschoten, maar de bal is achter hem terecht gekomen in het doel van de tegenpartij. Twee dimensionaal beschouwd zien we weliswaar een rechte lijn tussen de schietende voet en de weggetrapte bal, maar bijna Esscheriaans is een spanning opgeroepen tussen de drie dimensies van de werkelijkheid en de twee dimensies van het afdrogende badstof.

Op zo’n manier is douchen bijna een feest te noemen!

zondag 14 september 2014

Cinque Terre

Omdat ongeveer de helft van Droomhuis Italië de mening is toegedaan dat volwassen mannen niet in korte broek in de trein horen te zitten (wat ongetwijfeld gerelateerd is aan de kwaliteit van de benen van deze helft) waren we degelijk gekleed op weg gegaan naar Monterosso voor een mooi stukje wandelen. Voor de volledigheid dient hieraan te worden toegevoegd dat de keuze van kleding eveneens gebaseerd was op eerdere wandelervaringen of the beaten track, waar een degelijke spijkerbroek een verstandige keuze bleek bij het overwinnen van bramenstruiken en brandnetels.

Waar we natuurlijk onvoldoende bij hadden stilgestaan is dat de Cinque Terre met de beste wil van de wereld niet tot de ongerepte natuur gerekend kunnen worden. De Cinque Terre zijn werelderfgoed, en dat zullen we weten ook. Iedereen wil tussen de vijf dorpjes gaan wandelen. Je bent geen minuut alleen.

Nu dienen we er hier voor de volledigheid aan toe te voegen dat we een aantal jaren geleden ook al eens in die omgeving een wandeling hadden willen maken, in het voorjaar, op Hemelvaartsdag. Toen waren we er echter niet in geslaagd per gemotoriseerd vervoer in Monterosso aan te komen, omdat de grote processie in Levanto (waar stoere mannen enorme kruisbeelden door het stadje zeulden) elke beweging op vier wielen onmogelijk maakte. Om van de nood een deugd te maken waren we vervolgens maar gaan lopen, en dat leverde drie uur fijn wandelen op tot Monterosso. Daar namen we een stevige lunch, waarbij ongeveer dezelfde helft van Droomhuis Italië als waarvan eerder sprake was er een iets te groot glas grappa overheen gooide en de middag vervolgens verminderd aanspreekbaar doorbracht. Dat had overigens geen blijvende gevolgen omdat de terugreis per trein werd uitgevoerd. Hoe dan ook: het was erg een geslaagde dag waarop alleen voor het restaurant en de trein moest worden betaald.

In de file voor een wandelkaartje
De tijden veranderen echter. En werelderfgoed is goede handel. Dit keer kwamen we bij het verlaten van Monterosso in de file terecht voor het bemachtigen van de zogeheten Cinque Terre Trekking Card (€ 7,50 p.p. en 1 dag geldig, mits op de juiste wijze afgestempeld). 
Zo wordt wandelen een enigszins begrotelijke bezigheid. Met al dat geld worden echter, zo mijmer je bij het trekken van de portemonnee, natuurlijk wel vele goede daden verricht en prettige voorzieningen geschapen. Reparaties van het wegdek worden stante pede uitgevoerd. En het traject tussen Corniglia en Riomaggiore wordt consequent gesloten gehouden om te voorkomen dat de dames en heren wandelaars in de frana storten die al twee jaar geleden is ontstaan.
Gereguleerd toiletgebruik
Eveneens zijn op het traject dat wel beschikbaar is fraaie borden neergezet met duidelijke aanwijzingen omtrent toiletbezoek.

In ruil voor het kaartje, dat moeten we er voor de volledigheid even bij zeggen, krijgt de wandelaar wel toegang tot wifi5terre met een hartstikke uniek user-id (T31XY900) en password (JAEGUG4B). Aan het eind van de wandeling kunnen dan ook meteen de reeds 100.000 maal gefotografeerde unieke uitzichtjes direct op Facebook en zo worden geplaatst.

Gelukkig wilden we dit keer niet verder dan Corniglia (tussenstop met lunch –zonder grappa dit keer– in Vernazza) en konden we wandelen wat we wilden wandelen. Wandelen in de Cinque Terre, zo hebben we geleerd, is eigenlijk een uit de hand gelopen variant van traplopen. Je gaat eerst 150 meter omhoog, dan loop je vervolgens 300 meter enigszins vlak, en tenslotte ga je weer 150 meter naar beneden om in het volgende dorp aan te landen. Wil je nog een dorp verder, dan herhaalt het proces zich. Het zijn alleen trappen uit de allerergste nachtmerries van Gaudi. Geen twee treden zijn gelijk. Al lopende dien je dus voortdurend goed op te passen (oefening baart kunst!), en zorgvuldig tegenliggers te vermijden. Daar tussendoor heb je dan tijd om van het uitzicht te genieten en de noodzakelijke foto’s voor Facebook te maken.






Maar, zoals vele duizenden die dag met ons, volbrachten we deze opgave met verve en kwamen we uitgewandeld terecht op het station van Corniglia. Daar begon het grote wachten. Daar hebben we het echter al eerder over gehad.